Nieuws

Rechtszaak over gasboringen heeft mogelijk gevolg voor zoutwinning

DEN HAAG – Hoe gaat de Raad van State oordelen over drie gaswinningsprojecten in de Waddenzee? Een negatief oordeel daarover kan ook de zoutwinning van Frisia in zijn val meeslepen. De kritiek van de Waddenvereniging op de gaswinning en de zoutwinning zou wel eens tot een dubbelslag kunnen leiden. Beide projecten kunnen alsnog onderuitgaan, omdat minister Wiebes van Economische Zaken toch onvoldoende oog heeft gehad voor de bodemdaling in de Waddenzee. Hij vindt zelf dat de gaswinning geen kwaad kan.

De Waddenvereniging bestreed deze week bij de Raad van State drie besluiten van Wiebes over de gaswinning bij Blija, Moddergat en Vierhuizen. Daarin speelt de zogeheten veilige gebruiksruimte voor de gasboringen een cruciale rol. Dat is de ruimte waarin een evenwicht is gevonden tussen de bodemdaling door de gaswinning en de zeespiegelstijging enerzijds en de aanwas van zand op de bodem van de Waddenzee anderzijds.

Want wat niet mag gebeuren, is dat dit Europees beschermde natuurgebied permanent onder water komt te staan door bodemdaling en hoog water. Dan vallen de wadplaten niet meer droog en verdwijnt er een belangrijk leefgebied voor vogels en zeehonden. “De Waddenzee dreigt te verdrinken”, aldus Auke Wouda, raadsman van de Waddenvereniging.

De woordvoerders van Wiebes en gasboorder NAM vinden dat het evenwicht is gevonden. Dat blijkt uit berekeningen van de verwachte bodemdaling, de zeespiegelstijging en het herstelvermogen van de Waddenzee door de aanwas van zand.

De Waddenvereniging veegt met die berekeningen de vloer aan. Ze zijn achterhaald, inconsequent en veel te optimistisch. 

In de berekeningen van Wiebes is dan wel een evenwicht gevonden dat NAM de ruimte geeft om gas te winnen, maar daarover bestaan dus grote twijfels. Als de zeespiegelstijging groter is dan Wiebes nu aanneemt, dan valt zijn hele rekensom in duigen. Dan komt er simpelweg toch meer water in de Waddenzee. Daar kan de bodemaanwas dan niet meer tegen op.

Zoutwinning

Voor de Raad van State is het nu de vraag of de berekeningen van Wiebes realistisch zijn. Toen de Raad enkele jaren geleden akkoord ging met de zoutwinning onder de Waddenzee kreeg het ministerie nog het voordeel van de twijfel van de Raad. Er zou namelijk worden gewerkt volgens het hand-aan-de-kraanprincipe. En de aannames over bodemdaling, zeespiegelstijging en bodemaanwas waren volgens de Raad realistisch. Bij dreigende overschrijding van de gebruiksruimte voor zoutwinning kon de hand aan de kraan om die dicht te draaien.

Datzelfde principe geldt nu ook voor de gaswinning. Volgens de Waddenvereniging heeft de minister echter nagelaten om de nieuwste wetenschappelijke inzichten over de zeespiegelstijging mee te wegen. Zoals die van VN-klimaatorganisatie IPCC en het KNMI. Die gaan uit van een veel snellere stijging. Wiebes wijst die van de hand. Hij gaat uit van inzichten van TNO. Maar volgens de Waddenvereniging is TNO geen expert op het gebied van zeespiegelstijging. Verder zou de minister met zeer onaannemelijke prognoses werken over de zeespiegelstijging.

Als de Raad de aannames van Wiebes niet overneemt omdat ze niet meer realistisch zijn, dan gaat zijn hele berekening over de gebruiksruimte voor de gaswinning onderuit. En dat heeft ook gevolgen voor de gebruiksruimte die geldt voor de zoutwinning.  

Die gebruiksruimte wordt net als bij de gaswinning elke vijf jaar opnieuw beoordeeld. Met de nieuwe wetenschappelijke inzichten van IPCC en KNMI zal de gebruiksruimte voor de zoutwinning waarschijnlijk niet meer kunnen overleven. “Komt er dit keer geen realistisch scenario voor de zeespiegelstijging, dan is er snel geen ruimte meer voor de zoutwinning”, stelt Esmé Gerbens van de Waddenvereniging.  

De Raad oordeelt binnen enkele maanden over de gaswinning.

|Doorsturen

Buienradar



Agenda