Nieuws

Ruzie over reclamebelasting naar kookpunt

Het zoveelste dwangbevel viel vorige week op de mat bij Pand 13 aan de Grote Bredeplaats. Dat gebeurde in opdracht van de gemeente Harlingen, die de reclamebelasting voor de afgelopen jaren wil innen. Maar volgens Cor Veenbrink, die Pand 13 vertegenwoordigt, is de verordening gebaseerd op drijfzand. Hij kreeg al gelijk bij het gerechtshof, en hij geeft niet op. “Hij heeft zelfs om mijn ontslag gevraagd”, zegt de heffingsambtenaar van de gemeente.

Het gerechtshof haalde vorig jaar een streep door de Harlinger reclamebelasting. De zaak (over de aanslag van 2015) was aangespannen door Veenbrink, en de hamvraag was: waarom zou een ondernemer met een klein winkeltje net zoveel reclamebelasting betalen als een filiaal van een groot winkelbedrijf? Het hof vroeg een onderbouwing van de gemeente, maar kreeg die niet. De conclusie was vervolgens, dat de verordening verbindende kracht moet worden ontzegd. Of in andere woorden: niet verplicht, of ongeldig.

 

De zaak draaide om de reclamebelasting van 2015, en volgens Veenbrink geldt de uitspraak van het hof ook voor de volgende jaren, omdat het om dezelfde verordening gaat. Maar de gemeente is het daar niet mee eens. Elk jaar wordt de verordening opnieuw vastgesteld en er is geen bezwaar gemaakt tegen de aanslagen op basis van de verordeningen uit andere jaren, vertelt heffingsambtenaar Geert Andringa. “Daardoor zijn die rechtsgeldig en onherroepelijk geworden.”

Was er wel bezwaar gemaakt tegen andere aanslagen, dan zou de aanslag van 276 euro dus van de tafel moeten. Volgens Andringa kan er na de bezwaartermijn geen bezwaar meer gemaakt worden, en kan, volgens de ‘leer van de formele rechtskracht’, het geld ook niet teruggevorderd worden. “Daar heeft de Hoge Raad uitspraak over gedaan.”

 

Veenbrink reageert verbaasd. “De gemeente heeft in al haar reacties nooit gesproken over nieuwe verordeningen! Ook niet in het gesprek dat ik met Andringa heb gehad.” Dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen latere aanslagen, bestrijdt Veenbrink. Hij heeft altijd gesproken over 2014 “en verder”, blijkt uit diverse correspondentiestukken. Veenbrink: “Alle aanmaningen, dwangbevelen en dergelijke zijn ingetrokken dan wel aangehouden tot de uitspraak van het gerechtshof, die voor de gemeente negatief uitviel en waar de gemeente niet tegen in beroep is gegaan.”

 

De gemeente gaat de verordening overigens binnenkort aanpassen, met een duidelijker onderbouwing. Een gevolg van de zaak van Veenbrink? “Dat kun je zo wel zien”, zegt Andringa. “Dat is de aanleiding dat we het wel wat beter gaan regelen. Dat hoort ook bij de democratie; we gaan ons huiswerk iets anders inrichten.”

 

Veenbrink zou graag met de wethouder over een oplossing spreken. Hij denkt aan intrekking van de reclamebelasting voor zijn cliënten Pand 13 en It Swaentsje, plus duizend euro onkostenvergoeding. “Bijna vier jaar heb ik moeten vechten om tot het punt te komen, waar we nu zijn!” Verder wil hij in gesprek over een eenduidig en transparant beleid voor (ondernemers in) de binnenstad.

De wethouder krijgt Veenbrink niet te spreken. Want daar zouden dan al twee wethouders aan te pas komen (Harry Boon voor financiën en Paul Schoute voor economische zaken). Veenbrink heeft daarom eerder dit jaar een gesprek met Andringa gehad; de heffingsambtenaar die formeel geen verantwoording verschuldigd is aan het college van B en W. “Ik doe mijn werk naar eer en geweten”, zegt Andringa. “We hebben een constructief gesprek gehad met de heer Veenbrink, maar op papier is hij nogal fel en uitgesproken.”

|Doorsturen