Nieuws

HET STUKJE VAN DE WERELD door Marten Blom

In ‘Het Stukje Van De Wereld’ ga ik op zoek naar lokaal nieuws vanuit stukjes van de wereld waar we niet zo vaak iets van horen. Ook persoonlijke ervaringen van Nederlanders over de grens komen aan bod. Deze week simpelweg een vakantieverslag van ondergetekende. Met de auto naar Frankrijk. Heel normaal, alleen nooit zelf gedaan. Tot nu toe dan.

Maar het rijden viel dik mee. Mijn vrouw deed de navigatie. Dat was nodig omdat ik de stem van de dame die bij Google Maps het woord doet, associeer met die van Helga Geerhart van de WOII-serie Allo Allo. Mijn vrouw wist de in staccato uitgebraakte aanwijzingen en wegnummers te vertalen naar een aanmerkelijk zwoelere en kalmerender versie. Zo streken wij na nog geen half dagje rijden neer in B en B ‘Les trois Tilleuls’ in Roye, even boven Parijs en pal aan de snelweg A1. Een aanrader, wat ons betreft. De volgende dag verder langs Parijs naar het Loiregebied. De route om de Périférique heen, die we hadden willen nemen ging vanwege werkzaamheden niet door en door een klein navigatiefoutje kwamen we op de binnenste ring van die beruchte Périférique terecht. Ik zag mijn vrouw daarop reageren alsof we door de ingangspoort van de hel reden. Ik zag ietwat smalle, drukke verkeersbanen, tunnels bespoten met graffiti en af en toe een glimp van die oude appartementengebouwen met zinken daken die zo kenmerkend zijn voor het centrum van Parijs. Ik probeerde te zien wat mijn vrouw zag, maar ik kon er niet meer van maken dan een weg met auto’s. Ik ging er vanuit dat als ik in dezelfde richting, dus vooruit bleef rijden en dat bij voorkeur aan de rechterkant van de weg, dat het dan wel goed zou komen. En inderdaad, toen onze Helga van Google onze navigatiefout opmerkte, schreeuwde ze ons hardhandig weer op de juiste koers. Door Google Maps op ‘tolwegen vermijden’ te zetten, kwamen we op een lange, rechte weg die ons via de fantasieloze buitenwijken van Parijs naar het platteland voerde. Slalommend tussen gaten in de weg ter grootte van een autowiel door, kwamen we steeds dieper terecht in een wereld van leeggelopen dorpen, truckstops met restaurants en hotels en aan hun lot overgelaten fabrieken en woonhuizen. Er moet ooit een Franse boer opgestaan zijn, die met groot misbaar heeft verklaard dat het niet meer cool was om boer te zijn. Dat het tijd was om en masse het werk neer te leggen en naar de hoofdstad te trekken om daar een carrière te beginnen als rapper, galeriehouder, travestiet of wapenhandelaar. En daar, in die hopeloze voorsteden met hun flatgebouwen, graffiti en eveneens rappende bootvluchtelingen moeten ze dan zijn beland. Het is iets wat je ook kunt vinden in landen als de Verenigde Staten en Australië, maar niet in Nederland. Het is gek, want die landschappen met truckers en truckstops, graanvelden en kerncentrales, spookstadjes en achtergelaten rotzooi roepen zowel de romantiek van een film als Paris, Texas en de plaat ‘Pros en cons of hitchiking’ van Roger Waters op als mijn eigen herinneringen aan vakanties van toen ik klein was. En Frankrijk is toch ook weer echt Frankrijk als we onze bestemming naderen. De Amerikaans aandoende velden maken steeds vaker plaats voor beter verzorgde, maar zo te zien dodelijk saaie dorpjes. Hoewel alles er beter onderhouden uitziet, is er geen hond op straat. Kunnen Fransen niet tegen de zon? Zijn ze allemaal op vakantie of naar hun werk? Of zitten ze daar allemaal achter die dikke muren en gesloten luiken? Iets te doen waar wij toeristen niets van begrijpen, maar waar zij zich kostelijk mee vermaken? Ik kan er niets aan doen dat de naam ‘Dutroux’ door mijn hoofd speelt. Bij aankomst op onze camping worden we onthaald met een gutsende regenbui. Het kippenvel staat op mijn kuiten onder mijn korte broek. Terwijl we een smakeloos en veel te duur belegd broodje naar binnen werken, werpen we vanonder een druipende luifel een blik op ons gure vakantieparadijs. Zeker zeven zwembaden, onderling verbonden door glijbanen en een ‘lazy river’ staan hemelwater te vangen terwijl de weinige argeloze zwemmers een goed heenkomen zoeken in hun tentjes en kunststof ‘chalets’. De telefoon gaat. Via de Whatsapp stromen beelden en geluiden binnen vanuit Turkije, waar mijn schoonzuster en haar gezin hun vakantie doorbrengen. Ons nichtje in beeld. Voorzichtig haar voeten plaatsend om ze niet te branden aan de  gloeiend hete tegels in haar badpakje op weg naar het zwembad. De lucht is hard blauw. Het water is blauw. De lucht zindert van de hitte en het getjirp van krekels klinkt overal bovenuit. Nog net niet rillend trekken we in ons chalet. Maar het komt goed. Na een koude ochtendstond breekt de zon door. En die blijft. De beregende zwembadjes ontpoppen zich alsnog als ware zwemparadijsjes en we komen zelf ook zodanig op dreef dat we kastelen beginnen te bezoeken, karaokeavonden bijwonen en badminton spelen met knalroze rackets tussen frisbeewerpende, tennissende en voetballende medecampinggasten op een speelweide bij zonsondergang. We bezoeken Chateau Chambord, door Helga consequent uitgesproken als ‘Gambort’, en nog een ander, veel kleiner kasteel. Zo pompeus en overweldigend als het jachtverblijf van de Zonnekoning (Chambord) is, zo veel bescheidener en dromeriger ligt dit bijzondere kasteel erbij. De huidige eigenaar is een rechtstreekse nazaat van de oorspronkelijke kasteelgraaf. Er zijn weinig bezoekers en het kasteel is slechts gedeeltelijk te bezichtigen; er wordt hard gezocht naar sponsors. Er is een enorme ronde toren, aan de binnenzijde bezaaid met vakjes voor de postduiven die hier ooit af en aan vlogen. Zo te zien slecht verzorgde ezels sjokken over een weide achter het gebouw. Op het binnenplein groeit een enorme reuzenlollie van een boom die zijn schaduw werpt over verlokkelijk ogende smeedijzeren stoelen en tafeltjes. Aan de achterzijde van het kasteel staart een eenzame figuur vanachter een raam op de eerste verdieping naar de bosrand. Het is een pop. Voor toekomstige exposities? Of maakt hij ook deel uit van die activiteiten die de Fransozen achter gesloten deuren en luiken ondernemen?

|Doorsturen