Nieuws

Het stormachtige leven van Ids Roukema

Alles aan de hang (4)

Eddy de Vries vond enkele jaren geleden een brief uit 1931 die zijn opa had geschreven, vanuit Grand Rapids (VS), gericht aan de Harlinger Courant. Opa was ooit een groot kaatser die als eerste Harlinger de PC won én Koning werd. Eddy de Vries kreeg de vraag of hij een stukje over zijn opa wilde schrijven voor ‘De Keatsfreon’. Veel meer dan mailtjes voor werk en boodschappen boodschappenbriefjes schreef hij tot dan toe niet, maar het lukte: zijn eerste verhaal, van maar liefst 16 pagina’s. Een artikel over de kaats- en zangfamilie Van Dijk volgde, en vorig jaar volgde onderzoek naar Ids Roukema, online en in vergeelde kranten. Van Simon Vestdijk naar een gevilde kat. Van een atleet naar een kleine kleurrijke boef. Van twee wereldoorlogen en een zware blessure naar een viskraam. En van een fopsigaar naar een markante grafsteen. Hier is deel 4.

Door Eddy de Vries

De Bondswinnaars van 1926 vlnr Klaas de Jager, Ids Roukema en Hans Knol. (Bron: Kaatsmuseum)

Op de PC van 1924 zullen De Jager, Knol en Roukema als partuur aantreden, maar daaraan voorafgaand pakken ze in mei eerst nog een tweede prijs in Sneek, gevolgd door een eerste in juni op het Franeker sporterrein De Bleek. Klaas de Jager vertelt later dat Ids altijd zijn eigen ‘kieltje’ droeg. Het bestuur van de PC wil echter dat de kaatsers voortaan op het veld verschijnen in een door hen voorgeschreven shirt en de heren gaan zodoende naar de kledingzaak van de dames Schuurmans.

 

Ids laat zich niets opdringen: “Ik doen die rommel niet an de bealich.” Een bestuurslid deelt hem mede dat hij dan niet mee zal mogen doen. “Geef op, su’n ding!” Hij trekt het shirt over zijn hoofd en buigt voorover. Hij spant de spieren nog even extra goed aan, en “de hele rug knapte d’r uut”. “Dit past mij toch niet, hewwe se hier in Franeker gien beter spul?” Ids krijgt een tweede shirt aangereikt, trekt ook dit aan en weer spant hij de spieren. Ook dit shirt overleeft deze actie niet. Ids mag zijn eigen shirt weer aantrekken, “want de PC mannen fan die jaren hadden der gien nocht an, dat een ander met hun centen griemde. Dat deden ze liever self!” aldus De Jager.

 

Twintig gulden

Maar als het lot anders bepaald had, had dit partuur helemaal niet meegedaan deze dag. Men was namelijk vergeten zich op te geven. Anne Smidts ziet het Harlinger partuur niet op de lijst staan en vraagt aan de voorzitter hoe dat kan. “Nee, dat klopt,” antwoordt deze. “Set se der dan op”, zegt Smidts. “Dy dogge mei, sa’t ik jimme sis.”

Even voor half tien meldt dezelfde Anne Smidts aan scheidsrechter Lammert Skeltes Hilarides van Pingjum dat zijn Dokkumer maten Germ Koster en Klaas Kooistra nog niet aanwezig zijn. Hilarides, drie keer koning op drie opeenvolgende PC’s in de eeuw daarvoor, toont clementie en geeft hen tot tien uur de tijd om te verschijnen.

 

Een paar kilometer vóór Franeker heeft Koster een lekke band gekregen. Scheidsrechter Hilarides, een herenboer die niet zou accepteren dat zijn knechten ’s ochtends te laat bij hem op de boerderij verschijnen, sluit het drietal even na tien uur toch uit. Gerben Koster buigt daarbij teleurgesteld het hoofd en slaat de ogen neer, maar Klaas ‘koekhakker’ Kooistra z’n ogen spuwen vuur en roept tegen Hilarides dat ‘hij dood kan vallen’. De kansen om nog mee te doen, zijn dan wel verdwenen.

