Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Kramp

Het was maandagochtend vroeg. Zes uur, om precies te zijn. Na enkele vruchteloze pogingen wist ik de wekker uit te schakelen. Blijven liggen was geen optie, dan zou ik subiet weer in slaap vallen, met alle gevolgen van dien. Keihard rechtop gaan zitten was ook geen optie, want zonder pillen was ik als een schildpad die met de bovenkant van zijn schild naar beneden lag. Het enige wat er op zat, was zijwaarts uit bed rollen. Alsof ik me in een staat van rigor mortis uit een opgerold tapijt moest bevrijden. Bij dat zijwaarts rollen moest ik wel wat schuin zijwaarts rollen, zodat mijn voeten eerst over de rand gingen en niet mijn hoofd. Eenmaal met mijn benen over de rand kon ik me verder wel naar een positie op mijn knieën manoeuvreren. En dan, grote truc, opstaan! Wat dan weer gepaard ging met veel gebrom en gesteun. Het was net die maandag dat de herfst opeens ouderwets van zich liet horen door een graad of vijf op ons af te vuren. Terwijl ik mijn eerste stap op de trap naar beneden zette, moest ik denken aan wat een specialist onlangs tegen me zei: ‘Krijg je meer last van je Parkinson als het koud is? Daar heb ik nog nooit van gehoord!’ Bij stap twee op de koude trap gebeurde al het onvermijdelijke: mijn linkervoet trok krom door een kramp van heb ik jou daar. Nog een tree verder besloten al mijn vijf linkertenen dat het leuk was om de koppen bijeen te steken. Terwijl ik naar mijn defecte voet keek, dacht ik aan iets wat ik laatst op Facebook las: ‘Voor de jaren dertig had ook nog nooit iemand van de planeet Pluto gehoord. Dat betekent nog niet dat dat ding in de jaren daarvoor niet bestond!’

Ondertussen was ik op de overloop beland, waar ik een pitstop in een leunstoel maakte en drie sokken over elkaar aantrok. Dat bracht me in ieder geval tot halverwege de volgende trap, waar mijn tenen weer naar elkaar trokken en een pees in mijn enkel op het onzalige idee kwam om ook lekker te gaan trekken. Ik was het liefst, de pijn negerend, naar beneden doorgelopen, maar dat ging eenvoudig niet. Ik kon die voet pas in de goede stand op de trap zetten, nadat ik hem geduldig warm had gewreven. Eindelijk in de keuken aangekomen wilde ik zo gauw mogelijk pillen innemen en koffie zetten. Weer probeerde ik die voet te negeren, maar die pees in mijn enkel, of wat het ook was, spande aan als de boog van Robin Hood, maar dan zonder schieten. Met een apart soort hobbelpas greep ik tierend naar de theedoek en wikkelde die ook nog eens om de voet in die drie sokken heen. Het aparte met zo’n kramp is: als het weg is, is het ook echt helemaal weg. Blijkbaar is het bij een bepaalde temperatuur OK en dan is er geen spoortje pijn meer. Maar wee je gebeente als je toelaat dat je voet een graad afkoelt; beng! Dan is het er weer. 

Inmiddels heb ik voor de variatie eens mijn verstand gebruikt om een aantal zaken te ondervangen. Zo heb ik doodgewoon een warm stel sloffen aangeschaft. Ik heb de nachttemperatuur van de thermostaat hoger gezet. En tenslotte heb ik het tijdstip vervroegd waarop diezelfde thermostaat de dagtemperatuur begint te stoken. Het is zo simpel. Maar je moet wel even de tijd nemen om het jezelf wat makkelijker te maken. En als je dan weer enigszins functioneert, heeft een ander ook weer wat meer aan je.

|Doorsturen