Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Een bezoekje aan een oude vriend, deel 2

De vorige keer vertelde ik over mijn bezoek aan mijn oude vriend JP en zijn vrouw Natasja, die samen leven en werken in het stadje Banyuls-Sur-Mer, op het zuidelijkste punt van Frankrijk, nog net niet in Spanje. Nu vertel ik verder. 

 

Snelheid is nooit één van mijn grootste kwaliteiten geweest. Dat is bij JP wel anders. Vroeger had ik al het gevoel dat een dag met hem optrekken gelijk stond aan het deelnemen aan een actiefilm die in één dag moest worden opgenomen. Nu ik die Parkinson aan mijn broek heb hangen, is het contrast tussen ons nog groter. Gelukkig is de wederzijdse sympathie evenredig gegroeid. Maar goed, snelheid dus. Daar had ik het over. Als ik je vertel hoe we op dag twee van mijn bezoek wederom diep in gesprek met de auto door de bergen scheuren, denk je misschien dat alleen mijn vriend aan het woord is geweest. Feit is dat ik mijn aandeel aan de conversatie hier grotendeels weglaat, omdat 1: ik al zoveel over mezelf heb verteld in deze krant dat het voor één leven wel genoeg is en 2: ik geen reisverslag van zeven delen ga schrijven. Als een ware Mediterraan zet JP zijn woorden kracht bij met expressieve hand- en hoofdgebaren, onderwijl zijn auto feilloos de smalle weggetjes tegen de hellingen opsturend. Af en toe mindert hij vaart of stopt zelfs bijna om een wijngaard van een bekende aan te wijzen. Want wijn is nogal een ding in deze streek en ook in JP’s nieuwe bedrijf. Of eigenlijk is het bedrijf - een collectief van negen wijnmakers - niet nieuw, maar wel de rol van JP als spin in het web van ‘Les Neuf Caves’. ‘Maar wat doe je daar nou eigenlijk?’ vraag ik me af, terwijl we vanaf een hoge top het grillige, maar ontegenzeggelijk prachtige landschap in ons opnemen. De auto staat even geparkeerd naast twee militaire voertuigen. Een militair met mitrailleur staat alert te staan, een paar passen verder. Nog drie andere militairen zitten met gezichten van steen in één van de auto’s. JP heeft met een ontwapenende grijns al iets naar de mannen gebruld waar ze in ieder geval niet negatief op reageren. Ik kijk naar die tanige, door de zon gebruinde koppen en vergelijk ze in gedachten met die van de inwoners van Banyuls. Korte, stompe en zwijgzame mannen en vrouwen die een al dan niet gezond wantrouwen naar buitenstaanders lijken te hebben. Hoe komt mijn oude vriend in godsnaam in het hart van zo’n gesloten gemeenschap terecht? Als JP me begint te vertellen over de wijnmakers van Les Neuf Caves, begin ik er iets meer van te begrijpen. Die blijken onderling net zo van elkaar te verschillen als de wijnen die ze maken. Afkomstig uit alle windstreken en met uitzondering van wijn maken heeft er geen één dezelfde achtergrond als één van de anderen. ‘Wat is dit dan,’ denk ik, ‘een samengeraapt zooitje?’ Gelukszoekers, als schuim aangespoeld aan de rotskusten van een woest grensgebied? Dat kun je denken, maar het is mij allang duidelijk dat je hier geen poot aan de grond krijgt als je niet weet wat je doet. Die wijnmakers, die zitten hier al een tijdje. Een collectief van gedreven vakmensen die maar één ding willen: de lekkerste wijnen van de wereld maken. En in feite willen ze ook alleen maar dat. Al dat gezeik over je product aan de man brengen, het in de markt zetten en je als collectief profileren en ontwikkelen; heel leuk, maar kan iemand anders dat niet doen? En toen kwamen JP en Natasja binnenlopen. En niet één keer, nee tijdens hun ‘inspiratiereizen’ kriskras door Europa, die ze maakten om ideeën op te doen en interessante leveranciers voor hun restaurant - toen nog in Amsterdam - te vinden, kwamen ze meerdere keren in Banyuls-Sur-Mer en vooral in Les Neuf Caves terecht. Totdat zo’n wijnmaker zegt: ‘Hé JP, is dat niks voor jou, om Les Neuf Caves te kopen?’And the rest was history, zeg je meestal in zo’n geval. Behalve dan dat bij de meeste succesverhalen veel meer werk en moeite komt kijken dan je zou denken. Maar meer daarover in deel drie, de volgende keer. 

|Doorsturen