Nieuws

Burgemeester Roel Sluiter neemt afscheid van Harlingen

Roel Sluiter nam afgelopen woensdag afscheid van inwoners, verenigingen, bedrijven, organisaties. Na negen jaar stopt Sluiter en vandaag is zijn laatste dag als burgemeester van Harlingen. Hij neemt vanmiddag formeel afscheid in een bijzondere raadsvergadering. Hier is zijn afscheidsinterview.

Roel Sluiter nam afgelopen woensdag samen met zijn vrouw Akkie middels een ‘walk by’ in het Entrepotgebouw afscheid van veel Harlingers. (Foto: HC - Joachim de Ruijter)

U stopt - waarom nu?

Ik heb er een jaar over gedaan om te besluiten wat ik nou moest doen. Ik vond het echt heel lastig. Mijn periode van zes jaar zit erop. Ik zou herbenoeming kunnen vragen - daar heeft de raad ook groen licht voor gegeven - en dan had ik nog drie jaar verder gekund, want met 70 moet je stoppen.

Ik vind het burgemeesterschap leuk, ik vind Harlingen leuk en ik ben ook niet aan het einde van mijn krachten. Dat zijn allemaal argumenten om door te gaan. En toch heb ik het niet gedaan, want er is ook zoiets als houdbaarheid. Als je ergens heel lang zit, dan zou je saai kunnen worden. Dat je misschien dezelfde verhalen dreigt te gaan vertellen, of dezelfde aanpak hebt, waar mensen een beetje op uitgekeken raken. Je wordt ook ouder. We hebben vanmiddag een heel aantal nieuwe ambtenaren beëdigd. Daar zitten heel jonge mensen tussen, twintigers. Dat is hartstikke mooi en die generatie gaat het ook zachtjesaan van mijn generatie overnemen. Dat hoort ook, en ik word wel een steeds oudere man. En ik geloof dat er tot nu toe nog niemand is die zegt ‘loopt die ouwe zak hier nog steeds rond?’ - maar dat wil ik liever ook niet.

Dan zijn er nog een paar privé-dingen. Mijn vrouw is vorig jaar met pensioen gegaan. Als ik nog jarenlang doorwerk, is dat thuis iets minder leuk. Ik wil ook nog wel andere dingen doen. Kom je daar nog aan toe als je de 70 gepasseerd bent? Ik heb het hier fantastisch gehad. Echt fantastisch. Ik heb een prachtige periode gehad. Ik kan heel weinig negatieve dingen opnoemen en dat wil ik ook graag zo houden.

Terug in de tijd. Ruim negen jaar geleden begon u in Harlingen als burgemeester. Was Harlingen wat u ervan verwachtte?

Ja. Ik kende Harlinger natuurlijk wel van de buitenkant, zoals heel veel mensen in Friesland Harlingen kennen als een prachtige plaats aan zee. Toen ik mijn vrouw leerde kennen, woonde ze in Harlingen. Ik was hier vroeger wel gewest als ik bij haar logeerde. Dus ik kende Harlingen al wel een beetje. We hadden ook een aantal kennissen in Harlingen, dus dat scheelde ook wel. En verder had ik wel gehoord waarom ik hier moest komen - omdat hier ook een aantal problemen speelde. Eén groot probleem was alle soesa rond de afvaloven. Ik was daarover bijgepraat en toen ik hier kwam, bleken die problemen er wel te zijn. Dat was wel wat ik verwachtte.

Vielen die problemen mee of tegen?

Achteraf valt het altijd mee. Ook dat eerste jaar eigenlijk wel. De opdracht van Commissaris van de Koningin Jorritsma was dat ik hier de rust terug moest brengen. De commissaris had mij wel wat uitgelegd en ik had in de krant ongeveer gevolgd wat hier speelde. En ik dacht: nou, dat wordt lastig. Ik kwam niet met overspannen verwachtingen naar Harlingen, maar het is me eigenlijk wel enorm meegevallen. Problemen waren er wel hoor, die bagatelliseer ik ook niet. Maar het heeft me ook wel voldoening gegeven een bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen daarvan. Van meet af aan ben ik hier heel veel vriendelijke mensen tegengekomen en heb ik me welkom gevoeld. Een aangenaam werkklimaat.

