Nieuws

Het stormachtige leven van Ids Roukema

Alles aan de hang - deel 5

Eddy de Vries vond enkele jaren geleden een brief uit 1931 die zijn opa had geschreven, vanuit Grand Rapids (VS), gericht aan de Harlinger Courant. Opa was ooit een groot kaatser die als eerste Harlinger de PC won én Koning werd. Eddy de Vries kreeg de vraag of hij een stukje over zijn opa wilde schrijven voor ‘De Keatsfreon’. Veel meer dan mailtjes voor werk en boodschappen boodschappenbriefjes schreef hij tot dan toe niet, maar het lukte: zijn eerste verhaal, van maar liefst 16 pagina’s. Een artikel over de kaats- en zangfamilie Van Dijk volgde, en vorig jaar volgde onderzoek naar Ids Roukema, online en in vergeelde kranten. Van Simon Vestdijk naar een gevilde kat. Van een atleet naar een kleine kleurrijke boef. Van twee wereldoorlogen en een zware blessure naar een viskraam. En van een fopsigaar naar een markante grafsteen. Hier is deel 5, het slot.

Door Eddy de Vries

Het Havenplein met visafslag rond 1932. (Bron: Harlingen toen)

Tijdens de ledenvergadering van kaatsvereniging Eendracht van 1928, lezen we dat Ids zich weer beschikbaar wil stellen voor het Bondspartuur. Het bestuur besluit, dat er om de samenstelling van het partuur zal moeten worden gekaatst. Of het been van Ids goed genoeg zou zijn geweest, zullen we nooit weten. Het partuur dat Harlingen vertegenwoordigt bestaat uit Hans Knol, Klaas de Jager en Pieter Helfrich. “Hans, Klaas en Piet, een beter trio is er niet…” zingen de Harlingers langs de kaatsvelden. En met recht, dit partuur komt op de Bond als winnaar uit de bus.

Op 30 mei worden de drie op een feestelijke bijeenkomst in ‘De Beurs’ op de Noorderhaven gehuldigd. Het Stedelijk Muziekkorps speelt eerst een paar nummers, waarna voorzitter Mooiman het woord neemt. Aan zijn rechterhand zitten de drie overwinnaars en links van hem zit Ids Roukema. De spreker wijst erop dat Ids, na zijn ongeval, “op buitengewoon waardige wijze” is vervangen door Pieter Helfrich.

 

Begin september kaatst Ids zijn allerlaatste wedstrijd in Hardegarijp. Samen met Smidts en Werkhoven wint hij nog de derde prijs. Naast acht koningstitels, 58 eerste prijzen, 52 premies, 62 kleinere prijzen behaalt hij 367 punten in het puntenklassement.

Aan het eind van dat jaar verkassen de vijf Roukema’s van de Grote Ossenmarkt naar de Lombardstraat nummer 4. De Bond van 1930 gaat dankzij dezelfde drie kaatsers, wederom naar Harlingen en bij de huldiging van dit trio wordt ook Ids Roukema door kaatsvereniging Eendracht weer geëerd. De stoet, begeleid door het muziekkorps, trekt door de straten, gevolgd door veel publiek. Het bestuur heeft plaatsgenomen in open rijtuigen. In de eerste koets zitten naast een aantal bestuursleden tevens de drie winnaars van de Bond en in de tweede zit Ids Roukema. Alle vier hebben ze “hun borst getooid met tal van behaalde medailles”. De optocht word gesloten door een open auto, met daarin familie van de winnaars en van Ids.

 

Invalidenkarretje

Met de knie komt het niet meer goed, waardoor Ids geen lichamelijk zwaar werk meer kan doen. Zijn kaatsmaat Sikke de Vries emigreert in die tijd met zijn familie naar Grand Rapids in de Verenigde Staten. Het ontbreekt hem aan het geld, anders had Ids hier ook wel oren naar gehad. Hij is een tijdlang café-eigenaar maar dat is geen succes. Weer later staat hij met een vis- en zuurkraam bij de visafslag naast het Havenmantsje aan het Havenplein. Hij verkoopt goed, vele vrienden willen graag even een praatje maken, wat lachen en een visje meepikken. De voormalig koopman en commissionair voor Duitsland en Engeland, lijkt het voor elkaar te hebben. De familie is inmiddels verhuisd naar de Vijverstraat nummer 8.

