Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Telefoonverslaafd

Ik hoor het van alle kanten: ze zijn hard toe aan vakantie. En met ‘ze’ bedoelen we dan de kinderen. Op het schoolplein hoor ik verhalen over woede- of huilaanvallen en thuis lijkt het alsof mijn zoon elke ochtend nog steviger in zijn bed vastgeplakt ligt dan de ochtend daarvoor. Zijn neiging om zijn mobiele telefoon altijd en overal mee naar toe te nemen moet ik vooral niet zien als een poging om beter bereikbaar te zijn. Het tegenovergestelde is eerder het geval. Toch zie ik veel overeenkomsten met mijn eigen gedrag, toen ik zo oud was als hij nu. In de jaren tachtig had ik dan wel geen mobieltje (wie wel?), maar in plaats daarvan liet ik van boven uit het huis waar ik nog alleen met mijn ouders woonde (mijn broer en zus waren het huis al uit), een soort metalen waterval van de trap af bulderen. Met andere woorden: De rauwe tonen van Iron Maiden en Judas Priest spatten vanuit mijn platenspeler door het huis, waar ze een verdieping lager een oorverdovende barrière vormden tussen mij en mijn ouders. Zoals mijn moeder destijds met een kopje thee voor mij in de hand de trap besteeg en daarbij het muzikale geweld trotseerde, zo probeer ik nu ook mijn zoon in leven te houden met een glaasje drinken of een cracker. Met zijn koptelefoon op staart hij maniakaal naar zijn telefoonscherm, daarbij een pantomime van opgewonden bewegingen opvoerend van heb ik jou daar. Zoals ik destijds mijn moeders beklimming van twee trappen beloonde met de mededeling dat ik helemaal niet van thee hield, zo weet mijn kind me te vertellen dat hij ‘toch helemaal niks besteld had?’ 

De conclusie dat het joch ‘telefoonverslaafd’ is, is makkelijk getrokken. Te makkelijk. Zoals destijds mijn muziek en de opkomst van Sky Channel en MTV mij een opwindend alternatief aanreikten om te ontsnappen aan de realiteit van het Purmerend in de eighties, zo droomt mijn zoon nu ook weg op het idee dat hij wellicht ooit een wereldberoemd YouTuber wordt. Aangezien mijn ouders iedere vorm van popcultuur op TV beschouwden als een verkapte poging om mijn kwetsbare kinderziel te besmeuren, zat ik altijd aan de buis gekluisterd als ze ook maar even hun hielen lichtten. Hoe meer commentaar mijn ouders hadden op wat ik keek, hoe sterker de aantrekkingskracht werd. Maar dat was nog in de tijd dat we het over een generatiekloof hadden. Nu is er wat heel anders aan de hand. Nu ligt niet alleen mijn zoon voor pampus met zijn  telefoon op de bank, hij wordt ook nog eens aan beide zijden geflankeerd door zijn - ook op de telefoon - Netflixende en gamende ouders die ook hard aan vakantie toe zijn. Ja, probeer dan maar eens autoriteit uit te stralen. ‘Doe wat wij zeggen, zoon!’ zeg je dan. En: ‘Doe vooral niet zoals wij doen!’

Dat is het moment om toe te geven dat er iets gebeuren moet waar niet alleen je kind van opknapt, maar jij zelf ook. Dus toen mijn vrouw een middag bij haar familie was, gingen de mannen zwemmen. We hebben zeker drie uur geen mobiel gezien. En we hebben die pokkendingen ook bepaald niet gemist. Er dook in het zwembad nog een vriendje van mijn zoon op en het eerste onderdeel was: Blijf Op Je Surfplank Staan. Dat gaat zo: je zet twee dwergen op zo’n drijvende mat. Zij moeten blijven staan terwijl jij die mat onder hun voeten heen en weer schudt. En lummelen. Degene die de lummel is, moet de bal te pakken krijgen. Degene die de bal heeft laten pakken is dan de nieuwe lummel. En als afsluiter deden we een wedstrijd in het maken van het grootste bommetje. Bij ons in de familie noemen we dat dan een Blommetje. Ik weet niet of er een moraal aan dit verhaal zit. Ik was in elk geval opgelucht dat we gewoon lol konden hebben in de ‘echte wereld’. Want zo saai is die nu ook weer niet.

 

|Doorsturen

Uw reactie


Buienradar



Agenda