 

Franeker Anne Smidts, de maat van de twee Dokkumers, komt in opstand waardoor er onrust uitbreekt op de tribune van het ‘Bolwerk’. Nog nooit is een PC met zoveel ophef begonnen, helemaal niet nadat Machiel Miedema, en met name Ids Roukema beginnen te schelden op ‘de hoge heren’. De kaatsers dreigen dat ze die dag niet zullen kaatsen, waarna het bestuur de uitgesloten kaatsers twintig gulden de man biedt. De kaatsers accepteren deze schikking en na ongeveer een uur oponthoud gaat men los op het Sjûkelân.

 

Koning

Ids snijdt zichzelf dan in de vingers door woedend richting Hilarides te razen dat er ‘die nacht in Pingjum een boerderij zal afbranden’. Vol adrenaline kaatst het partuur zich naar de finale. Een Harlinger zakenman vertelt aan Hans Knol dat hij de partijen op papier heeft bijgehouden en dat volgens hem Knol op punten koning zou moeten worden. Laverman met De Haan van Berlikum en Helfrich van Wijnaldum testen de Harlingers op elke manier, maar krijgen geen poot aan de grond. Met 5 om 3 en een schone zes gaat de winst naar Hans, Klaas en Ids. “Se witte net wa’t se kening meitsje moatte”, zegt André Rienstra. Knol is in eerste instantie vergeten, het partuur voor die dag op te geven en heeft de hele dag op gestopte grijze sokken gekaatst. En Ids kon zijn mond weer eens niet houden. De koningscommissie verwacht dat Klaas de Jager talentvol en jong genoeg is om later in zijn carrière de koningsbal te mogen ontvangen. De toespraak vanuit de bestuurstent gaat over ‘de oude koninklijke sport’ en hoe de kaatsers zich dienen te gedragen. De spanning stijgt. Knol buigt het hoofd, luistert eigenlijk niet en staart naar zijn sokken. De keurig geklede Klaas de Jager staat te trillen als een blad aan de boom als hij tot koning wordt uitgeroepen.

 

Ids is net zo blij voor Klaas als dat wanneer hij het zelf zou zijn geworden. Groot feest! De kaatsers weten nog amper hoe ze terug zijn gekomen binnen de singels van de havenstad. En toch voelt Knol zich achteraf die dag bestolen. De ophef aan het begin krijgt nog een staartje dat de kaatswereld op scherp zet. Het hoofdbestuur van de NKB besluit Machiel Miedema en Ids Roukema uit te sluiten van de verdere wedstrijden in 1924 wegens “het voorbereiden, leiden en aansporen van een verzetsactie.” De collega-kaatsers komen voor hen op en steunen hun maten door de NKB te schrijven dat ze de van oordeel zijn dat de schorsing moet worden teruggedraaid, omdat deze ongemotiveerd is. De 32 beste kaatsers van Friesland verzoeken het bestuur “beleefd de straf in te trekken of hen allen te straffen.” Mocht het bestuur de straf handhaven, dan zullen zij de rest van het seizoen uit solidariteit niet meer te zien zijn op de velden. Dat feit werd de aanleiding tot een algemene kaatsersstaking. Die duurde van medio 1924 tot aan het begin van 1925. De motivatie bij Ids is ver te zoeken en hij voelt dat hij het hoogtepunt van zijn sportcarrière eigenlijk al heeft beleefd. In mei 1925 pakt hij met Hans en Klaas in Sint Jacobiparochie de eerste prijs en 60 gulden de man. Hij heeft hier wat last van de zon en ‘verschijnt met een donker gekleurden bril, wat wel enige hilariteit opwekt, maar zijn spel niet ten goede komt.’


Trots als een pauw paradeert Ids, die tot koning wordt uitgeroepen, jennend langs het Franeker publiek.


