Nieuws

Zo’n stukje door Marten Blom

VET EPISCH

Het was vrijdag. Om vijf over tien zette ik mijn fiets op slot en liep met mijn oude tekenmap de bibliotheek in. Ik ging op dezelfde plek zitten waar ik bijna altijd zat en stalde mijn spullen uit op het tafelblad. Een plastic fles met drinkwater, potloden, gum, vulpotloden, markers en tekenpennen. Aan de slag. Zonder dralen begon ik aan mijn stripverhaal te tekenen. Ik zou hier, zoals altijd, maar twee uur aan het werk zijn. Maar ik wist dat ik met twee uur werken in de bieb meer produceerde dan met vier uur werken thuis. Tussen tien en elf uur was ik onophoudelijk bezig. Aan het einde van dit uur hoorde ik naderende kinderstemmen. Een groep van de school van mijn zoon, wist ik. De bibliotheekmedewerksters hadden me er al een paar keer op gewezen dat er boven ook geschikte plekken waren om te werken. Plekken waar de kinderen niet kwamen, waar het rustiger was. Maar ik kwam hier niet voor de rust. Juist die geluiden van mensen die iets aan het doen waren, had ik nodig. De kinderstemmen rezen als een langzaam opzwellende golf tussen de boekenrekken door. Op het hoogste punt van de golf klonk er een luid: ‘Ssssst!’, als sissend zeeschuim. Naarmate het sissen van de tot stilte manende juf luider klonk, nam de stemmengolf af  tot een dunnere laag die een kind of vijf voor mijn tafel dropte en zich vervolgens weer terugtrok. De kinderen scharrelden als krabbetjes tussen de boekenrekken en tafels door, totdat een paar mij herkenden. Joris z’n vader. Ik stak mijn hand op, glimlachte en tekende door. Niet om die zee-metafoor nou eindeloos toe te blijven passen, maar zoals krabben voorzichtig een interessante zeepier zouden benaderen, zo kwam de een na de ander even naar mijn tekeningen toe gescharreld om zich vervolgens opgewonden fluisterend naar de anderen terug te trekken. Toen ik gewoon bleef tekenen, kwam er een dichterbij. Hij kwam tot stilstand op het moment dat ik over mijn strenge leesbrilletje naar hem keek. Zijn blik schoot heen en weer tussen mij en de tekeningen, totdat ik glimlachte. Het ijs brak. ‘Heb je dat zelf getekend?’ vroeg hij ademloos. Uit mijn ooghoek zag ik een andere, die mij met een omtrekkende beweging van achteren naderde. Op het zelfde moment naderde er nog een, nu van linksvoor. Ik was bijna omsingeld. De ogen van de jongen achter me werden zo groot als schoteltjes. ‘Joris z’n vader maakt een Vet Epische strip!’ riep hij opgewonden. Ik keek hem in zijn stralende snuit en lachte. ‘Vet Episch, dankjewel!’ zei ik. Een groter compliment bestaat eenvoudig niet. Juf kwam kijken wat er allemaal loos was. En met haar de rest van de klas. De stemmengolf nam nu met grote snelheid toe, om snel gesmoord te worden door juf. Op de een of andere manier wist ze de hele kinderschare naar een plek buiten mijn blikveld te manoeuvreren, vanwaar ik haar nu de kinderen kon horen toemompelen. Ze verscheen nu alleen in beeld. Of de hele klas mocht komen kijken. En of ze vragen mochten stellen. Een voor een. Gestructureerd. Jazeker. Natuurlijk. Juf verdween even en toen kwamen ze allemaal. Een complete groep vijf stond om me heen. Ze waren verbazingwekkend stil. Ik keek eens goed om me heen. Een woud van vingers reikte hoger en hoger. Grote ogen. Ze stonden op het punt om te exploderen. Juf wees de eerste aan die een vraag mocht stellen. Om de beurt knalden hun vragen als pistoolschoten uit hun monden. Of ik een beroemde striptekenaar was. Of ik dit al lang deed. Hoe het kon dat ik zo goed kon tekenen. Of ik een strip over de school kon maken. Die vraag werd met een golf van enthousiasme door de hele klas begroet. ‘Tja, ik ben voorlopig nog een hele tijd bezig met deze strip’, zei ik. ‘Maar waarom doen jullie dat zelf niet? Maak een strip over school in de schoolkrant. Deed ik vroeger ook.’ Daar moesten ze even over nadenken. Ze stelden nog veel meer vragen en ik had het gevoel dat ik heel veel onduidelijke en tegenstrijdige antwoorden gaf. Maar dat mocht de pret niet drukken. Zo snel als ze gekomen waren, waren ze ook weer verdwenen. Mijn dag kon in elk geval niet meer stuk. Zelden heb ik zulk oprecht enthousiasme mogen meemaken. Dankjewel, jongens en meiden. Ik vond het Vet Episch. 

 

|Doorsturen

Uw reactie