Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Een bezoek aan een oude vriend

Gisteren arriveerde ik op het vliegveld van Barcelona. Ondanks of dankzij mijn 48 jaar was ik ietwat nerveus en dat bracht mij ertoe om aan te pappen met een groep moederlijke Spaanse dames naast mij in het vliegtuig. Mijn onbeholpen pogingen om hun taal te spreken oogstten uiteraard succes. Overigens was ik niet de enige die trucs uithaalde om een tijdelijke thuishaven te creëren. Voor het instappen was er een zwangere moeder met nog een kind aan de hand naast mij neergestreken in de wachtruimte. Kennelijk gekwalificeerd als betrouwbaar mocht ik een korte rol spelen als surrogaatvader. Er werd overleg gepleegd over het invoegen in de rij en ik mocht op de sjaal en jas van haar kind passen terwijl zij met hem naar het toilet was. Een tijdje later trof ik haar weer aan met een nieuwe surrogaatvader naast haar. ‘Ja, ik bén wel een pappa,’ hoorde ik die zeggen, ‘maar niet jouw pappa, haha!’ Zo gaat dat. En dat is prima. Ik heb thuis een prima vrouw en zoon. Maar zo’n tijdelijk dienstverband mag ik nog wel aangaan van ze. Toen de dochters van de moederlijke Spaanse dames mij ook met belangstelling begonnen gade te slaan, stapte ik op tijd uit het vliegtuig en daarmee uit weer zo’n tijdelijk dienstverband. Mijn oude vriend JP stond mij op te wachten zoals hij dat altijd en overal doet. Niet alleen alsof hij op deze luchthaven thuishoorde, maar ook nog alsof hij er aandelen van bezat.

Tijdens de rit naar zijn nieuwe woonplaats, Banyuls-sur-Mer, viel langzaam de nacht. Ik was niet verbaasd toen zowel het gesprek als de rit de dynamiek van een achtbaan aannam. Terwijl de laatste zonnestralen van de dag over de rijzende en dalende vormen van het landschap speelden, vond er in de auto geen afwachtende stilte, maar een diepte-interview plaats.  Via Facebook begreep ik dat de stormachtige horeca-carrière van JP en zijn vrouw Natasja , die in de Amsterdamse Pijp begonnen was, zich plotsklaps verplaatst had naar het terrein dat we in de nu snel vallende duisternis naderden: Banyuls-sur-Mer. Niet geheel zonder gevoel voor drama vertelde mijn gids over dit voor mij onbekende grensgebied tussen Frankrijk en Spanje. De Catalanen voeren hier de scepter en verwar ze vooral niet met Fransen of Spanjaarden, zei mijn vriend met een vertrouwde glinstering in zijn ogen. Even later stopten we bij een tankstation waar ik bij de kassière afrekende. Bij het in ontvangst nemen van het wisselgeld bekende ik haar dat ik geen idee had in welk land ik mij bevond maar in elk geval: ‘Merci beaucoup’.

Waarop de rit weer in hoog tempo verder ging. Geen bocht zag ik aankomen in het nu volslagen donker. Een sterk ‘Kuifje’-gevoel bekroop me terwijl JP sprak over ‘contraband’, gesmokkel in deze streek. Sigaretten, drank en drugs. Voortvluchtige bootvluchtelingen en rotzooi trappende, radicale Catalanen. Toen we over de top van weer een helling kwamen, ontvouwde zich aan de onderkant van onze voorruit een helder verlicht stadje. ‘Welkom in mijn stad!’ zei JP met een lach van oor tot oor. En hij dook weer twee haarspeldbochten en drie rotondes door. De rugleuning van mijn stoel lag allang achterover en ik legde mijn lot volledig in zijn handen. Ik had  geen keus.

Niet veel later stuiterde mijn vriend veerkrachtig over dezelfde steile trappen waar ik moeizaam tegen op strompelde. Na een werkelijk uitstekend avondmaal vroeg hij of ik nog een avondwandelingetje wilde maken. Vanuit zijn hoog gelegen appartement daalden we de trappen af naar de baai die als een arena omsloten werd door de stad die tegen de komvormige hellingen gebouwd was. Hij wees naar een boei die ik nu, tijdens het schrijven pas bij het daglicht kan ontwaren. Het ziet er uit… als een kolere eind ver weg. ‘De afgelopen maanden zijn keihard werken geweest,’ zei JP,’ maar weet je wat me op de been heeft gehouden? Nu is het te koud, maar tot voor kort zwom ik elke ochtend naar die boei daar. En als ik dan weer terug zwom, met die stad voor me, dan zei ik tegen mezelf: ik ben er. Ik heb het gehaald!’ En verder stuiterde hij alweer, almaar informatie spuiend. Over lokale politiek, over nationale politiek. Over de wereld die op ramkoers ligt naar een nieuwe crisis. En naar een nieuwe oorlog. Mijn respons was in de loop van de avond van onregelmatig naar spaarzaam gegaan en vandaar naar zero. En net toen ik me afvroeg waar deze dolle wandeling langs strand en stad naartoe ging, haalde hij een rinkelende sleutelbos tevoorschijn om een deur van geroest metaal en glas mee te openen. ‘Les Neuf Caves’ las ik naast de ingang. Alweer verder in een hoge, boogvormige gang stond JP naar mij toegekeerd. Armen boven zich uitgestrekt, één grote lach op zijn gezicht. ‘Welkom in mijn domein,’ zegt hij.

Einde Deel 1 . Volgende keer Deel 2.

 

|Doorsturen