Nieuws

Een Harlinger crime passionnel - deel 2

Nog een paar sigaartjes voor Ype de Graaf

Deel 1 in een notendop: Ype de Graaf groeit op voor galg en rad in Harlingen. Op zijn 18e krijgt hij een tuchthuisstraf, later wordt hij gebrandmerkt. Op de kermis ontmoet hij Aafke Monsma, en als hij weer eens in de gevangenis zit, wordt hun dochter Tjietske geboren. Later - na weer een gevangenisstraf - gaan ze uit elkaar, maar op de kermis ontmoeten ze elkaar weer. Het lijkt een tijdje goed te gaan die zomer en na een tijdje trekt het kleine gezinnetje weer in bij Ype’s broer Jan, die een huisje heeft achter de Grote Kerk.

Door Eddy de Vries

De Engelsche tuin. (Bron: Harlingen Toen)

De armoede blijft, de onzekerheid ook en bij Aafke ontstaat de angst dat Ype weer de fout in zal gaan. Hun situatie lijkt er bijna om te vragen. Aafke heeft haar twijfels over hun relatie, ze kent hem, en dat is niet onopgemerkt gebleven bij Ype. Hij praat met Murk en vertelt hem meerdere malen dat hij aarzeling bespeurt bij Aafke over hun toekomst. Wanneer hij Aafke niet terug zal kunnen winnen, dan zal dat “zijn of haar ongeluk betekenen”. Hij heeft geprobeerd de samenleving te hervatten en in de afgelopen maanden lijkt hij ook niet in aanraking te zijn geweest met politie of justitie.

 

Op zondag 28 augustus om 8 uur ’s avonds treffen Ype en Aafke elkaar bij het huis van Watze de Groot. Zij heeft Ype beloofd te zullen komen en ze praten. De dag erna vertrekken Aafke en Tjietske en trekken in bij Popkje de Jager, een ongehuwd breister en vriendin van Aafke. Op dinsdagavond komt Ype langs bij het huis van Popkje, ze drinken samen koffie en wederom praten ze over hoe het verder moet. Popkje zal later verklaren dat ze niets heeft waargenomen van een verstoorde verstandhouding tussen het stel. Na de koffie hebben ze nog wat gewandeld door de stad en Ype heeft Aafke weer thuisgebracht. Bij de trap van het huis van Popkje nemen ze afscheid met een kus en spreken voor de volgende dag weer af.

 

Mes

Op deze woensdag gaan ze ’s avonds weer een wandeling maken en Aafke gaat nog bij haar moeder langs om het loon te gaan halen dat ze heeft verdiend door voor haar te werken. Maar Ype is ongeduldig aan het worden. Aafke laat Ype in onzekerheid. En dat knaagt aan hem. Ze heeft nog steeds haar twijfels en Ype voelt agressie bij hem opkomen. Ze lopen door de Engelsche Tuin, het in 1843 aangelegde stadspark op het oude bolwerk aan het Franekereind. Hij zegt haar, dat hij ‘moe’ wordt van haar weifelende houding. Hij legt het gesloten knipmes in zijn hand en bijt haar toe dat dit mes haar lot zal zijn, wanneer ze langer zal twijfelen. Natuurlijk schrikt Aafke van het mes en de dreigende houding van Ype. Nooit eerder heeft hij haar direct bedreigd en ze zegt Ype toe dat ze het weer zullen gaan proberen. Het is te laat in de avond om de spullen van Aafke en Tjietske te gaan halen maar ze hebben afgesproken dat Ype de volgende dag de spullen mag komen halen om weer terug te keren in het huisje van Ype’s broer Jan. Ze zullen weer gaan samenleven en dit lucht Ype op. Wanneer Aafke die avond weer het huisje van Popkje betreedt valt ze bewusteloos neer.

 

Driftig

Die donderdag treffen ze elkaar bij toeval, ’s ochtends ter hoogte van het politiebureau op de Voorstraat en Ype vraagt haar of hij alvast de spullen kan gaan halen uit Popkjes huis. Aafke vertelt hem dat ze om tien uur een afspraak heeft bij de commissaris van politie. Ze wil aangifte tegen hem doen. Hij kan het niet geloven wat ze zegt en Ype wordt driftig en neemt op dat moment het besluit haar te zullen vermoorden. Hij is afgewezen en in zijn beleving heeft hij er alles aan gedaan om de draad weer op te pakken, maar het valt voor hem niet te verkroppen dat straks iemand anders er met ‘zijn’ Aafke vandoor zal gaan.

Hij bruist van woede en voelt de grond onder zijn voeten wegzakken. Het is gedaan en zijn besluit staat vast. Vrijdagavond is Ype te vinden in de tuintjes bij de Kerkpoortstraat; ‘de Spoketuun’. Bij de Groote Sluis heeft hij een zandsteen gevonden. Het mes dat hij heeft, is maar aan één zijde scherp, en in de tuintjes slijpt hij de andere zijde. Hij wil er zeker van zijn, dat het goed scherp is. Het mes, met op het heft het Duitse opschrift; ‘Heute Rot, Morgen tot’, is nu vlijmscherp en de steen gooit hij weg. De laatste nacht in vrijheid brengt hij door in het huis van zijn broer Jan. 