Die hele kwestie met de afvaloven heeft met Frisse Wind te maken en met het uiteenvallen van de coalitie. Frisse Wind stapte uit de raad waardoor het probleem in de raad een stuk minder groot werd. Daarbuiten zijn die problemen wel doorgegaan. Ik heb wel geprobeerd met alle partijen contact te houden en niet zelf een deel van het conflict te worden. Ik denk dat dat wel redelijk gelukt is.

De herindeling speelde in die tijd ook nog.

Door al dat gedoe met de REC had nauwelijks iemand daar nog goed over nagedacht, in tegenstelling tot omliggende gemeenten. Ik kreeg niet de opdracht een herindeling te regelen, maar Jorritsma zei wel: ik zou het wel prettig vinden als je het doet. Het leek me aanvankelijk ook wel logisch, een kleine plaats in een groter geheel - misschien zou het wel het verstandigste zijn. Zo ben ik er ook mee begonnen, maar dat viel me wel tegen.

In 2010 had alleen D66 iets over herindeling in z’n verkiezingsprogramma staan, verder niemand. We hadden net dat gedoe met de REC gehad, dus ik heb toen meerdere keren om wat ruimte gevraagd, om het rustig aan te doen. Maar daar was niet zoveel begrip voor van de kant van de andere gemeenten. Die vonden dat er geleverd moest worden. Er moest een stip op de horizon en er werd echt druk op gezet.

Van wie kwam die druk?

Van de collega’s, vanuit de colleges. Wethouders in de omliggende gemeenten waren nog fanatieker dan hun burgemeesters. Een aantal van die burgemeesters kende ik heel goed. Ik heb achteneenhalf jaar met Gerrit Krol in het college in Leeuwarden gezeten en we konden goed met elkaar opschieten - en nog steeds hoor - maar over de herindeling waren we het echt helemaal niet eens. En hij was ook niet toegevend vanwege alle vriendschap. Tom van Mourik zat in Menaldum en zat er ook stevig op te hameren. Ik dacht: nou jongens, doe even rustig aan. Snap dat nou. Ik heb nog voorgesteld dat het enorm zou helpen, als het gemeentehuis van de nieuwe gemeente in Harlingen zou komen te staan. Maar daar waren ze niet toe bereid. Ik vond het ook echt steeds minder leuk worden.

Daar kwam ook nog bij dat Harlingen heel erg identiteitsgevoelig is. Harlingen is toch echt iets anders dan de rest van Friesland en daar werd ik steeds meer van doordrongen. De overgrote meerderheid van de Harlingers wilde een zelfstandige gemeente, dus dat pad zijn we opgegaan. Dat heeft wel wat chagrijn bij de buren gegeven. Maar we hebben altijd gestreefd naar optimale relaties met de buren en dat is ook gelukt.

Is er wel eens druk uit de provincie gekomen?

Druk niet zo. Wel chagrijn, teleurstelling, dat soort dingen wel. Jorritsma was typisch niet boos, maar wel verdrietig over het besluit dat we genomen hadden. Hij vond dat jammer voor Harlingen; dat we het financieel niet gingen redden, dat we onze bevolking geen recht zouden kunnen doen omdat we te klein zijn om alle taken uit te voeren. Hij was niet de enige die dat zei; dat zei heel Friesland. Ik wist het natuurlijk ook niet. En als ik terugkijk - we zijn nou acht jaar verder, en dat is nog geen garantie voor de toekomst - we doen het natuurlijk niet zo raar. Qua financieel beleid zijn we misschien wel de meest stabiele gemeente in Friesland. Als het gaat om lage woonlasten voor de burgers, strijden we altijd om de eerste of tweede plaats. En in Harlingen gaat natuurlijk niet alles goed. Maar ik denk dat we het niet raar gedaan hebben als zelfstandige gemeente.

