Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

De sluis

Toen ik zes jaar werd, stapte ik met mijn ouders en mijn grote zus en grote broer in een vliegtuig om pakweg tien uur later te arriveren op een tropisch eiland, genaamd Aruba. Dat is hoe ik het me herinner. Niet lang geleden las ik in het tijdschrift ‘Quest’ dat bij veel mensen het geheugen tot ongeveer die leeftijd terug gaat, niet verder. Dat zou onder andere te maken hebben met het feit dat we rond ons zesde levensjaar kennis maken met lezen en schrijven. In plaats van indrukken gaan we woordelijke beschrijvingen van indrukken onthouden. We bewaren alles alleen nog maar in boekvorm, bij wijze van spreken. Alle herinneringen daarvoor verworden blijkbaar tot een onoverzichtelijke prullenbak van indrukken die we in het verste hoekje stoppen van de zolder die  onze hersenpan heet. Ik begreep van het artikel dat het bij de meeste mensen zo werkt en zo dus ook bij mij. Dit in tegenstelling tot mijn zuster, die over een zodanig olifantengeheugen lijkt te beschikken, dat ik elk moment verwacht dat ze me anekdotes uit haar embryonale fase gaat voordragen. Ik zeg dit maar even om me in te dekken voor alles wat ik hier onder de noemer ‘herinneringen’ beschrijf. 

Hoe dan ook, ik herinner me dat we op Aruba arriveerden en een hotel in gingen. ‘Talk of the Town’ heette dat. Achteraf had dat wel wat weg van ‘Hotel California’ van The Eagles, als je de platenhoes/CD omslag toevallig kent. Ik zie dat hotel nu als een soort sluis. Bij aankomst gingen we dat hotel in, omdat er nog iets gebeuren moest met het huis waar we de komende vier en een half jaar in zouden gaan wonen. Mijn zuster kan je wel vertellen wat er gebeuren moest met dat huis, maar neem ook maar van mij aan dat op een eiland als Aruba er nog altijd iets moet gebeuren. Dingen gebeuren daar nooit te vroeg en wat volgende week ook nog kan doen we gewoon nog een maand later. Aan het eind van die vier en een half jaar gingen we weer dat hotel in. Vandaar dat ik het een sluis noem. Ik herinner het me als een soort pijnloos tussenstation tussen werelden. Vanuit Nederland, vanuit een bosrijk Eerbeek, vlogen we dit hotel in, waar de tijd stil stond en voor mij nog steeds stil staat. Ik geloof dat het hotel er helemaal niet meer is, maar in mijn hoofd staat het er nog, inclusief rokende hotelgasten in seventiesoutfit. Er was een buffet met allemaal verschillende tropische fruitsappen in glazen kannen, een in mijn ogen fantastisch zwembad en een heel bijzondere tafel. Die tafel stond in de lobby en was gemaakt van een inheemse boomstam. Zoiets heette een Divi-divi- of Kwihiboom en de Arubanen hakten die in die tijd bij bosjes om, teneinde ze om te toveren in salon- en bijzettafeltjes voor de toeristen. Tegenwoordig zijn de paar boompjes die er nog staan, beschermd. Meen ik. Hoop ik. Wat echt bijzonder aan deze tafel was: er was een computerspelletje in gebouwd! Ja, in 1976. Mensen uit de bouwjaren 60/70 kennen ze nog wel. Op een klein, zwart schermpje zag je links en rechts een wit balkje. Daar tussenin ging een wit balletje heen en weer, best traag. Telkens als dat balletje wat raakte hoorde je een piep. Je kon de balkjes aan weerszijden op en neer bewegen en daarmee het balletje onderscheppen. Tennis. 

Nu weet ik helemaal niet zeker of we bij vertrek van het eiland in ‘Talk of the Town’ verbleven. Ik ga het ook niet aan mijn zus vragen, omdat ik het beeld wat ik van ons vertrek heb, nu even intact wil laten. Dat beeld is dat we dat hotel, die sluis, weer ingingen en dat die vier en een half jaar van ons afgespoeld werden. Vier en een half jaar aan zwemmen in een werkelijk oogverblindend mooie zee. Mijn school- en buurtvrienden spoelden weg. Het eerste meisje waarop ik verliefd werd. Onze hond. Mijn poes, Tijgertje. Eindeloos soldaatje spelen in de knoek, zoals het met cactussen en doornstruiken bezaaide landschap daar heet. In het vliegtuig hield ik me voor dat ik het groene Nederland gemist had. Ik verlangde weer naar de bossen. Ik wilde rollen in zacht, groen gras. Toen we alweer een tijdje terug waren deed ik dat. Best een desillusie als je dan weer opstaat van dat grasveldje in Purmerend en tot de ontdekking komt dat er hondenpoep op je rug zit.

 

|Doorsturen

Uw reactie