Nieuws

Column DAT TREFT - Surfopa

Door Jeroen Pietersma
Daar zit hij, in z?n surfpak. Tussen de opgerolde zeilen in een busje. Zonge-kleurde kop, spierwit haar. Zijn bruine benen bungelen ontspannen langs de bumper. Achtenveertig was-ie, toen hij voor het eerst op de plank stapte. De schuld van zijn zoontjes.

Die hadden het peddelen wel gezien. “Goed, leer maar surfen. Maar denk niet dat ik drie uur op de kant op jullie ga staan wachten.” Met die woorden begon het. Zijn zoontjes zijn dertig nu, en nog maar weinig op het water. “Kinderen, hè? Je weet hoe dat gaat.” Nee, dan hij. Als het waait is hij aanwezig. Zeventig jaar oud. De Surfopa, zo noemen ze hem. Omrop Fryslân, de Leeuwarder Courant, de krant van Engelum. Allemaal weten ze hem te vinden. Hij is zelfs een keertje herkend. In Italië, was het. “Héé, u zat in Man Bijt Hond!” Tja, die waren ook bij hem langs geweest met een cameraploeg, een jaartje of wat geleden. “Maar ach, dat Man Bijt Hond, daar kijkt toch verder niemand naar.” Al drie keer reisde de zeventigjarige af naar surfmekka Tarifa. Gewoon, met de auto. Zesendertig uurtjes doorkachelen en dan het water op. Mooi man. Geen honderd mensen op het water daar, nee, dúízenden. In Tarifa ben je nooit alleen. Alleen. Dat was hij wel die ene keer dat hij in de Harlinger vaargeul dreef. Surfplank kwijt, zeil kwijt. Pas na een uur vonden zijn surfmaatjes hun com-pagnon weer terug. Linke boel. Maar stoppen, nee. Surfopa wil door zolang het kan. “Kijk, het molentje draait alweer best.” Hij tuurt naar de dijk. Pauze voor-bij, betekent dat. De wind is goed. Er moet gesurft worden, en vlug. Dúízenden watersporters in Tarifa. Mooi man. Maar veel zeventigplussers zullen er niet tussen hebben gezeten. Alle lof voor Surfopa. Hangloose, ouwe.

Tamara

|Doorsturen