 

De weg terug

Op de Bondswedstrijd in Franeker is een derde prijs hun deel. Ids scoort nog een vijfde prijs in Stiens en in juni een eerste, wederom in Sint Jacobiparochie. En tegen de Belgen op de internationale wedstrijd in Sneek, komt er nog eens 90 gulden bij en een verzilverde plaquette als beloning voor de winst op die dag. In z’n eigen stad met zijn neef uit Wommels en Klaas de Jager een tweede, zo ook een poosje later in Franeker. Op de PC van dat jaar verslaan Ids, Hans en Klaas in de eerste omloop een compleet Franeker partuur, maar ze sneuvelen op de tweede lijst. Wanneer aan het eind van dit seizoen de balans wordt opgemaakt, heeft de koopman 202,50 gulden mee naar huis genomen, een vergulde zilveren medaille, een zilveren bal en ‘een prachtig kunstvoorwerp’, aldus de Leeuwarder Courant. Het gezin verhuist dit jaar naar de Grote Ossenmarkt nummer 23.

 

De Bond van 1926 belooft weer vuurwerk. Op deze Pinkstermaandag zijn de vooruitzichten bedenkelijk. Bij aanvang regent het en het terrein raakt doorweekt. Tegen tien uur knapt het ietsje op en scheidrechter Hilarides spoort de kaatsers aan, met spoed te beginnen. Om een lijst met maar liefst 46 parturen af te werken is veel tijd nodig. Een noviteit deze dag is het feit dat de afdelingsparturen duidelijk te herkennen zijn aan de hun voorgeschreven gekleurde shirts en een verplichte zwarte broek. De Harlingers zetten die dag gestaag door en in de finale treft men Franeker met Miedema, Staalstra en Plantinga. De aanname is dat Harlingen het sterkste partuur heeft. Er zijn veel supporters meegekomen, maar die kunnen veelal de betere kaarten niet betalen en hebben daardoor een mindere plek of staan buiten het Sjûkelân op het Bolwerk hun partuur aan te moedigen.

 

Skooljonkje

Nanning Staalstra merkt op dat “die mensen”, wijzend naar de Harlingers, “voor niks, veel plezier beleven”. Het Franeker publiek lacht. En dat schiet Ids nou net even in het verkeerde keelgat. Klaas de Jager ziet dit en bijt hem toe, dat hij zijn kop bij het spel moet houden en zichzelf moet blijven. Maar Staalstra gaat door met narren en krijgt de handen van het Franeker deel van het publiek op elkaar voor elke bal die hij slaat. Dit tot grote ergernis van de Harlingers op en rond het veld. Maar Klaas de Jager heeft de smaak te pakken en pakt sportief revanche, door zes ballen achter elkaar boven te slaan.

Dit is Ids zijn moment, hij stuift op de tribune af en roept: “Nou mutte jum oek handsjeklappe! As jumme voor su’n prestatie van Klaas niet klappe, dan binne jum smeerlappen.” Hij is bijna niet meer tot bedaren te brengen. Klaas de Jager legt de partij even stil om samen met Hans Knol een woordje met Ids te wisselen, die maar blijft zeuren en foeteren. De stand is 5-5 en 6-4 in het voordeel van Harlingen wanneer Staalstra boven slaat. 6-6. Alles aan de hang. Knol slaat op, maar Staalstra weet te retourneren waarna Hans Knol de zege binnenhaalt met een fraaie zitbal. Trots als een pauw paradeert Ids, die tot koning wordt uitgeroepen, jennend langs het Franeker publiek. 

 

De PC van dit jaar zal Ids zijn laatste worden. Hij is dan 37 jaar oud en kaatst niet meer met Knol en De Jager. Zij hebben een partuur gevormd met Pieter Helfrich van Wijnaldum. Ids kaatst met Johannes Bosma van Beetgum en Kooistra van Dokkum. En in de eerste omloop kaatsen ze tegen de Franekers Van Koningsveld en Werkhoven en Van der Heide uit Harlingen. Het is een sneu afscheid, de partij gaat door slecht spel van Ids en zijn maten naar de tegenstanders.

