Nieuws

Parkeerondernemers onterecht hard aangepakt door gemeente

Hun werk werd als ‘illegaal’ bestempeld door de gemeente Harlingen, en na hoge dwangsommen moesten ze hun ‘eilandparkeerterrein’ in de Koningsbuurt sluiten. Onterecht, zo bleek vorige week na een uitspraak van de Raad van State. De gemeente Harlingen heeft Ferry van der Pol en Pieter Postma onrechtmatig dwangsommen opgelegd, en de twee ondernemers flink benadeeld.

Door Jeroen Pietersma 

Zowel Ferry van der Pol als Pieter Postma vinden dat ze kapot zijn gemaakt door de gemeente. “Ik heb er slecht van geslapen”, zegt Van der Pol. “Het heeft me zoveel ellende bezorgd.” Hij heeft de acties van de gemeente als “intimiderend” ervaren. “Ze kwamen bij ons terrein en we werden behandeld alsof we criminelen waren.” Zijn dwangsom van ruim 33.000 euro werd verbeurd verklaard, en hij moest noodgedwongen een betalingsregeling treffen. “Ik ben alles kwijt,” zegt Postma, “en naar nu blijkt onterecht.” Beiden overwegen de schade op de gemeente te verhalen.

 

De gemeente heeft geïnvesteerd in uitbreiding van het eilandparkeerterrein nabij de Tsjerk Hiddessluizen. Zij wil het eilandparkeren hier concentreren, en daarom moesten diverse parkeerbedrijfjes de deuren sluiten. De gemeente maakte daarom een zogenaamd paraplubestemmingsplan, voor de hele gemeente, dat ‘eilandparkeren’ op andere plekken uit zou moeten sluiten.

 

De zaak bij de Raad van State werd gewonnen door de familie Dotinga, die ook te maken kreeg met dwangsommen vanwege ‘P10 De Eilanden’ (op het terrein naast Tim Dotinga’s fietsenwinkel Profile Harlingen). Volgens de Raad was parkeren daar eerder toegestaan, en mocht dat niet zomaar ongedaan worden gemaakt.

 

Dotinga vroeg bij de Raad van State ook om een oordeel voor andere parkeerbedrijven, maar dat ging de Raad te ver. Dirk Dotinga heeft daarom gemengde gevoelens bij de overwinning, omdat hij ook voor het belang van de andere parkeerondernemers wilde opkomen. “Dat wat ze deden, was gewoon toegestaan. Wat de gemeente deed was heel erg onjuist.”

 

“In onze beleving betekent de uitspraak van de Raad van State niet dat alle andere parkeerbedrijven hun oude rechten kunnen opeisen”, zegt Geert Andringa van de gemeente Harlingen. Hij stelt voorop dat het gaat om beleid van de gemeenteraad, om het eilandparkeren ten noorden van het Van Harinxmakanaal te concentreren. En dat het college daarom is gaan handhaven in de Koningsbuurt. Daarnaast is het paraplubestemmingsplan in stand gebleven, zegt Andringa, waardoor er geen parkeerbedrijven meer opgericht kunnen worden.

Dat andere parkeerbedrijven niet dezelfde rechten hebben als Dotinga, komt volgens Andringa doordat ze geen bezwaar hebben gemaakt tegen het bestemmingsplan en de dwangsom.

 

Dan bekijk je het heel formeel - en niet vanuit de menselijke maat. Als je zo met je burgers omgaat, ben je dan goed bezig?

“Ik heb uitgelegd wat het achterliggende beleid is. De feitelijke situatie is dat het paraplubestemmingsplan van kracht is. Ook al zouden we anders willen, dat is nu wat we daar kunnen en mogen toestaan.”

 

Maar achteraf blijkt dat er onterecht gehandhaafd is.

“Dan hadden ze ook bezwaar moeten maken en beroep moeten instellen tegen het bestemmingsplan en de dwangsombeschikkingen. Maar dat hebben ze niet gedaan. Dat is de juridische situatie nu.”

 

Hebben jullie contact opgenomen met Dotinga?

“Volgens mij is dat nog niet gebeurd. We zijn de kwestie van de dwangsommen even voor onszelf op een rijtje aan het zetten en daar is wat tijd voor nodig. De ondernemers hebben zich nog niet bij de gemeente gemeld. Stel dat ze hun oude rechten gaan opeisen, dan is dat een verzoek voor het college en de gemeenteraad en daar ga ik niet op vooruit lopen. Wat ik kan zeggen is dat de raad niet voor niets dat paraplubestemmingsplan heeft vastgesteld, omdat ze daarmee bepaalde ontwikkelingen heeft beoogd.”

 

Dus er ligt een opening voor de twee ondernemers?

“Formeel niet. Het paraplubestemmingplan geldt nu. Als zij een aanvraag doen, dan zal het college daar naar moeten kijken. Daar kunnen we niet op vooruit lopen. Maar het beleid is helder. Mijn verwachting is dat college en raad willen vasthouden aan wat ze met het paraplubestemmingsplan hebben beoogd.”

 

Twee ondernemers hebben een onderneming moeten opgeven – ligt daar niemand wakker van? Moet je dan niet in gesprek met die mensen?

“Ook dat gaan we nu even met de portefeuillehouder (wethouder Harry Boon, red.) bespreken. Wat formeel noodzakelijk is, en wat op z’n minst gewenst is, gelet op het feit dat het hier ondernemers in je gemeente betrof. De wethouder heeft daar ook al wat over gezegd in een openbare raadsvergadering.”

 

Hij heeft gezegd dat de gemeente nederig moet zijn.

“Ja, als je het niet bij het juiste eind hebt, moet je dat ook ruiterlijk erkennen. Dat hoort ook bij goed bestuur.”

 

Maar als je geen bezwaar maakt ben je de klos - terwijl deze ondernemers wel in hun recht stonden.

“Als je dat vanuit menselijk perspectief bekijkt, dan snap ik wat je zegt. Maar aan andere kant is dit hoe het systeem functioneert.”

 

|Doorsturen