Nieuws

Zo'n verhaal van Marten Blom: Wolf in schaapskleren

‘De eerste wolf wandelde op 7 maart 2015 Nederland in. Dat gebeurde in Drenthe. Nummer twee volgde in 2016 en sinds de zomer van 2017 bezoekt de ene na de andere rondzwervende jonge wolf Nederland. Dit verzin ik niet, dit komt rechtstreeks van www.wolveninnederland.nl.’ Gerben nam even een slokje water en een moment om zijn bril schoon te poetsen. Hij zweette als een otter en moest pissen als een stier. In zijn gedachten maakte hij continue gebruik van dit soort dieren-metaforen. Het was geen obsessie, alleen maar een hobby, dacht hij terwijl hij onbewust een beetje giechelde ten overstaan van een schoolklas van zo’n 25 zestienjarigen. Hij plantte zijn bril weer ferm op zijn enigszins aardappelvormige neus en vervolgde: ‘Wolven zijn erg schuwe dieren en niet zonder reden! Honderdvijftig jaar geleden waren ze allemaal verjaagd en/of uitgeroeid.’ Een leerling stak zijn vinger op. ‘Oh, eh, een vraag? Meestal doen we de vragen aan het eind, maar ik neem aan dat we wel een keertje een uitzondering kunnen maken, haha?’ zei Gerben, terwijl zijn brein een klein manisch sprongetje maakte door deze onderbreking. Hij moest nog steeds nodig plassen. Meteen kwamen de dierenmetaforen in hem op: schijten als een reiger, pissen als een stier, wippen als konijnen… In gedachten stopte Gerben alle dieren in een grote pot, precies zoals hij dat in therapie geleerd had, en draaide daar ferm het deksel op vast. Hij was zich ook niet bewust van het feit dat hij hier op het podium een denkbeeldige pot stond dicht te schroeven. Zo al met al had Gerben van der Hamsterd het vrij druk met zijn gedachten, zo druk dat hij moest vragen of de leerling zijn vraag wilde herhalen. ‘Ik zei dus..’ zei de leerling, ‘als we die schuwe diertjes vrijwel nooit te zien krijgen, wat is hun toegevoegde waarde dan voor de natuur in Nederland? En vraag twee: kan er niet een heel goede reden zijn geweest om 150 jaar geleden al die wolven uit te roeien? Ik zeg: nationale veiligheid?’ ‘Nou, ten eerste zou ik willen opmerken dat dieren er niet zijn voor ons entertainment,’ zei Gerben, ’dus is het irrelevant of wij ze te zien krijgen of niet. Wat relevanter is: ze komen hier oorspronkelijk vandaan en horen dus thuis in ons ecosysteem. En je tweede vraag: 150 jaar geleden was ons land in de greep van fabels en bijgeloof. Heksenvervolgingen en roodkapje en de boze wolf!’ Gerben lachte wat om zijn eigen opmerking over Roodkapje, maar was daar alleen in. En die vervelende leerling begon weer te praten. Gerben begon bang te worden dat zijn blaas zou knappen. ‘Als dieren er niet zijn voor ons entertainment, zijn sommige dieren er dan voor het entertainment van andere dieren? Ik zeg dit alleen maar omdat in 2020 alleen al, 291 schapen gedood werden door wolven in Nederland. En dat hoeft u niet van me aan te nemen, dat kunt u rustig nalezen op www.destentor.nl. Dat klinkt al behoorlijk als spelen met je eten, in mijn oren. En als eten buiten je ecosysteem, of horen tamme schapen ook thuis in een systeem van survival of the fittest? En dan nog dit: ik wist niet dat we in 1871 nog aan heksenvervolgingen deden. En het originele verhaal van roodkapje stamt uit de 17e eeuw.’ Op dit punt werd de leerling onderbroken door zijn klasgenoten: ‘Boring! Jij bent nog saaier dan die Ko de boswachter! Gaan we nog echte wolven zien?’ ‘Geen sprake van!’ zei Gerben verontwaardigd. ‘Die dieren gaan we niet lastig vallen!’ ‘Maar wat gaan we dan doen, deze excursie?’ vroeg een meisje, oprecht perplex. ‘Uitwerpselen!’ zei Gerben triomfantelijk. ‘We gaan een frisse tocht van een uur door het bos maken en de uitwerpselen van wolven bestuderen! Daar kan je ontzettend veel van leren!’ ‘O. We gaan een uur in de regen lopen en dan met onze handen in de hondenpoep roeren,’ vertaalde het meisje. Toen kon Gerben eindelijk de aardappels afgieten en zijn zwager een hand geven. De dierenmetaforen waren even op. De klas stommelde mopperend het informatiecentrum van het natuurgebied uit, de regen in. 