  

Aanslag

Op zaterdagochtend 3 september rond half vijf ’s ochtends staat Ype op. Hij kleedt zich aan en loopt naar de aardappelmarkt. Hij verwacht dat Aafke daar die ochtend aan het werk zal zijn. In die tijd kende de havenstad nog vele grachtjes en waterlopen. 

Handelswaar, zoals turf, groenten en aardappelen werden met bargen over het water vervoerd door de stad. Hij wacht haar op bij de Katterugspijp. Bij deze lage brug, gelegen tussen de nog niet gedempte Voorstraat en de Kleine Voorstraat heeft hij goed zicht op de straten die daarop uitkomen, maar het duurt even voordat hij Aafke weet te ontwaren en hij beent richting de Spekmarkt. Zo’n drie kwartier later ziet hij Aafke samen met twee andere vrouwen, Lamkje en Dieuwkje van der Geest. Beide vrouwen vragen naar de relatie tussen Aafke en Ype. “De smeerlap”, zegt Aafke. Op korte afstand volgt Ype haar.

 

Ype stapt op Aafke af, pakt haar vast en vraagt haar zich te bezinnen. “Dou bliefst met dien pôten fan mie ô!”, roept Aafke en rukt zich los. “Dat salst drekst dan wel sien”, briest Ype. Hij heeft het mes nog steeds niet gepakt, maar weet wel dat de plek waar hij nu is, te druk is voor zijn plan. Hij acht het “gelukken van de aanslag niet gunstig”, zal hij later verklaren. Koopman Wybren Nauta, die net bij de haven vandaan komt, heeft nog een kort gesprekje met Ype, maar die draait zich plotsklaps om wanneer hij Aafke naar de Schritsen ziet lopen. Hij loopt haar achterna richting de brug op de Spekmarkt en blijft daar staan. Met het mes verborgen in zijn mouw. Hij ziet Aafke een zak aardappelen afleveren bij een huis op de Schritsen aan de zuidzijde van de gracht. “Su, dat is één. Nou sal ik gauw de andere oek hale.” Aan het pand ernaast ziet ook metselaar Jelte Doekes van der Leij haar de aardappelen afleveren.

 

Bloed

Een andere metselaar, Hendrik Jans de Vries die aan de Noordzijde van de gracht aan het werk is, ziet dat Ype op Aafke afloopt en haar bij de hand beetpakt en vasthoudt. “Laat mie los! Blief fan mie ô”, roept Aafke, maar Ype laat haar niet los. Ook Anna Mank, een werkster die op weg is naar haar betrekking ziet het gebeuren. “Nee, bliksem ik laat dij niet los!” Het is nu kwart over zes en Ype is weer afgewezen. Hij roept ‘Aafke! Bruuk dien festân. Bedink je!” Maar Aafke bedenkt zich niet. Ze heeft haar besluit genomen.

 

Anna Mank ziet dat Ype de vrouw waar hij zo graag samen mee wil zijn, op de grond werpt en ze ziet dat hij iets glinsterends uit de mouw trekt. Ype knipt zijn mes open en begint te steken. Aafke zit in een knielende houding op de grond, maar Ype blijft steken. Hij zal haar zeven keer steken. Koopman Wybren Nauta, die eerder nog kort met Ype heeft gesproken, hoort vanaf de Schritsen “Moord, moord” schreeuwen en mensen snellen toe. Ype veegt het bloed van het mes en maakt zich uit de voeten en rent weg terwijl hij nog één keer achterom kijkt. Via een steeg rent hij van de Schritsen naar de Zuiderhaven, over de Zuiderbrug en verlaat de stad via de voormalige Zuiderpoort. Aafke krabbelt op van de straat en Wybren Nauta en metselaar De Vries zijn als eersten bij het slachtoffer. Ze is zwaargewond en probeert weer op te staan, maar valt weer neer, waarna De Vries haar opvangt en ontdekt dat Aafke hevig bloedt uit haar linkerzij. Hij vraagt haar wie dit gedaan heeft, en Aafke zegt dat dit Ype de Graaf is die achter de kerk woont “bij roode Aaf”.

“Ik loof, dat ik bloed”, zegt Aafke vol ongeloof. “Mien arm kien, mien arm kien.” Nauta probeert de wond te stelpen met water en azijn en geeft dit Aafke ook te drinken, maar dit braakt ze al spoedig weer uit met een prop bloed.

 

Binnenkort in de HC het derde en laatste deel.

De overgang van de Kleine Voorstraat naar de Voorstraat waarde Katterugspijp lag. (Bron: Harlingen Toen)

|Doorsturen