Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Lichttherapie: een verslag

Het wil nogal eens gebeuren dat mijn humeur te lijden heeft onder de winterperiode. Onder het motto ‘Voorkomen is beter dan genezen’ zorgde ik er deze winter voor dat ik doorverwezen werd naar de dichtstbijzijnde lichttherapeut. In mijn laatste stukje gaf ik al verslag van het intakegesprek. Hieronder volgt het verslag van de therapie.

Dag 1. Bij aankomst schreeuwen de extatisch rode tulpenprints op de ramen mij al toe. Er wordt mij een kamertje toegewezen met daarin een groot computerscherm, een vragenlijst op papier en een niet zo groot lichtscherm. Daar kijk ik wat gedesillusioneerd naar. Het heeft de vorm en grootte van een vliegtuigraampje. Ondertussen instrueert een jongedame mij. Eerst de vragen op het grote scherm en die op papier beantwoorden en vervolgens het lichtscherm aanzetten. En dan voor dat scherm gaan zitten. Tegen de tijd dat ik me door de vragen heen heb geworsteld (Vindt u het leven niet meer zo de moeite waard?), is de dame weg en weet ik niet meer hoe lang ik voor het scherm moet zitten. Een kwartier? Een half uur? Ach, denk ik, laat ik maar gewoon beginnen. Er gaat drie kwartier voorbij. Ik scheur me van het scherm los en loop naar de balie. Hoe lang het nu precies moet, vraag ik. Oh, lacht de instructiedame, een kwartier. En hoe lang heb ik dan gezeten? Drie kwartier? Nou, dan was het in elk geval een grondige eerste sessie. Tot morgen, meneer.

Dag 2. Deze keer zit ik keurig een kwartier voor het scherm.

Dag 3. Vandaag wordt me verteld dat de dame die me instrueerde, zich vergist had. Ik moet niet een kwartier, maar een half uur voor het lichtkanon zitten. Als ik donkere ogen had gehad, zou ik zelfs drie kwartier beschenen moeten worden. Gelukkig maar dat ik op dag 1 al per abuis drie kwartier lang gezonnestraald ben, lachen we. Dat compenseert mooi voor dag 2, toen ik maar een kwartiertje ging.

Dag 4. Het valt me op dat ik me nu al vier ochtenden laat belichten in de aanwezigheid van een groot uitgeprint schaap. Ondertussen doet de zon verwoede pogingen om mij te bereiken in dit kleine kamertje. Het schijnt in dunne reepjes net boven en onder de waanzinnige tulpenstickers op de ramen.

Dag 5. Vandaag rijdt mijn vrouw me naar lichttherapie. Ze heeft een dag vrij. Nu kan ook zíj de tulpen en het schaap zien. Ze wacht op me in de wachtruimte met een kop koffie. Op deze laatste therapiedag mag ik weer vragen beantwoorden, zowel op het scherm als op papier.

Dag 6. Intakegesprek of eindevaluatie-gesprek. De dame achter de balie vraagt me of ik weer voor een behandeling kom? Nee, ik kom voor het eindevaluatie-gesprek met de hoofdbehandelaar, vertel ik haar. De dame kijkt even op haar scherm en deelt mij mee dat dit klopt. Even later komt er een man met een vermoeide blik van de trap naar beneden. Eenmaal in zijn kantoor vraagt hij me wanneer ik met de therapie ga beginnen. Ik zeg dat ik net klaar ben. Dat roept enige onrust bij hem op, waarop hij verklaart dat hij de afgelopen week geveld was door de griep. Hoe het nu met hem gaat, vraag ik. Deze rolwisseling doet hem even de ogen sluiten. Ja, nee goed, hervat hij, maar hoe gaat het met ú ? Ik steek van wal. Dat ik had verwacht dat het lichtapparaat groter zou zijn. Oh, hoe groot is dat dan? informeert mijn gesprekspartner, ik heb zo’n ding eigenlijk nog nooit goed bekeken. Nou, ongeveer zo groot als een vliegtuigraampje, vertel ik hem. Met een glimlach vertel ik over de verwarring in verband met de tijd die ik voor het lichtscherm moest doorbrengen. Een kwartier, een halfuur, drie kwartier? Zonder glimlach geeft hij te kennen dat hij het zorgwekkend vindt dat ik geen duidelijke instructies heb mee gekregen. Dat kan ik alleen maar beamen. Maar goed, vergissen is menselijk en hoe je het ook bekijkt: ik voel me ten tijde van dit gesprek een stuk beter dan de eerste dag van de behandeling. En dat vertel ik hem dan ook. Tijdens het gesprek bekruipt mij het gevoel dat de lichttherapie mij zo ad rem heeft gemaakt dat de hoofdbehandelaar er niet tegen opgewassen is. Ik vat nog het een en ander samen en ontsla mij min of meer zelf.

Later krijg ik (op mijn verzoek) nog een nuttig artikel toegestuurd. Er staat in dat, mocht je dit zelf thuis willen doen, schaf dan een lamp met minimaal 10.000 lux en zonder UV-licht aan. Vanaf 200 euro verkrijgbaar. Niet ’s avonds gebruiken; dan raakt je bioritme in de war. En ga te allen tijde eerst naar de huisarts, die kan beoordelen of je overgevoelig bent voor licht of niet. Tenslotte moet ik concluderen dat ik niet zozeer aan depressie lijdt in de winter; het is eerder zo dat ik meer last krijg van Parkinsonverschijnselen naarmate het kouder wordt. Maar die vijf dagen lichttherapie lijken uiteindelijk toch wel de beloofde ‘boost’ te geven. Even wat vrolijker en wat meer energie.

|Doorsturen

Uw reactie