Na een kwartiertje kwam de vervelende leerling, die gewoon Jort bleek te heten, naast Gerben lopen en Gerben moest zowaar zijn mening bijstellen over de jongen, want hij bleek zowaar goed gezelschap te zijn. Nu sloeg het weer om en het piste nu ronduit van de regen. Het regende zo hard dat de klas in paniek raakte. En Gerben moest toegeven dat hij geen flauw idee had waar ze waren. Op dat moment kwam Jort uit de stromende regen tevoorschijn, zwaaiend met zijn mobiele telefoon. ‘Meneer Hamster! We zijn hier vlakbij de boerderij van mijn ouders! Mijn vader zegt dat we allemaal mogen komen schuilen!’ ‘Eh... Van der Hamsterd is de naam, maar dat is fantastisch, Jort!’ zei Gerben. En zo gezegd, zo gedaan. 

Al gauw stuitten ze op een grote schuur naast een boerderij, waar de ouders van Jort vuur hadden gemaakt in twee oude olievaten. Een heerlijke lucht van gebraden vlees kwam van de barbecue. Er ontstond eigenlijk een spontaan feestje. Na de barbecue begonnen één voor één de ouders met auto’s te arriveren om de kinderen op te halen. Maar dat ontging Gerben allemaal. Hij was in een fascinerende discussie geraakt met Sybren, de vader van Jort. Over schapen en wolven en over wolvenhekken. Gerben, die al heel wat van de zelfgestookte Jenever van Sybren achter zijn kiezen had, raakte in vuur en vlam en weldra werd het later en later. Het was, zo zei hij, esthetisch niet verantwoord om hekken te plaatsen tussen de ene diersoort en de andere. Daarmee zei je ‘dit is groep A en dat is groep B en met dit hek zeggen we: die soorten geven we nooit een kans om bij elkaar te integreren. Sybren argumenteerde dat het wellicht wat moeilijk was om wolven te laten integreren als je schapen, zonder hek, praktisch op een schaal serveerde. Stel je voor, Gerben, zo zei hij, dat ik tegen je zeg dat je deze kipsaté wel mag hebben, maar die niet. Dat gaat toch niet? Maar dat was nu precies wat wél ging, had Gerben gezegd, en nog een heleboel meer, maar daar wist hij nu niks meer van. 

En toen was hij hier. Het was erg donker, op het schermpje van zijn telefoon na. Hij voelde iets zachts en kwam tot de conclusie dat hij een schapenvacht om zich heen had. Zo mak als een schaap, dacht hij meteen. Hij voelde aan de vacht en merkte dat die droop van de marinade. Toen ging zijn blik terug naar zijn telefoonschermpje. Hij had een berichtje gekregen.

Beste Gerben, stond er. Ik heb genoten van onze discussie vanavond. Je bevind je precies op de grens van Friesland en Drenthe waar we, speciaal voor jou, een gat hebben open gelaten in het wolvenhek. We volgen je met infraroodcamera’s terwijl jij ons, op je eigen nadrukkelijke verzoek gaat demonstreren hoe schapen en wolven in een eerlijke dialoog hun geschillen gaan oplossen. Zoals gezegd volgen wij je op de voet. Veel succes!

Toen Gerben opkeek van zijn schermpje, keken twaalf paar wolvenogen naar hem terug. Een wolf legde zijn kop in de nek en stootte zijn typische wolvengejank uit. De rest volgde meteen. Zou het ‘eten!’ betekenen? Gerben zou het nooit meer weten.    

Einde.   

|Doorsturen

Uw reactie


Buienradar



Agenda