Nieuws

Vaarrecreatie op het Wad is stabiel

De hoeveelheid vaarrecreanten op het Wad neemt af, maar de verblijfsduur neemt toe. Daardoor is het lastig om een oordeel te geven over de druk van vaarrecreatie op de Waddenzee. De aantallen vogels en zeehonden groeien nog steeds licht. Verstoringen van natuurwaarden zijn relatief zeldzaam.

Dit blijkt uit het jaarlijkse integrale onderzoek naar vaarrecreatie en natuurwaarden in de Waddenzee. Het onderzoek gaat over het vaarseizoen 2017. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoeksinstituten met ETFI, RUG, SOVON, de Karrekiet en Altenburg & Wymenga. De wetenschappers doen dit in opdracht van het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee (Ik pas op het Wad). Het doel is om de kennis te vergroten over de interactie tussen natuur en watersportrecreatie op het Wad. 

Het onderzoek over 2017 is opgedeeld in vier elementen.

 

1. Vaarbewegingen op het Wad

Vanaf 1982 tellen de zes grote sluizen aan de Waddenzee de in- en uitgaande recreatievaart. De topperiode was in 2002-2009 met steeds meer dan 110.000 passages. Daarna is er een dalende trend te zien. Het totaal van de sluispassages in 2017 was met 83.801 zo’n 7% minder dan in 2016. Dit wordt vooral verklaard door een daling  van de chartervaart. Toch betekent dit niet dat het automatisch rustiger wordt in het Waddengebied. In de afgelopen 34 jaar is het aantal ligplaatsen in de jachthavens flink gegroeid en de passanten blijven veel langer liggen. Voor de grote jachthavens is het aantal van 27.000 gestegen naar 90.000 overnachtingen. Het leeuwendeel verblijft op Texel, Terschelling en Vlieland. De vaarbewegingen naar deze drie jachthavens verlopen vrijwel allemaal via de brede betonde vaargeulen.

 

2. Radar en AIS

Veel schepen varen met een AIS aan boord. Dit is een geografisch informatiesysteem om de veiligheid te waarborgen voor de scheepvaart. AIS is verplicht voor passagiersvaart en boten die groter zijn dan 20 meter. De schatting is dat een derde van de kleinere boten ook AIS heeft. De dataset kent wel een tekortkoming: echt kleine vaartuigen, zoals RIBs en kano’s vallen buiten het bereik van het onderzoek.

Door een analyse van de vele miljoenen AIS-data krijg je wel een goed ruimtelijk beeld van de vaarbewegingen op het Wad. Het meeste scheepvaartverkeer bevindt zich binnen de vaargeulen. Gemiddeld bedraagt dit ongeveer 72% van het totaal. Ook het snelvaren lijkt relatief gezien binnen de perken te blijven. Minder dan 1% van de AIS-gebruikers vaart te hard, waar dat niet mag. Bepaalde afgesloten natuurgebieden worden redelijk vaak betreden. Enerzijds gaat het hier om relatief veel grensgevallen. Anderzijds bestaat het vermoeden dat bij ‘echte betredingen’ van het afgesloten gebied, het vaak gaat om vergunninghouders (De AIS-dataset is immers geanonimiseerd).

 

3. Tellingen vogels en zeehonden

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw varieerde het seizoengemiddelde van de Nederlandse Waddenzee rond de 600.000 Wadvogels. In het jaar 2017 is dat gegroeid naar ruim 800.000. Dat lijkt gunstig, maar voor de Waddenzee als geheel (dus inclusief Duitsland en Denemarken) is er een afname. Er zijn ook verschillen tussen de vogelsoorten. Zo neemt de scholekster al twintig jaar af. De verschillende soorten wormeneters nemen juist sterk toe in de westelijke Waddenzee, maar in de oostelijke Waddenzee is deze trend alleen duidelijk voor de Bontbekplevier en de Drieteenstrandloper. Verstoring op het Wad van vogels gebeurt in 30% van de gevallen door roofvogels. De mens veroorzaakt de overige 70%. De aantallen gewone en grijze zeehonden nemen nog steeds toe. Ook in 2017 was dit het geval. Bij gewone zeehonden gaat het om ruim 8000 exemplaren en bij grijze zeehonden is dit 4000.

 

4. Confrontatie Natuur en Watersport (Samenvatting)

Via Oog voor het Wad geven beheerders, onderzoekers en Wadwachters aan waar verstoringen plaatsvinden op bepaalde momenten. Een duidelijke verbetering is er waargenomen bij de Blauwe Balg (tussen Ameland en Terschelling). Doordat de betonde geul 300 meter is verplaatst, is hier nu minder verstoring waargenomen van zeehonden en vogels. In zijn algemeenheid geldt dat waar mensen lopen, daar vliegen de vogels weg of gaan de zeehonden te water.

In totaal zijn er bij Oog voor het Wad 53 interacties waargenomen tussen mens en natuur. Deze applicatie wordt ingevuld door de Waddenunit, de Wadwachters en de onderzoekers. Bij ruim 20% van de waarnemingen is een effect op de natuur gezien, zoals opvliegen van vogels en het te water gaan van zeehonden. Het is op dit moment nog onduidelijk in hoeverre dit beeld representatief is en in welke mate het gedrag van dieren hierdoor beïnvloed wordt. De komende jaren is het dan ook van belang dat het onderzoek verder groeit.

 

|Doorsturen

Uw reactie