Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Een bezoekje aan een oude vriend - deel 3

De vorige keer dat ik hier schreef over mijn oude vriend JP, ofwel Jan Paul Delhaas en zijn vrouw, chefkok Natasja Postma, besloot ik met de opmerking dat ‘de rest history’ was, maar dat we met die uitdrukking gemakzuchtig over een enorme berg werk en haken en ogen stappen. Laat ik deze keer ook eens beginnen om de tegenstribbelende Natasja Postma in de spotlight te schuiven, want zij was totaal onderbelicht in de voorgaande stukjes. Tas houd niet van poespas en dat staat haar goed. Maar ondertussen timmert ze wel danig aan de weg. Mijn eigen ervaring met haar culinaire vaardigheden is uitermate positief – ik wist niet dat eten zo’n welhaast orgastische reactie kon oproepen, totdat ik een paar keer bij (toen nog) hun restaurant ‘Wink’ had gegeten. Helaas legt de getuigenis van een man die ooit besloot om een vriend te onthalen op een feestmaaltijd van half zwartgebakken sla, weinig gewicht in de schaal. En ja, die man was ik, en die vriend JP. Ik moet naast dit monsterlijke culinaire onvermogen wel andere, zwaar compenserende kwaliteiten hebben, anders was de hele vriendschap in de kiem gesmoord.

Nee, wat meer indruk maakt is de mening van Johannes Van Dam, culinair recensent van Elsevier en Het Parool. Die zette ‘Wink’ doodleuk op nummer 4 van zijn culinaire top 5. Van Dam stond bekend als een man die een restaurant kon maken of breken. ‘Wink’ kreeg een 9,5 van hem. Niet lang daarna overleed hij op zesenzestigjarige leeftijd en vereeuwigde daarmee in feite zijn oordeel, onherroepelijk. En niet alleen Van Dam was positief, ik weet dat ze ook nog in ‘The Times’ verschenen en de lijst is inmiddels vast langer dan mijn arm. Even terug naar die stugge Catalanen in Banyuls-sur-mer en ‘Les Neuf Caves’. Die lazen ‘The Times’ vast niet, laat staan dat daar iemand was die de naam ‘Johannes van Dam’ kon uitspreken. Een eerste begroeting werd verricht door een autosleutel langs de zijkant van die Nederlandse auto te krassen. En zelfs de wijnmakers, die toch wat in JP moesten zien, zagen niet meteen zoveel in de rol die het culinaire in hun onderneming moest spelen. Totdat ze zagen wat voor publiek Natasja trok. Dat is keihard werken geweest en dat is het nog. Maar inmiddels steken ze ook op hun nieuwe stek met kop en schouders boven het culinaire maaiveld uit. Maar van mij hoef je het niet aan te nemen; google ze maar.

Hoe dan ook, om Les Neuf Caves te kunnen kopen, moest Wink verkocht worden. En er was een koper. Een heel langzame koper, zo bleek. Maandenlang heeft JP de wijnmakers moeten verzekeren dat ‘het goed ging komen’ en heeft hij tussen Banyuls en Amsterdam heen en weer moeten pendelen om de aspirant koper tot daadwerkelijk kopen aan te zetten. JP was al een crowdfundingactie begonnen om het aankoopbedrag voor Les Neuf Caves bij elkaar te krijgen. Dan maar geen verkoop, ze zouden Wink blijven runnen, tegelijk met Les Neuf Caves. Bepaald geen kattenpis, qua uitvoering. Maar op dat moment nam een derde partij de schuld van de aspirantkoper op zich. Deze partij betaalde JP en Natasja in één keer het verkoopbedrag van Wink, om vervolgens de nieuwe eigenaar in een rustiger tempo te laten afbetalen tegen een wellicht minder aangenaam rentepercentage. Ere wie ere toekomt, zou ik zeggen. En de rest is nog steeds geen ‘history’. Ik vergeleek JP weleens met oom Oswald van Roald Dahl, volgens hem ‘te veel eer’ en dat kan ik goed begrijpen als ik alleen zou doelen op de snoodheid van deze schuinsmarcherende verhaalfiguur. Nee, ik doel meer op de enorme fantasie, inventiviteit en het vermogen om de daaruit voortkomende plannen realiteit te laten worden. Een week na mijn bezoek arriveert een internationaal gezelschap in Les Neuf Caves. Amerikanen, Chinezen, wijnkopers. Er wordt stevig ingekocht van de verzameling beperkt leverbare (dus exclusieve) wijnen. Hoe die kopers daar komen? En waarom? Dat is het verschil tussen mij en dit ondernemende duo; ik heb geen idee en zij wel.

 

|Doorsturen