Trouwens, de problemen rond de REC waren echt serieus. In de politiek en in de raad, maar ook in de bevolking. Dat was echt heftig. Maar in die herindeling vonden heel veel mensen elkaar ook weer; allemaal voor zelfstandigheid van Harlingen. En dat heeft wel erg helend gewerkt. Dat heeft de gemeenschap goed gedaan. Daar kwam de Tall Ships Race nog bij. Dat was aanvankelijk ook omstreden en de eerste editie is ook veel te duur uitgevallen. Maar niettemin wel een groot succes en daar waren mensen wel heel erg trots op. En dat heeft ook allemaal geholpen.

U was voorzitter van de gemeenteraad. Was het altijd makkelijk met de raad?

Het is voor een voorzitter niet altijd gemakkelijk. Wat ik positief vind, is dat de raadsleden ook sterk met elkaar het debat aangaan. In Leeuwarden gingen de vertegenwoordigers van de verschillende fracties met de portefeuillehouders in debat en onderling heel weinig. In Harlingen is er flink debat onderling en er wordt veel geïnterrumpeerd. Dat is tegelijkertijd verheugend en lastig. Sommige raadsleden interrumperen nogal eens en het is niet altijd raak, zal ik maar zeggen. Soms zijn het ook wel herhalingen. En dat kost ook hartstikke veel tijd. Maar het is goed dat er onderling een flink debat is. En bijna alle besluiten die er echt toe doen, worden met heel grote meerderheid genomen zo niet unaniem. We zitten er misschien iets langer maar het resultaat is er dan ook naar. 

Blijft u kijken naar de raadsvergaderingen?

Dat neem ik me wel voor. De eerst keer zeker, hoe mijn opvolgster het gaat doen. En ik denk dat ik de raadsvergaderingen blijf volgen uit interesse. Maar ik ga er niks mee doen. Ik ga me er niet mee bemoeien, ik ga geen stukken in de krant schijven.

Blijft u in Harlingen wonen?

Ja we blijven aan de Midlumerlaan wonen. Ik vind het heerlijk om in Harlingen te wonen. We hebben het wel over Leeuwarden gehad - ik ben er ruim acht jaar wethouder geweest en toen ook vergroeid met die stad. Ik ken daar heel veel mensen en mijn vrouw komt er oorspronkelijk vandaan. Maar we vinden het hier gezellig en het is hier aangenaam. Verhuizen doe je ook niet altijd voor je lol. Het is een enorm gesodemieter voordat alles weer op orde is. Ik kom graag in Leeuwarden en het is maar 25 minuten rijden.

Heeft u wel eens ergens echt wakker van gelegen?

Waar ik misschien wel eens een half uurtje van wakker heb gelegen: de niet te beteugelen onrust in de Voorstraat en dat ik een gebiedsverbod tegen jongere jongens heb moeten inzetten om die onrust tegen te gaan. Niet wakker liggen van zo’n maatregel, maar dat het maar doorging, wat we ook deden. We hebben met de jongens proberen te spreken, met hun ouders, we hebben brieven geschreven. Niks leek te werken. Het bleek een soort van extreme corona-verveling te zijn. Dat vond ik wel lastig.

En er zijn natuurlijk twee heel nare dingen gebeurd. Het ongeluk op een schip van de bruine vloot; in één klap drie mensen dood. Dat was heel schokkend. En het treinongeluk, dat was ook heel erg. Er staan ook heel veel mooie dingen tegenover. De eerste keer dat ik de Visserijdagen meemaakte, was ik echt totaal onder de indruk. Dat dit hier kon! Allemaal leuke dingen waar ik helemaal niet van wakker lag.

Een heel ‘mooie’ ervaring was de noodopvang van vluchtelingen in 2015, die plotseling door heel Nederland werden gesleept en ook hier in de Waddenhal terechtkwamen. Het ambtelijk apparaat was eerst wat onzeker en heeft dat toen heel krachtig aangepakt. Heel veel ambtenaren zijn erbij betrokken geweest en dat was hartstikke goed georganiseerd. Dat vond ik indrukwekkend.

