Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Toeval bestaat

Laat ik maar gewoon bij het begin beginnen, dat maakt het alleen maar meer begrijpelijk.

Een paar weken geleden trok ik mijn zoon en vrouw vanachter hun netflix-schermen vandaan en ging een stukje met ze toeren. Het was een stralende, warme dag en na enige omwegen reden we Zurich (het dorp in Friesland, niet die andere) in, komend uit de richting van de Afsluitdijk. Op een klein parkeerplaatsje aten we onze meegebrachte boterhammen en Snelle Jelles op en spoelden alles weg met eveneens meegenomen limonade. Dat kon ook niet anders, want het café/hotel aan de overkant van de straat was duidelijk niet meer in gebruik. Toen we even later door de plaatselijke koster werden rondgeleid door Zurichs inimini gerestaureerde kerkje, vertelde hij dat Bulgaren en/of Roemenen in het hotel waren getrokken. Overigens was deze koster een allerhartelijkste man die heel verstaanbaar kon vertellen, behalve als hij bij de naderende climax van zijn anekdotes de punchline verknalde door opeens een volslagen onverstaanbaar woord uit te spreken. Aangezien die anekdotes vrij talrijk waren, stopte ik met vragen of hij het nog een keer kon herhalen en lachte beleefd doch schaapachtig mee. Dat was zo’n twee weken geleden.

 

Gisteren zag ik op de rouwpagina van de HC een foto van een man staan, die ik nooit echt persoonlijk gekend heb, maar die ik wel vanaf de eerste dagen dat ik hier in Harlingen kwam wonen (1999) overal wel een keer tegenkwam. Ronald Jan Fokkema. Ik heb zijn naam nooit geweten. Ik wil niet pretenderen dat ik hem kende, maar ik vroeg me wel vaak af wat hij deed. Hij had zowel een dirigent als een rockster kunnen zijn, maar voor die laatste categorie had hij te veel van een intellectueel. Niet dat ik zou weten wat een mens nu precies intellectueel maakt. Maar goed, doordat ik wilde weten wat hij deed en ook doordat ik besefte dat hij niet erg oud kon zijn geworden - hooguit vijf jaar ouder dan ikzelf? – besloot ik hem te googelen, zoals dat heet.

En zo stuitte ik op een column van Martin Bril in het AD van 2006. Bril vertelde hierin dat hij uit de richting van de Afsluitdijk Zurich in reed. De zon scheen volop toen hij zijn auto op hetzelfde parkeerplaatsje zette als wij 13 jaar later zouden doen. In tegenstelling tot ons echter, stak hij de straat over en zat binnen de kortste keren onder een parasol koffie te drinken, want in 2006 was Hotel/café Het Steenen Hoofd nog gewoon in gebruik. Verder was Zurich net zo uitgestorven als in onze tijd. Ware het niet dat Bril een in het zwart gehulde gedaante beschreef die het hotel langzaam vanaf de snelweg naderde. Gezien die zwarte kleren schreef hij dat dit wel een dichter moest zijn, en ja, hij bleek gelijk te hebben: het was een dichter en wel Ronald Jan Fokkema. De dichter had een koker bij zich met grote vellen papier erin, waarop hij zijn gedichten had geschreven. Ze voerden een kort gesprek, waarna Ronald Jan zijn weg vervolgde, de dijk over en hoogstwaarschijnlijk terug naar Harlingen. Martin Bril beschreef daarna nog wat ontmoetingen bij nog wat meer kopjes koffie, maar dat beeld van die naderende en weer vertrekkende figuur in het zwart onder een stralende zomerzon bleef me hardnekkig bij.

Later denk ik: ‘Wie is Martin Bril ook alweer?’ Dus weer googelen. Het was de verkeerde vraag. ‘Wie was Martin Bril?’ moest het zijn. Want Martin Bril, columnist voor het AD, auteur en ook dichter, was in 2009 al overleden, zag ik. Dan heeft Ronald Jan het toch nog een stuk langer uitgehouden. Maar oud zijn ze geen van beiden geworden. Het zou mooi zijn als ze nu ergens nog wat langer samen aan een kop koffie zitten. Of aan zo’n gele rakker met schuim. In de zon. 

Voor  de column van wijlen Martin Bril: https://noorderbreedte.nl/2007/08/01/zurich-2/

|Doorsturen