Nieuws

Eis 200 uur werkstraf voor tragisch ongeval met afgebroken mast

LEEUWARDEN/HARLINGEN – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag een werkstraf van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden geëist (proeftijd drie jaar) tegen de schipper van de Amicitia, een 54-jarige inwoner van Stiens, voor het dodelijke mastongeluk op 21 augustus in de haven van Harlingen. Bij dat ongeval kwamen drie Duitse toeristen om het leven. Het OM acht dood door schuld bewezen.

De voorste mast van het schip was afgebroken en bleek verrot te zijn. Achter de zogeheten gaffelplaat was via een windscheur water in de mast gelopen waardoor een verrottingsproces in gang was gezet. Volgens deskundigen was de mast ‘ernstig tot zeer ernstig’ aangetast door binnenrotschimmels. Dat proces moest zeker al twee jaar gaande zijn geweest, de vochtbron moet vier jaar voor het fatale ongeval al aanwezig zijn geweest.

 

Officier van justitie Eelco Jepkema verweet de verdachte dat hij als eigenaar van het schip op de hoogte had moeten zijn van de staat waarin de mast verkeerde.

 

Latjes

Het schip had anderhalf jaar voor het breken van de mast voor onderhoud op de werf gelegen. De mast werd geschuurd, gerepareerd en opnieuw gelakt. Het onderhoud was uitgevoerd door een personeelslid van de schipper, een timmerman en een soort van klusjesman. Alle drie hadden geen ervaring met het uitvoeren van onderhoud aan een mast. De eerste twee werden op de zitting als getuigen gehoord. De timmerman verklaarde dat hij had gezien dat het achter de gaffelplaat ‘schimmelig’ was. ‘De mast zag er niet goed uit’, zei de man. Hij zou de conditie van de mast hebben willen bespreken met de schipper, maar daar was het niet van gekomen.

 

Omdat de verdachte zelf timmerman is, ging de getuige er vanuit dat de schipper de mast zelf wel zou bekijken. De andere getuige was bij het losschroeven van de gaffelplaat niets opgevallen. Hij had wel aan de schipper doorgegeven dat hij twee ‘slechte plekken’ op de mast had ontdekt. Nadat de timmerman een paar reparaties had uitgevoerd, werd de gaffelplaat weer op de mast geschroefd. Dat had achteraf nooit mogen gebeuren vond de officier. Alleen al de reparaties - er waren zes plekken met latjes gedicht - hadden er toe moeten leiden dat de mast herkeurd moest worden.

 

Reparaties

De mast was in 2014 voor het laatst gekeurd. De officier verweet de verdachte dat hij het onderhoud niet heeft laten verrichten door mensen die ervaring hebben met het repareren van houten masten en dat hij niet op de hoogte was van ‘de werkelijke staat van de mast’. Volgens de deskundigen was de mast er zo slecht aan toe dat de Amicitia niet gebruikt had mogen worden voor het vervoeren van passagiers. De verdachte zei dat hij niet heeft geweten hoe de mast eraan toe was. Hij wist niet van de reparaties en zag dan ook geen aanleiding om zich zorgen te maken. ‘Voor mij had de mast nog tien, twintig jaar kunnen blijven staan.’

 

Het schip heeft nu een stalen mast, maar het ligt werkloos in de haven. Na het ongeval heeft de schipper nog een paar vaartochtjes gemaakt. ‘Het wil niet meer’, zei hij. ‘Het is een emotioneel verhaal. De vertrouwde skyline van Harlingen is voor mij een vijand geworden.’ Hij was zich terdege bewust van de tragische gevolgen. ‘Ik heb mijn eigen prikkels, maar ik vind het ongepast om de slachtofferrol aan te nemen.’ De vader van een van de drie dodelijke slachtoffers zat in het publiek. Hij bevond zich ook op het schip toen de mast brak en op het voordek viel. Hij verloor letterlijk in één klap zijn zoon, zijn broer en een vriend. Zijn zoon overleed in zijn armen. De man verweet de schipper dat hij het ongeval heeft laten gebeuren.

 

Schimmel

‘Alles wat hier is gebeurd had een kapitein met verantwoordelijkheidsgevoel kunnen voorkomen. Hij heeft wonden gemaakt die nooit zullen helen’, schreef hij in zijn slachtofferverklaring. De vader vond dat de rechtbank aan de verdachte een levenslang verbod op moest leggen voor het vervoeren van passagiers. Een vaar- of beroepsverbod ging de officier een stapje te ver. De Stienser had een blanco strafblad en hij vaart op het moment überhaupt niet. Ook was er volgens Jepkema geen verband te leggen tussen het ongeval en de nautische vaardigheden van de schipper.

 

Van enige opzet van de kant van de schipper kon volgens officier van justitie Eelco Jepkema niet worden gesproken, juridisch is er sprake van een schulddelict. ‘Het overlijden van de slachtoffers valt hem zwaar aan te rekenen. Verdachte dient zorg te dragen voor een veilig schip’. Advocaat Tjalling van der Goot wees erop dat de mast in 2012 en in 2014 is goedgekeurd. De raadsman verweet de timmerman dat hij niets heeft gezegd over de schimmel in de mast. De timmerman en de andere getuige zijn in eerste instantie ook als verdachten aangemerkt. Het OM heeft hun zaken geseponeerd. De Leeuwarder rechtbank doet 30 november uitspraak.

|Doorsturen