 

In 1934 richten oudste zoon Jan en Johan, de jongste, die Jopie wordt genoemd, het trio ‘De Frisia’s’ op. Al van jongs af aan spelen ze beiden accordeon en ze zijn er hun opa Jan de Bruin dankbaar voor dat hij met zijn diatonische harmonica de liefde voor de muziek en de accordeon bij hen heeft opgewekt. Het spelen hebben ze zich zelf aangeleerd en hun eerste instrumenten kopen ze van sigarettenbonnen. Later spelen ze op professionele instrumenten van Duitse en Italiaanse makelij. Het derde lid van dit orkest is Dirk Rijnberg uit Apeldoorn. Hij is de enige die noten kan lezen en de bladmuziek voor zich heeft. De beide Roukema’s spelen alles op het gehoor. Wanneer het orkest optreedt, is Ids daar wel eens bij en is dan zo trots als een pauw.

 

Hij heeft er een hekel aan als hij ziet dat de jongens een glas bier drinken bij een optreden. “Daar zat gevaar in”, vertelt zoon Jan later. “Dan dacht hij aan zichzelf, aan vroeger.” Ids wil niet dat de jongens gaan kaatsen, die frustratie heeft diep gezeten en de kaatssport kan hem niet meer bekoren. “Het hoofdbestuur stelt op dat moment weinig meer voor en ook de reglementering laat te wensen over. De prijzen deugen niet en de kaatsers hebben wel veel lef maar het slaan is niet om aan te zien”, aldus Ids. We zien dat veel oud topkaatsers van Harlingen een rol binnen ‘Eendracht’ hebben vervuld maar op deze lange lijst ontbreekt Ids. In de zomer van 1935 verhuist het gezin naar Hondenstraat 8. Een jaar later naar de Grote Bredeplaats 7 en weer een half jaar later naar de Lanen op nummer 17.

De broers zijn wel sportief, Wouter bijvoorbeeld is bokskampioen van het noorden geweest. Hij is ook de eerste van de zonen die, bijna letterlijk, zijn vleugels uitslaat en niet alleen uit Harlingen vertrekt, maar in de oorlog in Engeland verblijft. In 1941 belandt Ids na een beroerte in een invalidenkarretje dat door Antje wordt voortgeduwd. Ids heeft hier een hekel aan, hij wil niet klein zijn en moet nu letterlijk tegen de mensen opkijken. Als men hem vraagt hoe het gaat, roept hij: “Reusachtig”.

 

Strafkamp

De ooit zo grote kaatser blijft sukkelen met zijn gezondheid. In de zomer van datzelfde jaar maakt een Harlinger jongen een foto van een groep jongens die op een mooie zonnige middag toevallig bij het zeezwembad is. Een van deze jongens is Ids’ jongste zoon Jopie. Lachend maken ze het V-teken. Het is voor de bezetter reden ze aan te houden. De jongens wordt gevraagd een in het Duits opgestelde verklaring te ondertekenen waarin staat dat zij dat V-teken hebben gemaakt. Wat ze niet weten, is dat ze ook tekenen voor het bekladden van gebouwen met anti-Duitse teksten. Na een nacht in de politiecel worden negen jongens onder begeleiding van de Harlinger politie per trein naar Leeuwarden gebracht en na een paar dagen van wreed en grof verhoor, weggevoerd. Per trein worden ze overgebracht naar Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Kamp Amersfoort is een klein strafkamp voor ‘politieke gevangen’. Wanneer ieders naam, adres en beroep wordt genoteerd, zegt de dan 18-jarige Roukema: “Jopie Roukema, Koningsbuurt, Almenum, gemeente Franekeradeel, beroep kapper.” Ruim acht weken lang worden ze door de SS onmenselijk afgebeuld en behandeld. Broer Wouter wordt in 1944 door Prins Bernhard onderscheiden met het ‘Vliegerkruis’. Hij heeft als Sergeant boordschutter van het Nederlandse 320ste squadron van de RAF, in het Verenigd Koninkrijk in oorlogsvluchten tegen de vijand, blijk gegeven van “moed, vakbekwaamheid, volharding en plichtsbetrachting”.

