Nieuws

Gemeente nederig na stevige uitspraak rechtbank in parkeerdossier

HARLINGEN - De gemeente Harlingen heeft ten onrechte het parkeerbedrijf van Tim Dotinga aan de Oude Trekweg verboden. Dat heeft de rechtbank in Groningen eind vorige maand bepaald. “We hebben deze rechtszaak fors verloren”, zei wethouder Harry Boon. “Het is een stevige uitspraak dus enige nederigheid past ons wel in deze zaak.”

Ondernemerskoppel Tim en Annelieke Dotinga voor Profile Harlingen en het terrein van ‘P10’. De gemeente wil het niet hebben, maar volgens de rechtbank mogen ze er een parkeerbedrijf runnen. (Foto: HC - Ubbo Posthuma)

“Uit de uitspraak blijkt dat de gemeente op onrechtmatige juridische gronden legale parkeerbedrijven de nek heeft omgedraaid”, zegt Dirk Dotinga, de vader van Tim. “Wij zijn van mening dat er zo niet bestuurd mag worden en als dat onrechtvaardig is, komen we op voor onze belangen en die van anderen.”

Tim Dotinga verhuisde met zijn fietsenwinkel naar het voormalige ‘Tuincentrum Siersema’, en gebruikte een deel van het terrein voor betaald parkeren. De gemeente Harlingen ging achter dit soort parkeerbedrijfjes aan: de gemeente heeft miljoenen geïnvesteerd in de toekomstige uitbreiding van het langparkeerterrein aan de Harlingerstraatweg. En de kleine parkeerbedrijfjes - de volgens de gemeente illegaal zijn - passen niet in dat financiële plaatje.

 

Een enkel parkeerbedrijf in de Koningsbuurt mocht volgens overgangsrecht doorgaan met parkeerplaatsverhuur, en diverse parkeerbedrijfjes hebben onder druk van de gemeente de deuren gesloten. Ook ‘P10’ van Dotinga kreeg bezoek van de gemeente, die hem een dwangsom oplegde. De geparkeerde voertuigen werden geteld, en moesten vrij snel verwijderd worden, en anders moest Dotinga 5000 euro betalen. Elk nieuw voertuig dat op P10 parkeerde, zou Dotinga 20 euro kosten, met een maximum van 2000 euro. En dat keer twee, want het ging om twee terreinen.

 

Ruim een jaar later stonden Dotinga en de gemeente tegenover elkaar, bij de bestuursrechter in Groningen. Dotinga had juridisch advies ingewonnen, maar ging zonder beroepsmatige rechtsbijstandverlener naar de rechtbank. Inzet was het bestemmingsplan, en volgens de rechter staat dit plan parkeeractiviteiten toe. De gemeente beriep zich op een beperkend artikel verderop in het bestemmingsplan, maar dat was volgens de rechtbank van ondergeschikt belang. “De strenge uitleg van de gemeente zou inhouden dat er nergens in het gebied nog geparkeerd zou mogen worden”, stelde de rechter. “Iets dat (…) evident niet de bedoeling kan zijn.”

 

De rechter veroordeelde de gemeente Harlingen tot betaling van de proceskosten van in totaal ongeveer 435 euro. Daarnaast moet de gemeente ruim 2000 euro aan dwangsommen betalen, voor het overschrijden van meerdere wettelijke beslistermijnen.

 

Volgens wethouder Boon gaat de gemeente mogelijk hoger beroep aantekenen tegen de uitspraak. Verder wacht de gemeente de uitkomst van een andere rechtszaak bij de Raad van State af. Deze zaak, eveneens aangespannen door Dotinga, draait om beperkingen voor parkeerbedrijven die de gemeente heeft toegevoegd aan het bestemmingsplan (de HC berichtte daar vorige week over). “Wij zijn van mening dat de gemeente als overheidsmonopolist het parkeren als melkkoe ziet en werkelijk alles doet om dat voor elkaar te krijgen”, zegt Dirk Dotinga. Volgens Dotinga past de gemeente Harlingen de Nederlandse wet aan, en is er sprake van een “Harlingse wet op parkeren”. “Hiertegen hebben wij beroep ingesteld bij de Raad van State.”

Als de Raad Dotinga in het gelijk stelt, kan er weer geparkeerd worden op P10, en mogelijk ook bij andere parkeerbedrijven. Daarnaast is de kans groot dat er schadeclaims volgen.

 

|Doorsturen