Nieuws

Dagboek van de Rebelse Huisvrouw

Lief dagboek,
Vorige week had ik geen stukje en dat komt omdat ik het op dit moment gewoon een beetje druk heb, vooral met m’n werk. Wonder boven wonder heb ik nu al een paar klanten die een website willen en dat is heel fijn maar daar gaat ook heel wat tijd in zitten. Het gevolg is dat ik momenteel weinig tijd besteed aan het huishouden en m’n warme maaltijden – die al niet veel soeps waren – zijn volgens man nu helemaal om te janken. Zo kwakte ik gisteren een makreel in de pan (ja, ik haalde wel eerst de graatjes eruit), bakte hem op met uitjes, knoflook, Madame Jeanette (Surinaamse peper) en spitskool en dat was het. ‘Toen ik je leerde kennen stelde ik me voor dat je met een bevallig schortje voor de heerlijkste maaltijden zou bereiden,’ zei man nadenkend terwijl hij naar m’n bord staarde. ‘Trouwens: je wekte zelf ook die indruk dat je een keukenprinses was. Ergens voel ik me toch wat misleid.’
Ik grijnsde. ‘Als een vrouw wil trouwen moét ze misleiden. Ik denk dat weinig mannen naar het altaar zouden stappen met een vrouw die vanaf het begin direct zichzelf is.’
Man knikte somber. ‘Dat vermoeden heb ik ook.’

Zondag 02-02
Met dochter naar De Grote Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk (in Amsterdam), wilde ik al een tijd heen. ’s Avonds weer naar huis.

Vrijdag 07-02
Naar vriendin M. die een nichtje op bezoek had. Het was vreselijk. Het nichtje raakt niet uitgepraat over haar kinderen. Het bleken namelijk de slimste, liefste, aardigste, knapste, meest fantastische kinderen te zijn die op deze aardbol rondlopen.
‘Als ze eenmaal over die kinderen begint dan gaat ze helemaal los,’ zei M. later. ‘Kennelijk denkt ze dat anderen dat super interessant vinden of zo.’
Ik vind dat een beetje raar. Over onze kinderen spraken we maar niet want ja, hun kwaliteiten zouden er maar schril bij afsteken.

Dinsdag 11-02
‘Op de website van Vitens las ik net hoe goed de kwaliteit van het water is,’ zei man net. ‘Vreemd, want we worden doodgegooid met reclames over dure waterontharders. Het water zou te hard zijn, slecht voor de huid, slecht voor de was, slecht voor alle machines.’
Keek man verwonderd aan.
‘Wat wil je nu eigenlijk zeggen?’ vroeg ik.
‘Wat ik me afvraag,’ zei man: ‘Wat is de waarheid?’
‘Die krijgen we nooit te horen,’ zei ik. ‘Op geen enkel gebied.’

Woensdag 12-02
Ik was vandaag naar Leeuwarden dagboek. Ik liep in m’n eentje over de Voorstreek, m’n handen diep in m’n zakken gestoken en de capuchon ver over m’n hoofd getrokken want het was koud en waaide behoorlijk. Wat hebben moe en ik hier vaak samen gelopen, dacht ik terwijl ik de stille straat die voor me lag bekeek. In gedachten hoorde ik de stem van moe die zei: ‘Kom, we gaan even naar La Place, het zit daarboven altijd zo gezellig.’
Dat zal nooit meer gebeuren, dacht ik. Nooit meer. Ik schopte een steentje weg en mijn keel voelde opeens vreemd dik. Ik duwde m’n handen nog dieper in m’n zakken en vroeg me af met een gevoel van afgrijselijke leegte: hoe lang is nooit?

Donderdag 13-02
11.05 uur. Debat over CETA-verdrag. Ik ga er niet teveel woorden aan vuilmaken dagboek, maar het is me allang duidelijk: het CETA-verdrag komt er. Onder druk van Europa zal Nederland zwichten. Zoals altijd.

11.15 uur. ‘Morgen Valentijnsdag’ zei ik opgewekt tegen man. ‘Tijd om romantisch te doen.’
Man werd kennelijk plotseling bevangen door een gevoel van tederheid en een liefdevolle blik verscheen in zijn ogen. ‘Vind je het nog steeds gezellig met me?’ vroeg hij.
‘Nou en of’ knikte ik heftig. ‘Ik vind het heerlijk met jou.’
‘Wat vind je dan zo fijn?’ wilde hij weten.
‘Je hebt weinig tot geen aandacht nodig,’ antwoordde ik opgewekt.
De liefdevolle blik verdween als sneeuw voor de zon en zijn gezicht verstrakte. ‘Juist ja.’
Hij perste z’n lippen op elkaar en dook in zijn krant. Ik weet het niet zeker dagboek, maar volgens mij krijg ik morgen geen rode rozen of parfum.

|Doorsturen

Uw reactie