Nieuws

Een Harlinger crime passionnel - deel 3

Nog een paar sigaartjes voor Ype de Graaf

Deel 1 & 2 in een notendop: Ype de Graaf groeit op voor galg en rad in Harlingen. Op zijn 18e krijgt hij een tuchthuisstraf, later wordt hij gebrandmerkt. Op de kermis ontmoet hij Aafke Monsma, en als hij weer eens in de gevangenis zit, wordt hun dochter Tjietske geboren. Later - na weer een gevangenisstraf - gaan ze uit elkaar. Maar Ype laat het er niet bij zitten. Hij wil Aafke terug, en dreigt zelfs met een mes. Als Aafke aangifte doet, besluit Ype haar te vermoorden. Hij steekt haar op klaarlichte dag in het centrum van Harlingen neer. “Ik loof, dat ik bloed”, zegt Aafke vol ongeloof.

Door Eddy de Vries

Hoek Spekmarkt en Schritsen. (Bron: Harlingen Toen)

De helpers dragen Aafke naar het pakhuis van Martinus van Slooten op de Schritsen, op nummer 53. Dienaar van politie Wytze Westra die in de buurt woont is, half aangekleed, op het lawaai afgekomen. Van de getuigen hoort hij dat Ype de Graaf de dader moet zijn en welke kant hij is opgerend. Ype is echter de stad weer binnengekomen via de Kerkpoortsbrug en agent Westra heeft hem op de Rozengracht staande weten te houden. Ype houdt zich onwetend. Inmiddels is chirurgijn Ansingh ter plekke in het pakhuis en ziet de vele wonden. Die zaterdagochtend 3 september 1859 om half zeven, sterft Aafke in zijn armen. Ze is nog maar 29 jaar. Het lichaam van Aafke wordt onderzocht door de ‘Heeren Petrus Ens, Medicine Doctor en Daniel Snijder, Chirurgijn’, beiden van Harlingen. Uit de lijkschouwing zijn ze tot de conclusie gekomen dat Aafke is overleden aan een steek in het hart. Meerdere organen zijn geraakt en dat in combinatie met het vele bloedverlies, is haar fataal geworden. Tjietske is dan slechts zes jaar oud.

 

Woede

Ype de Graaf wordt door Westra geboeid en overgebracht naar het politiebureau. Er is woede en paniek onder de bevolking. Op weg naar het politiebureau dreigt de samengestroomde en razende menigte de moordenaar aan te vallen. Agent Westra kan dit maar met moeite verhinderen. Uit de rechterbroekzak van Ype, haalt hij het dan schone mes, het moordwapen. Op het bureau geeft Ype al snel toe dat hij de moord heeft gepleegd. Verder vertelt hij de intentie te hebben gehad zijn dochtertje te vermoorden en van plan was zelfmoord te plegen. Enkele dagen later wordt Aafke, onder grote belangstelling, begraven. Haar dochter, Tjietske wordt opgenomen in het Stadsweeshuis.

 

Getuigen

Ype de Graaf is een half uur voordat Aafke is begraven op transport gezet naar de gevangenis in Leeuwarden en zal op maandag 7 november voor het Gerechtshof terecht moeten staan. De Leeuwarder Courant meldt drie dagen eerder, dat indien men de rechtszaak wil bijwonen, men voorzien moet zijn van een bewijs van toegang, te verkrijgen bij de conciërge van het Paleis van Justitie.

Er zijn elf getuigen opgeroepen waarvan er vier de moord hebben zien gebeuren. Ype zal door advocaat Telting worden bijgestaan. Er valt niet veel te verdedigen. Ype zwijgt en kijkt star voor zich uit. Hij heeft al schuld bekend en het lijkt hem niet te raken. De beschuldiging luidt moord met voorbedachten rade. Ook het knipmes van Ype is ter zitting. Op 12 november 1859 zal de voorzitter van het hof, jhr. mr. H.M. Speelman Wobma uitspraak doen. Volgens ooggetuigen houdt mr. Speelman Wobma een scherpe toespraak, waarin hij aangeeft dat Ype de Graaf zich zal moeten voorbereiden op de dood. Ype luistert, maar blijft gelaten. Een week later op 14 november volgt de uitspraak.

