Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom: Storm en Snuffie II

Storm en Snuffie II

De laatste keer dat ik over onze konijnen schreef, was het mannetje, genaamd Storm, net gearriveerd in ons gezin. Nadat ons grijze oude mannetje Flappie, (ja, mijn zoon duldt geen flauwekul als het om dierennamen gaat) na vier jaar ten prooi was gevallen aan een vuige parasiet in zijn hersentjes, verscheen Snuffie (dat bedoel ik dus; geen gekkigheid) op het toneel. De mensen van de dierenwinkel, van de dierenartsenpraktijk en, zoals het leek, iedereen, zei opeens tegen ons dat konijnen Sociale Dieren zijn. Snuffie, zo wist iedereen ons plotsklaps overal te vertellen, had een vriendje nodig. En zo kwam het dat onze Storm, die in een vorig bestaan bij een ander baasje nog Nijntje heette, ook een lid van ons gezin werd. Of in elk geval een lidje dan. Hoe de aanpassing aan elkaar en het verdelen van het territorium verliep, heb ik al uitgebreid beschreven in Storm en Snuffie I. Ik beëindigde dat relaas met de wellicht conventionele, maar voor de mannelijke lezers in ieder geval bevredigende conclusie, dat vrouwtjeskonijn Snuffie na een hoop stennisschopperij het onderspit delfde en voor mannetje Storm letterlijk door de knieën ging , ja, zich plat op de grond werkte in onderdanigheid voor al dat machismo.

Wel, dat lijkt nu een hele tijd geleden. Vrouwelijke lezers veren wellicht aangenaam verrast op bij het lezen over de transformatie die mevrouw Snuffie is ondergaan. Het dartele zwarte konijntje dat we ooit in huis haalden is groot geworden. Het mag dan in de verste verte geen Vlaamse Reuzin zijn, vergeleken met arme Stormpje is het, in de woorden van mijn vrouw, een Homp Van Een Wijf geworden. Storm, die toch al de heroïsche uitstraling van een gecastreerde boekhouder had, valt vrijwel in het niet naast het zwartharige bonk konijn dat Snuffie heet. Op een dagelijkse basis ontstaan er klopjachten door het stro, waarbij Snuf haar driehoekige kop in Storms buik probeert te porren. Overigens is Storm ook echt gecastreerd, dat was geen beeldspraak. En Snuffie is nog duidelijk niet gesteriliseerd. Dat kan op zijn vroegst ergens deze zomer. Een dame van de dierenartsenpraktijk wist me te vertellen dat het vóór die tijd ‘daaronder’ nog allemaal veel te kwetsbaar is. Daar kan ik wel begrip voor opbrengen. Het wordt sowieso allemaal heel helder als je bovenstaande voorstelt met mensen in plaats van dieren. Dat Storm écht een ietwat flegmatieke, gecastreerde boekhouder in een kooi is. In antwoord op zijn zucht naar wat menselijk gezelschap zonder bijbedoelingen, gewoon iemand om zijn levensbeschouwingen mee te delen, wordt hem een jonge, zwartharige en tomeloos hitsige dame toegewezen. ‘Nou, ik zou het wel weten!’ brullen de met een goede voorraad testosteron uitgeruste lezers onder u misschien. Maar Storm heeft geen voorraad testosteron. Storm wil alleen maar rust. En geen reuzenhand die uit de hemel neerdaalt om een antibioticakuur in zijn ooghoeken te druppelen. Precies zo’n hand knipte ooit zijn hele zaakje in één -snip!- van zijn arme lijf af. Je weet maar nooit wat zo’n hand nog meer kan doen. Meewarig kijkt het mannetje Storm naar juffrouw Snuf, die voor de verandering eens één seconde niet op zijn nek zit. Laatst hoorde hij de baas zeggen dat Snuffie binnenkort ook wel ‘geholpen’ moet worden. Storm kijkt even bedachtzaam naar zijn onderkant en dan verschijnt er, ondanks zijn gemoedelijke karakter, een snode glimlach op zijn snuit.

|Doorsturen