 

Het laatste adres waar Ids en Antje samen zullen wonen is op de Heiligeweg nummer 17. Hun telefoonnummer is 442 en zijn beroep is vishandelaar. Alles wat hij ooit aan eremetaal mee naar huis heeft weten te brengen, is dan al verdwenen. Dat wat hij ooit heeft gewonnen staat in de etalage van Gerrit van der Gaast, eigenaar van een sigarenzaak op de hoek van de Lanen en de Kleine Bredeplaats. Hampie Boogaard, die de PC in 1934 won, vertelt later dat Ids Roukema ook eens een grote zilveren beker had gewonnen in Alkmaar. Die heeft hij later aan Hampies broer Jan Boogaard, makelaar-taxateur en koopman, aangeboden. Ook toen zat Ids weer krap bij kas en deze beker moet jaren als onderpand in dezelfde etalage van Van der Gaast hebben gestaan.

 

Op een geven moment moet Ids toch spijt hebben gekregen dat hij zijn prijzen niet meer in zijn bezit had en gaat bij Van der Gaast langs. “Gerrit seun, daar staat voor un kapitaal, en as der nou wat met gebeurt, brân of su, dan bin ’k alles kwiet. Nou krij ik vanne middag un partij heringen tuus, foor wel 200 gulden.” Ids komt de haringen echter niet brengen. Drie maanden later komt zijn vrouw Antje langs met een kistje en begint de prijzen van haar man te poetsen. “Buufre Antje, wat mut dit?” vraagt Van der Gaast. “Nou, zegt Antje, alles gaat naar un tentoonstelling. Ids sal nog beroemd wudde.” “Laat Ids mie dan eerst maar even die 200 gulden an hering bringe.” Wederom blijven de prijzen staan, maar, “toen kwam een heer die veel voor Eendracht heeft gedaan en gaf die 200 gulden”. Of de prijzen alsnog naar de tentoonstelling zijn gegaan, weten we niet zeker, maar zoon Jan weet dat de Harlinger koningkaatser bij een tentoonstelling in Leeuwarden aan tafel heeft gezeten met iemand van werkelijk koninklijke komaf. Het zal uiterst interessante gespreksstof zijn geweest tussen Ids Roukema en Hare Majesteit Koningin Wilhelmina.

 

Alles aan de hang

De krachten bij de oud-kaatser nemen verder af en de klachten nemen toe. De eer, glorie en roem van weleer komen niet meer terug en in april 1949 wordt Ids opgenomen in het Algemeen Ziekenhuis aan het Zuiderbolwerk in Harlingen. Hij is ziek, zeer ernstig ziek. Op zondagmiddag 15 mei, rond vijf uur overlijdt Ids. ‘Heden overleed na langdurig lijden, onze beste Man, Vader, Behuwd- en Grootvader. In den ouderdom van 59 jaar’, aldus de overlijdensannonce. De begrafenis zal op donderdagmiddag 19 mei zijn. Onder zeer grote belangstelling wordt het stoffelijk overschot op de Algemene Begraafplaats te Harlingen besteld. Op deze mooie lentedag gaat de rouwstoet van het Algemeen Ziekenhuis langs de Heiligeweg, waar voor de viswinkel van de Roukema’s even halt gehouden wordt. Op de begraafplaats zelf zijn honderden mensen bijeen, waaronder vele oud-kaatsers zoals Anne Smidts, Machiel Miedema, Rinze Werkhoven, Pieter Helfrich, Sikke de Vries en Hans Knol. Thomas de Groot dan voorzitter van K.N.K.B., memoreert, dat Ids op het kaatsveld “dikwijls heeft gestreden en gewonnen, maar de laatste strijd heeft moeten verliezen”. Ook Machiel Miedema spreekt woorden van herinnering aan de matador van weleer over de tijd dat hij en anderen op het groene, heilige veld stonden.

