Nieuws

Zo’n verhaal van Marten Blom

Het vaccin 2.

De roze cavia’s in de paarse trein wuifden Jelle al zingend toe. Jelle, die goed opgevoed was, deed zijn best om terug te wuiven terwijl hij onder vuur genomen werd door drie felgroene pinguïns met anti-tankwapens. De kleine iglo waar hij zich met de moed der wanhoop in wrong daverde van de impact. Maar de iglo bleef gelukkig overeind staan en was een stuk groter van binnen dan deze van buiten geleken had. Weer heel anders dan die kathedraal waar hij daarvoor in gerend was en die van binnen een vogelhuisje bleek te zijn.

Toen Jelle de bommenwerper achter in de iglo zag staan, was hij zo opgelucht dat  hij even niet oplette en in een oranje braamstruik terecht kwam die daar even uit de grond groeide. Toen hij zich daaruit bevrijd had en eindelijk achter de stuurknuppel plaatsnam, voelde hij zich vreemd opgezwollen. Hij ramde het vliegtuig woest heen en weer om de gummiberen van het landingsgestel te schudden, maar of dat goed gelukt was kon hij niet zien, omdat zijn blikveld opeens gevuld werd met groene gezwellen. Die kwamen overal uit zijn huid, zag hij, en op het moment dat hij dat constateerde kwamen die gezwellen tot uitbarsting.

Oorverdovende knallen overal om hem heen en de cockpit zag van binnen snotgroen van de pus. Jelle kon niet meer zien waar hij vloog en de bommenwerper maakte al dat alarmerende ‘Njjjèèè!’ geluid, wat bommenwerpers nu eenmaal maken als ze neerstorten. Alsof dat niet genoeg was, werd plotsklaps de deur aan de passagierskant opengerukt en zo’n verdomde gummibeer wist zich naar binnen te wringen. Maar Jelle was niet van gisteren en maakte een enorme slinger met zijn stuurknuppel die veranderd was in een autostuur. De gummibeer, die potsierlijk genoeg een politie-uniform droeg, werd de passagiersdeur uit gelanceerd, onderwijl schreeuwend: ‘Maar, meneer, u weet niet wat u doeóét!’ ‘En ik heb een toetoet toeter op mijn waterscooter,’ riep Jelle tevreden terwijl hij het portier weer dicht klapte.

Hij bleef zo even tevreden doorrijden, gelukkig met het mooie weer en de weinige zorgen die hij voor de verandering eens had. Zorgen? Welke zorgen? Waar kwam hij ook alweer vandaan? De telefoon ging. Antje, zijn vriendin, zag hij. Hij drukte op de knop, en haar stem klonk door de cabine: ‘Met mij. Hoe is het met je vaccinatie gegaan? Had je nog bijwerkingen?’ ‘Pfffrrr... bijwerkingen!’ zei Jelle, ‘Nee, joh. Je kènt me toch? Nee, ik heb nergens last van!’

‘Oh, nou gelukkig maar’, zei Antje. ‘Hé, heel wat anders: er was net zo’n vaccinatielocatie in het nieuws. Scheen dat er iemand helemaal uit zijn dak flipte, nadat hij vijf doses Astra Zeneca toegediend had gekregen. Reed met zijn auto allemaal van die vaccinatiehokjes omver en gooide al rijdend een politieagent uit zijn auto. Dat was toch niet bij jou, hè. Hahaha!’ ‘Haha?’ zei Jelle ietwat uit het lood geslagen. ‘Nee, ik heb alleen een... een gummibeer? uit mijn auto gegooid...’ ‘Haha, nou dan zal het aan jou niet liggen. Tot straks, schat!’ zei Antje.

‘Ja... tot straks...’ zei Jelle. Het was doodstil op de weg. Hij fronste zijn wenkbrauwen. Zette de autoradio aan. Het journaal: ‘…De weghelft waarop de verdachte tegen het verkeer in rijdt, is afgesloten. De 25-jarige man is mogelijk gewapend en wordt beschouwd als zeer gevaarlijk. Zijn naam is Jelle Dijksma...’

‘Neeee….’ riep Jelle.

Einde.

|Doorsturen

Buienradar



Agenda