 

Gratieverzoek

De rechter meldt dat artikel 302 van toepassing is. “Al wie schuldig is aan moord, aan vadermoord, aan kindermoord en aan vergiftiging, zal met den dood gestraft worden onverminderd de bijzondere verordening van art 13, ten aanzien van den vadermoord.“ De levenslange celstraf wordt pas in 1870 ingevoerd. Na de zitting besluit advocaat Telting een gratieverzoek in te dienen. De Hooge Raad der Nederlanden komt in zitting bijeen op 29 december 1859. Pas op 22 maart 1860 krijgt Ype om twaalf uur, in zijn cel te horen van Procureur Generaal Van Maanen dat zijn gratieverzoek is afgewezen. De doodstraf blijft staan en hem wordt medegedeeld dat hij zich de komende 24 uur kan gaan voorbereiden op zijn dood door ophanging op het schavot. Kalm hoort hij dit alles aan, zonder een blijk van ontsteltenis. Berusting. Hij wordt erop gewezen dat hij geestelijke bijstand kan krijgen van een priester. Ype staat geregistreerd als Rooms Katholiek, maar hij wenst daar halsstarrig geen gebruik van te maken.

 

 

Totdat het vonnis de volgende dag voltrokken zal worden, wordt hij bewaakt door Brigadier-Majoor der Rijksveldwacht H. Vermeulen. Vermeulen zal de veroordeelde gezelschap houden tot het vonnis voltrokken is. Ze praten over de dingen van de dag, koetjes en kalfjes. Ype vertelt veel over zijn verleden, waarna zijn bewaker nogmaals hem probeert over te halen geestelijke bijstand te accepteren omdat zijn leven nog slechts een paar uur zal gaan duren. Wederom weigert hij. Wanneer later alsnog een geestelijk verzorger langskomt, vertelt deze aan Ype dat Aafke gelijk heeft gehad door hem af te wijzen en dat hij de dood heeft verdiend. Hij reageert onverschillig met: “Su, dan wete jou ut beter as ik!” Later zal hij alsnog zo nu en dan een vluchtige blik in een gebedenboek werpen.

 

Sigaartje

Het eten dat hij krijgt, smaakt hem kostelijk en een sigaartje bij de thee vindt hij zelfs geurig. Aan het eind van de middag laat Vermeulen zich even een uurtje vervangen door Brigadier De Wit. Aan hem vraagt Ype of hij nog wat van die lekkere sigaartjes mag hebben, en dat mag. Nadat Brigadier Majoor Vermeulen collega De Wit weer komt aflossen, begrijpt Ype dat Vermeulen in Harlingen een politiebetrekking heeft gehad. Ype vertelt opgetogen over zijn criminele strapatsen. Er lijkt geen eind te komen aan de verhalen over zijn laatste woonplaats. Ook licht hij toe hoe en waarom hij zo vaak ter verantwoording, voor de rechter heeft moeten verschijnen. Wanneer het bedtijd is, rond tien uur, wordt hem bevolen zich te ontkleden en te gaan slapen. Na ongeveer 15 minuten valt hij in een diepe en een ogenschijnlijk onschuldige slaap. Hij wordt wel een aantal keren wakker, draait zich om, en slaapt weer verder.

 

De volgende ochtend moet Ype door de bewaker worden om vijf uur worden gewekt. Hij wast zich en laat zich een boterham goed smaken. Ype maakt het bed op, alsof hij er ’s avonds weer in zal gaan slapen. Rond negen uur die ochtend komt de koets voorrijden bij de Kanselarij aan de Druifstreek en bewaker en veroordeelde nemen plaats om de rit naar het gerechtshof aan het Wilhelminaplein aan te vangen. Om Ype het zicht op het schavot te ontnemen, heeft de koetsier opdracht gekregen een andere route te nemen dan gebruikelijk. Door de Oude Oosterstraat, de Peperstraat, over de Nieuwestad en via het Schavernek naar de achterzijde van het Paleis van Justitie. Daar stappen de mannen uit, zodat Ype de aanblik van de galg bespaard blijft. Ype is kalm, heeft rust, hij is flegmatiek. Het is nu bijna tien uur en een laatste maaltijd, ’t galgenmaal, zal Ype worden geserveerd. Aardappelen, vlees en snijbonen. Hij laat zich het warme eten goed smaken en het bord gaat leeg. 