 

Op zijn grafsteen staat een telegraaf afgebeeld met de stand 5-5 en 6-6. ‘Alles aan de hang’. De nabestaanden hebben dit met elkaar zo gewild, ‘drie spul is uut’, was een gevleugelde uitspraak van Ids Roukema. Zoon Jan vertelt dat zijn vader eens in Leeuwarden moest kaatsen en samen met Hoogland gingen ze op de motorfiets, maar kregen onderweg pech. Wanneer ze uiteindelijk toch in Leeuwarden aankomen, staat het partuur van vader met Hans Knol en Klaas de Jager, ze zijn maar zonder hem begonnen, al met 5-1 achter. Wanneer men naar hem roept: “Gaan maar weer naar huus Ids, dit wud niks meer vandaag”, antwoordt hij: “Naar huus? Niks daarvan, drie spul is uut!” De kansen keren en de partij wordt alsnog gewonnen. Zelfs toen hij ziek werd en het einde in zicht kwam, moet hij ook toen nog hebben gezegd dat ‘drie spul uut is’.

 

Pripper

Op een zondagmiddag begin jaren 80 ga ik met mijn vader naar het kaatsen in Dronrijp. De groene Opel Ascona is inmiddels ingeruild voor een wit en nieuwer exemplaar, de ‘special’ versie, inclusief autoradio. Op het veld van ‘Sjirk de Wal’ zijn we ongeveer aan de halve finales toe, wanneer ik Sjouke de Boer een bal zie opslaan die niet strak en op hoge snelheid naar het perk wordt gestuurd, maar met een grote boog. Wanneer die bal weer daalt, lijkt hij loodrecht uit de lucht te vallen. De achterinse probeert onder de bal te komen, stap naar voren, stap naar achteren, maar Flip Soolsma krijgt de bal het perk niet uit. De volgende bal die De Boer opslaat is een pripper. Voorinse Piet Jetze Faber ‘lepelt’ de bal het perk uit, maar Klaas van Wieren retourneert de bal terug het perk in. De derde bal is weer een hoge die precies tussen de twee perkspelers invalt. De oude mannen met witte petten ‘gnieze’ en applaudisseren enthousiast. “Kiek,” zegt mijn vader, “su kaatse je met de kop. ’t Hoeft niet altied su hard mogelijk. Die generatie kaatsers van Ids en su, begreep dat beter dan de meesten van teugenwoordig.” Ids Roukema heeft Dronrijp echter nooit op zijn palmares kunnen bijschrijven.

 

Eremetaal

Kaatsvereniging Eendracht houdt haar vergaderingen in de bovenzaal van het voormalig Volksbierhuis de Franekerpoort, waarvan Piet en Greetje Haarsma de uitbaters zijn. Hier hangt ook het vaandel van Kaatsvereniging Eendracht. Het is in de tijd van Hotze Schuil, de Van Wierens en Sake Saakstra dat in ‘de Franekerpoort’ de meeste oud-kaatsers en coryfeeën van Harlingen zitten. Het is dan ook vlakbij het kaatsland. Er is altijd veel drukte en na afloop van het kaatsen is het feest. En wordt er natuurlijk nagepraat! Het Harlinger eremetaal schittert en blinkt aan de vaandels. Voor een grote partij of een jubileum is het Hans Knol die het andere vaandel uit café Bambach haalt en thuis de medailles poetst. Maar Greetje Haarsma neemt samen met Pieter Helfrich het grote vaandel voor haar rekening. Er zou een extra flesje Brasso aangeschaft moeten worden als ook de medailles van Ids Roukema een poetsbeurt zouden krijgen. Maar van die grote kaatser, zoon van een vader die voor zijn huwelijk een zwervend bestaan had, die het villen van de kat van weduwe Vinkelbos op zijn geweten had, een kaatsersstaking aanvoerde, die 87 medailles, vier gouden horloges, twee gouden medailles en twee zilveren medailles won en aan tafel zat met de koningin, ontbreekt tot op de dag van vandaag het eremetaal.

Grafsteen van Ids Roukema. (Bron: Graftombe.nl)

|Doorsturen