De eerste die door Ids wordt gefeliciteerd met zijn overwinning is Anne van Koningsveld. Eerder in 1922 kaatst die dan 16-jarige jongen in Harlingen mee in het grote spel en loot bij Ids. Snerend roept Ids naar het publiek: “Vandaag bin ik bij un skooljonkje lotten.” Op een 6-6 stand wijst dit ‘skooljonkje’ dat zal opslaan, naar Ids waar deze moet gaan staan, omdat volgens hem daar uitgeslagen bal zal gaan komen. Ids staat te ‘gniezen’ en met de handen in de lucht loopt hij naar de plek die hem is aangewezen. De bal wordt vanuit het perk geretourneerd en komt recht op Ids af die een zitbal plaatst.

Anne van Koningsveld moet raar hebben opgekeken als de grootse Ids Roukema op hem af komt rennen, hem op de schouder slaat en roept: ‘Nou seun, dou suust mij niet meer hore vandaag!’

 

Klapsigaar

Behalve de Bond in Franeker, is er nog winst in Stiens en een derde prijs in Makkum. Het is een bijna stil afscheid van de grote koning die tegelijkertijd aan zijn eigen hof, de nar speelde. Tot aan zijn dood toe, zal hij altijd de lachers op zijn hand hebben. Behalve bij zijn ome Sjoerd Roukema misschien, de vader van Ids van Wommels.

’s Ochtends tussen twee omlopen door, loopt Ids van Harlingen met een paar vrienden langs de tribunes wanneer hij zijn oom op de perktribune bij het Westerbolwerk ontdekt. Hij gaat naar hem toe, schudt hem de hand en vraagt of de oude baas wel een sigaartje lust. “Nou graag Ids seun, hestou sigaarkes bij die?” Ome Sjoerd accepteert de rookwaar en steekt die in zijn mond. Waarna Ids, hoffelijk als hij is, zijn oom een vuurtje geeft. Oom geniet van het aangebodene. Inderhaast breekt Ids het gesprek af en verdwijnt weer snel in de menigte. Een korte tijd later loopt hij langs de opslagtribune en hoort een harde knal. Hij weet direct waar dat geluid vandaan komt, anders zag hij het wel aan de dikke rookwolk en een paar klompen die door de lucht vlogen. Op datzelfde moment zegt hij luid: ‘Nou, ik kom disse PC niet meer bij oom langs hur!’ De oude baas Roukema krabbelt weer overeind en ontdekt dat hij van zijn neef uit Harlingen een klapsigaar heeft gekregen.

In november van dat jaar moet Ids weer eens voor de rechter verschijnen, en verklaart: “Ik heb op 1 augustus te Witmarsum, de 36-jarige heer Yme Nieuwland, veehouder te Kimswerd, met opzet en geweld een slag toegebracht.” Het slachtoffer vertelt “dat dit hem pijn deed”. Ids krijgt de keuze, 50 gulden boete of 15 dagen hechtenis. Ids betaalt de boete.

 

In januari 1927 is hij werkzaam in een exportslagerij in Harlingen en verwondt zichzelf aan zijn knie met een mes. Het bloedt hevig en er dient onmiddellijk een dokter bij te komen. De gevolgen van zijn verwonding verergeren, waardoor hij in het ziekenhuis moet worden opgenomen. Na een paar dagen mag hij weer naar huis maar volledig hersteld is hij zeker niet. In het ziekenhuis heeft hij naast de heer Heeres van de Zuiderhaven 28 gelegen. De dochter van Heeres vertelt dat Ids ook daar eenieder aan het lachen heeft gekregen. Mevrouw Heeres zegt dat het hem zelfs is gelukt patiënten die sowieso weinig lachen, toch zover te krijgen.

|Doorsturen