Nieuws

Zo’n stukje van Marten Blom

Storm en Snuffie

Sinds gistermiddag hebben we een nieuw konijn erbij. Storm. Zo’n twee maanden geleden hadden we Snuffie gekocht, een zwartharig eigenzinnig dametje met bijzonder  expressieve, lange oren. En nu dus Storm. Storm is een gecastreerd rammetje  met witte en bruine partijen die enigszins doen denken aan een koeienvacht. Het beestje is al vier en heeft de opwindende uitstraling van een boekhouder of een bibliothecaris. Juist daarom noemen we hem ‘Storm’, naar de gelijknamige onverschrokken stripheld die het halve universum afreist, op zoek naar avontuur.

 

We haalden Storm op bij een konijnenasiel, want konijnen zijn sociale dieren, hebben wij te horen gekregen en teneinde Snuf het gelukkigste konijn op aarde te maken, heeft ze nu een vriendje. Nu pakte de dame van het asiel de eerste kennismaking heel doortastend aan. Twee luid knorrende en piepende varkens werden hun hok uitgejaagd om plaats te maken voor de first date van ons konijnenkoppel. Storm maakte bedaard een ommetje, kennelijk al jaren verlost van de driften waar hij voorheen onder gebukt ging. Onze Snuf echter vertoonde plots uitermate un-ladylike gedrag. Als een ware nymfomane besprong ze de niets vermoedende Storm. ‘Wat doet ze nou?’ riep mijn vrouw ontsteld. ‘Ze domineert hem,’ zei de konijnendame. ‘Tenminste, dat probeert ze.’ Ondertussen voerde onze Snuf op het hoofd van Storm een rampetampende polonaise uit die het bloed naar onze wangen en kaken joeg. Voor zover je kan spreken van enige uitdrukking op een konijnensnuit, vertoonde Storm hooguit een blik van verveling, terwijl Snuf als een drilboor op hem tekeer ging. ‘Ik vindt het wel een beetje zielig voor dat mannetje,’ zei mijn zoon. Ik keek even in die volslagen niet-gepassioneerde ogen van het gecastreerde rammetje en zei: ‘Volgens mij hoef je je over hem niet zo’n zorgen te maken.’

 

Hoe dan ook, we kregen beide konijntjes mee, achter in de auto en hop, drie kwartier terug naar huis karren dan maar. Eenmaal thuis het hok verschoond, zoveel mogelijk van haar luchtje eruit, zodat ze de nieuwe woning  zoveel mogelijk samen konden inrichten. Bij zijn eerste stap over de drempel werd Storm subiet bestegen door Snuf. Maar net toen vrouw en kind zeiden: ‘Oh, wat zielig!’ vertoonde Storm zijn niet meer bestaande fantoomballetjes. Met de rechtlijnige vastbeslotenheid van een ware archivaris achtervolgde hij Snuf in duizelingwekkend snelle rondjes door de kooi. Een gebonk van jewelste, rondvliegend stro en hooi en net toen we dachten dat we moesten ingrijpen, trokken de stofwolken op en daar lag Snuf, plat op haar buik voor de zich hoog oprichtende, triomferende Storm. Er ontstond die avond een patroon dat zich tot in de late uurtjes herhaalde.

Aanvankelijk hardnekkig, keerde Snuf keer op keer terug naar de onverstoorbare Storm. Eerst ging ze op een strootje kauwen, precies naast zijn neus. Dan een strootje die precies onder zijn kont lag. Vervolgens porde ze met haar neus in zijn buik: sta effe op, ik kan er niet bij. Als Storm water dronk, doken meteen twee zwarte flapoortjes naast hem op: dat is wel mijn water, weet je dat? Een kort moment hadden we te doen met Snuf, die regelmatig een veilig heenkomen moest zoeken. Totdat we het van dichtbij bekeken. Dan werd het duidelijk dat Storms geduld bijna onuitputtelijk was. Pas na tien minuten van compleet wangedrag door onze zwartharige theemuts reageerde hij. Dan joeg hij Snuf systematisch de kooi door, om vervolgens consequent geruststellend over haar kopje te likken als ze weer sidderend aan zijn voeten lag. De volgende ochtend had Storm zich teruggetrokken in een plastic huisje. Waarschijnlijk was hij iets van zijn vastberadenheid verloren gedurende de lange, lange nacht, want hij leek nauwelijks tegenstand te bieden tegen Snuf die hem non-stop belegerde en zich zelfs naast hem in het inimini plastic huisje perste. Totdat ik dat huisje weghaalde. Binnen de kortste keren werd de pikorde hersteld en sindsdien heerst er vrede in de kooi. Beide konijntjes liggen in willekeurige houdingen voor pampus over elkaar heen. Het lijken wel studenten na een corpsballenfeest of boeren na afloop van de Rijper kermis. Het is hier in elk geval nooit saai meer.

|Doorsturen