  

Beul

Om half twaalf wordt Ype naar een vertrek aan de voorzijde van het Paleis van Justitie geleid waar ook de raadsheren van het hof aanwezig zijn. Enige maten in de gevangenis hebben Ype in zijn laatste maanden zeer gesteund. Hij pleit voor strafvermindering voor deze drie. Voor Ype, totaal onverwacht, komen de beul Dirk Visser en zijn knecht via een andere deur van het vertrek binnen. Het is de eerste, en tevens ook laatste keer dat Brigadier Majoor Vermeulen Ype hevig ziet schrikken. En dat is op het moment dat hij bij de keel wordt gegrepen door Visser. Zijn halsbedekking wordt losgemaakt en met een routineus gebaar plaatst de beul de zijden strop om de hals van Ype. De verwarring duurt echter niet lang. Hij herstelt zich snel en met de strop om zijn hals neemt hij plaats op een stoel bij het raam waar een groen gordijntje voor hangt. Eventjes schuift hij het gordijn opzij en ziet de grote mensenmenigte op het Wilhelminaplein. Het gonst op het plein. Maar wanneer de klok twaalf keer slaat, neemt het geluid zachtjes af.

 

Rijksveldwachters

Brigadier Majoor Vermeulen neemt afscheid van Ype. Hij wordt gemaand op te staan en tussen beul en beulsknecht in, wordt Ype naar de ingangsdeur van het Paleis van Justitie geleid. Wanneer de deur opengaat wordt het nog stiller op het Wilhelminaplein. “Als het gesuis van een herfstwindje, dat zich door een dennenbos baant.” Gevolgd door een twaalftal rijksveldwachters in vol ambtsgewaad, staat de korte stoet op het bordes tussen de pilaren van het Rechtsgebouw even stil. Op het overvolle plein is het nu doodstil geworden. Het gezelschap daalt de trappen af, een kort stukje de straat over, waarna de beul, zijn knecht en pastoor J.H. Goossens, Ype begeleiden naar het schavot dat behangen is met zwarte doeken. Slechts een paar treden is het weer omhoog. Ype wordt voor de paal van de galg geplaatst en trekt zelf zijn schoenen uit.

 

Vakkundig haakt Dirk Visser de knoop van de zijden strop onder de kin van de veroordeelde. Pastoor Goossens knielt en bidt. Het publiek kijkt toe en houdt de adem in. Wat er in Ype’s hoofd omgaat laat zich niet raden. In gedachten telt Visser een paar seconden. Het luik onder de voeten van Ype valt naar beneden. Het volk ziet het lijk bungelen. Op deze koude en trieste dag, is het vonnis voltrokken en de 47-jarige Ype Baukes de Graaf is opgehouden te bestaan. Ype’s levenloze lichaam wordt snel van het schavot gehaald en overgebracht naar de begraafplaats aan de Spanjaardslaan. In een hoekje aan de zijkant en achteraf wordt hij begraven. Het is het laatste doodvonnis dat het provinciaal gerechtshof Friesland heeft uitgesproken.


Bronnen: Delpher, Samarangsch Advertentieblad, Leeuwarder Courant, Fenno L. Schoustra; Moord en doodslag in Friesland, Simon Vuyk; De blikken dominee, Harlinger Courant.

Met dank aan: Jeanine Otten, Anneke Visser, Carla Gonggrijp, Gerrit Twijnstra.

 

Paleis van Justitie te Leeuwarden rond 1850. (Bron: Rijksmuseum)

|Doorsturen