Het had ook wel nare kanten natuurlijk, want er werd geleurd met die mensen. Maar we konden iets voor ze doen. Er werd ook goed op gereageerd door de meeste inwoners. Er zijn de eerste dag op social media een paar buitengewoon onaangename uitingen verschenen, die aanzetten tot geweld. Daar hebben we ook op gereageerd; de politie is bij een aantal mensen nog aan de deur geweest. Maar de meeste reacties waren buitengewoon positief en Harlingers hebben een overstelpende hoeveelheid kinderwagens en dat soort dingen gegeven.

Heeft u wat geleerd in die negen jaar?

Ja, heel veel denk ik. Ik heb geleerd om wat boven de partijen te staan. Veel meer rekeninghouden met andere opvattingen en andere stromingen, en daarboven gaan staan. Proberen mensen met elkaar in contact te brengen zodat het tot iets gaat leiden, zodat je weer verder kunt.

Zijn er dingen die u achteraf gezien anders had gedaan?

Jawel. We werken aan een nieuwe ambtelijke huisvesting. We willen onze ambtelijke dienst zoveel mogelijk op één locatie. De eerste keuze was gevallen op de locatie aan de Westerzeedijk, met het idee om daar samen iets te doen met een commerciële partij, die er een hotel annex zalencentrum zou kunnen vestigen. Dat is meteen in de commissie eigenlijk al onderuitgehaald. Dat heb ik onhandig aangepakt. Ik dacht dat dat voorstel zo goed in elkaar zat, dat ik dat kon verdedigen. Maar dat kon dus niet. In de raad werd ook gevonden dat het niet handig was dat de burgemeester portefeuillehouder was bij zo’n majeur voorstel. Ik vond ook dat de raad daar gelijk in had. Want je moet als burgemeester natuurlijk de laatste zijn die een conflict met de raad aangaat. 

Maar ik wil dat nog wel meegeven… We hebben nu gekozen voor de ‘centrum-variant’, met ambtelijke huisvesting rond het stadhuis. Ik heb nog steeds het idee dat dat hotel daar aan de Westzeedijk goed voor de stad zou zijn. Ik geloof er niks van dat hotels zoals Anna Casparii daar nadeel van ondervinden - eerder het tegendeel. Als een keten hier een hotel neerzet, dan kunnen hier ook bussen naartoe komen met mensen van bedrijven die hier een cursus geven of een congres houden, en dat je vergaderruimten en grote zalen hebt. Mensen kunnen blijven logeren, ze kunnen langs het strand lopen, door de stad en van de zee genieten. Dat lijkt mij ideaal. Harlingen lijkt me een fantastische congresstad, waar je kunt uitwaaien en waar je je ’s avonds in de horeca kunt vermaken.

En als je zo’n zaal hebt, kunnen de Harlinger toneelverenigingen daar terecht. Of een protestvergadering zoals we die in Trebol hadden over de REC. Het is wel fijn als er een ruimte is waar mensen dan bij elkaar kunnen komen, en zo’n zaal hebben we nu niet. Je zou toch ook de organisatie van Henk van der Meijden in zo’n zaal musicals aan zee kunnen laten produceren? Volgens mij lift dat het hele toeristische niveau enorm op. Die boodschap wil ik nog even meegeven: denk daar nog eens goed over na.

Wilt u nog wat zeggen tegen de Harlingers?

Ik wil alle Harlingers erg bedanken voor het vertrouwen dat ik steeds overal ben tegengekomen. Voor alle vriendelijkheid. Ik heb hier als burgemeester een prachtige tijd gehad. Heel veel mensen hebben daaraan meegewerkt. Dus daar bedank ik iedereen heel erg voor. Voor de rest: geniet van de fantastische plaats waar je woont.

|Doorsturen

Buienradar



Agenda