Nieuws

HET STUKJE door Marten Blom

Gewoon een stukje

Gewoon schrijven, zonder me af te laten leiden, dat moet ik doen. Ik heb deze column nu al tien verschillende namen gegeven, ben van stukje elke dag naar elke week en naar één keer per twee weken gegaan (wat voor niemand te volgen is, natuurlijk). Op een zeker moment kom ik op een punt waarop ik moet zeggen: ga ik nou stoppen of weer écht schrijven? Schrijven dus. Al is het maar om de dingen die in mijn hoofd rond dobberen eruit te vissen, te inspecteren en alles wat weg kan eruit te donderen. Eerste ding dat ik opvis:

- Winterdepressie. Ik schrijf dit terwijl het halverwege oktober is en de temperatuur buiten 22 graden is. Welke winter? En waarom heb ik het over depressie? Wel, even voor degenen die deze column niet vanaf het begin gevolgd hebben: ik ben deze stukjes gaan schrijven in de maand mei van 2017, toen ik  meer dan een maand opgenomen ben geweest op een afdeling van Punt voor Parkinson te Groningen. De medicatie die me op fysiek gebied zo goed had geholpen, was tot zo’n hoeveelheid opgevoerd, dat ik er fysiek en mentaal van op hol sloeg. Ik kreeg last van overbeweeglijkheid en onverklaarbare angsten. Gewoon, midden op een mooie voorjaarsdag, midden in de Jumbo (die er overigens niks mee te maken had). Die overbeweeglijkheid verdween als sneeuw onder de zon toen ik de pillen die dat veroorzaakten niet meer kreeg. Maar de angst, of beter de angst voor de angst, bleef nog wel een tijdje hangen. Wat ik destijds ervaarde, ervaarde ik in mijn eigen huis en dan kan het wel een tijdje duren voordat je die plek weer helemaal als een veilig thuis ziet. Maar ik moet hierbij nadrukkelijk opmerken dat de oorspronkelijke angst, als bij-effect van de medicatie, al binnen een paar dagen na opname verdwenen was. Wat langzaam wegslijt is de angst dat je geest je ooit nog eens zo voor de gek zou kunnen houden. Dus als je tijdens grijs en guur weer te veel tijd alleen doorbrengt, kun je weleens te veel aan dit soort dingen gaan zitten denken. Vandaar dat ‘winterdepressie’. Niet dat ik dat van plan ben.

-Waarom schrijven? Nog zo’n ding dat ik opvis. Aan het begin schreef ik heel veel van dit soort ellende van me af. Ik vond het wel wat egocentrisch, maar ik moest het kwijt en jij, de lezer, zat er blijkbaar op te wachten, want het werd goed gelezen en ik kreeg veel positief commentaar. En de tijd verstreek en ik schreef nog een hoop ellende van me af, totdat ik gaandeweg ook wel weer kon zien dat elk huisje zijn kruisje heeft en waarom zou mijn verhaal nou zo bijzonder zijn? Dus ik schreef over het nieuws, over bijzondere mensen in andere landen of over gewone mensen op bijzondere plekken zoals een poolbasis of op een tropisch eiland. Ik schreef mezelf de deur uit, op avontuur in Sint Maarten, Turkije, Frankrijk, India en Antarctica. Net zolang totdat ik mezelf achter de horizon zag verdwijnen en geen berichten meer ontving. Tja. Dat merk ik dan. Dat ik gewoon hier zit, aan tafel met die verrekte ouwe laptop voor mijn neus. Ik zeg niet dat het ene soort verhalen beter is dan het andere. Er zijn momenten dat ik de idiote verhalen over een niet-bestaande poolbasis veel leuker vindt dan mijn hoogst persoonlijke ontboezemingen over de ziekte die permanent met meelift als een verstekeling op een vrachtschip. Of een baggerschip. Een cruiseschip? Nee, dat klinkt voor mij te veel als Love Boat. Doe mij maar een ijsbreker. Dan is doctor Parkinson mijn verstekeling en dan ben ik de ijsbreker. En wee zijn gebeente als ik hem ooit in mijn ruim aantref. Dan gaat-ie overboord, die klootzak.

|Doorsturen