Nieuws

Het stormachtige leven van Ids Roukema

Alles aan de hang (3)

Eddy de Vries vond enkele jaren geleden een brief uit 1931 die zijn opa had geschreven, vanuit Grand Rapids (VS), gericht aan de Harlinger Courant. Opa was ooit een groot kaatser die als eerste Harlinger de PC won én Koning werd. Eddy de Vries kreeg de vraag of hij een stukje over zijn opa wilde schrijven voor ‘De Keatsfreon’. Veel meer dan mailtjes voor werk en boodschappen boodschappenbriefjes schreef hij tot dan toe niet, maar het lukte: zijn eerste verhaal, van maar liefst 16 pagina’s. Een artikel over de kaats- en zangfamilie Van Dijk volgde, en vorig jaar volgde onderzoek naar Ids Roukema, online en in vergeelde kranten. Van Simon Vestdijk naar een gevilde kat. Van een atleet naar een kleine kleurrijke boef. Van twee wereldoorlogen en een zware blessure naar een viskraam. En van een fopsigaar naar een markante grafsteen. Hier is deel 3.

Door Eddy de Vries

Twee Eendracht-parturen tijdens een kaatsdemonstratie op Koninginnedag 1919. Achterste rij vlnr: voorzitter J. Yntema, Ulbe Posthuma, Ids Roukema, Sikke de Vries en commissaris Kooistra. Zittend: Y. Hamstra, D. Kwast en A. van Veen. (Bron: Eddy de Vries)

Vorige week in deze serie: op 9 juli 1916 wordt er in Harlingen gekaatst en de Belg Decastieau van Gaasterland valt op door fel spel, en zorgt voor afwisseling en attractie. Zijn partuur wint die dag de finale en ontvangt daarvoor drie zilveren medailles en 90 gulden. Decastieau is de koning van de dag.

 

Deze Decastieau geeft ook acte de présence op de PC van dat jaar, net als vele andere geïnterneerde Belgen. De kleine man heeft een machtige arm en slaat een jaar eerder op een partij in Gaasterland de bal maar liefst 92 meter weg. Later gaat Decastieau in Sneek wonen en wordt de vaste kaatsmaat van André Rienstra. Een andere Belg, August van Lierde, vormt met Rinse Brink en Ids Roukema partuur acht op de PC-lijst. Daarop staat tevens een vriendelijk verzoek van het bestuur vermeld: ‘In het belang der Kaatspartij, wordt het publiek dringend verzocht zich geheel buiten kwesties te houden’.

 

In de eerste omloop gaat het tegen drie uit Laren gemobiliseerde militairen, maar die blijken geen schijn van kans te hebben. Winst: 5-0 en 6-2. Ook de tweede omloop verloopt gunstig voor Van Lierde en zijn twee Friese maten. Partuur nummer 10, met drie mannen uit Menaldum, krijgt twee eersten maar dat is het dan ook. De derde omloop wordt een confrontatie tussen de twee parturen van de Belgen Albert Decastieau en Van Lierde. Decastieau kaatst samen met Jan Vlietstra en André Rienstra een mooie felle partij. Ook Van Lierde deelt in het succes en krijgt veel lof voor zijn spel. Het valt de journalist op dat vooral de Belgen elkaar ‘zoo fel bekampen’.

 

Niespoeder

Het applaus is niet van de lucht, maar vooral aan de opslag laat het partuur van Decastieau het liggen. Het is namelijk niet de dag van zijn maat Rienstra die veel buiten slaat. De winst gaat uiteindelijk dan ook naar het partuur van Brink, Roukema en Van Lierde die later in de finale de winnaars van vorig jaar tegenkomen; Sikke de Vries, Jacobus Jellema en Hendrik van Haitsma. De finale begint vol enthousiasme en Van Haitsma slaat erg sterk op. Dan komt er een periode met vrij zwak spel en het partuur van Van Haitsma zakt langzamerhand weg. ‘De aardigheid is er compleet vanaf’, aldus de Leeuwarder Courant. Brink, Roukema en Van Lierde winnen deze editie met 5-1 en 6-4. Rinse Brink wordt koning en Ids Roukema heeft zijn eerste PC-overwinning binnen.

 

Diezelfde maand gaat het Harlinger Bondspartuur naar Witmarsum. Op ‘De Hertenkamp’ worden achtereenvolgens Franeker, Sneek en Witmarsum met grote overmacht verslagen. Al met al zal vaandeldrager Germen Beers van ‘Eendracht’ het zwaarder krijgen, het zilver ‘druipt’ er inmiddels bijna vanaf. Twee weken later is er weer winst voor Ids, nu in Kimswerd en ook zíjn ereprijzen stapelen zich op. Terwijl we nog niet eens op de helft van de kaatscarrière van deze Roukema zijn. Na afloop van een kaatswedstrijd in datzelfde Kimswerd, zit hij in de bovenzaal van de dorpsherberg. Er zal een toneelstukje worden opgevoerd na een huldigingsfeest en Ids heeft behoefte om zijn gevoel voor humor te etaleren. Voor aanvang van het stuk is het hem gelukt om ongezien niespoeder op het toneel te strooien. Wanneer het doek opgaat, duurt het niet lang voordat de eerste spelers beginnen te proesten. Niemand van hen die nog een zin behoorlijk kan uitspreken. De Kimswerders wijzen al gauw naar Ids, die zelf krom ligt van het lachen en zich op de knieën slaat van plezier. Klaas de Jager, die die dag met Ids kaatste, ziet een aantal boze Kimswerders op hen afkomen, sleurt Ids mee de trap af, naar buiten, waarna ze allebei snel op zijn oude motorfiets springen. Net op tijd zetten ze koers richting Harlingen.

 

Eer en roem

Het gaat de kaatser-koopman voor de wind. Er valt in deze maatschappelijk moeilijke tijden net voldoende geld uit de handel te halen om het gezin te onderhouden maar de geldprijzen die deze levende legende pakt met het kaatsen zijn daarop een mooie aanvulling. Ids handelt in alles wat maar naar handel ruikt. Hij koopt lood en vis op, wisselt het om voor geld en handelt later in fopartikelen en kleding. In deze handel wordt niet gedaan aan bonnetjes of garantievoorwaarden. Het gebeurt grotendeels op legale wijze, soms net op het randje een heel enkele keer er net even overheen. Buurman en medekoopman Levy Pais van de Kleine Bredeplaats heeft hem zó op het hart gedrukt dat wanneer je ‘het bij daglicht niet kunt verdienen, je beter maar niet in de handel kunt gaan.’


 

Als Ids op een kaatsveld verschijnt, ziet het publiek een ware Clark Gable, compleet met strooien hoedje


 

Antje zorgt er altijd voor dat haar Ids er picobello uitziet. Ids haalt ook de - soms bijna afgedragen -  kleding van de Harlinger gegoede stand op en dat wat hem past, wordt vaak door Antje met naald en draad weer hersteld. Als hij op een kaatsveld verschijnt, ziet het publiek een ware Clark Gable, compleet met strooien hoedje tussen hen instaan. Boer Hiemstra uit Arum vertelt zodoende eens dat hem op een zondagochtend in juni 1918 een landauer met vier personen voorbij rijdt. De boer herkent een van de mannen aan zijn opvallend witte strohoed en begrijpt dat men op weg is naar de Internationale wedstrijd in Sneek.

De volgende ochtend om vier uur zal boer Hiemstra met zijn knecht de koeien gaan melken. Ze horen op die mooie stille ochtend een enorm gezang aan de andere kant van het dorp. Het geluid komt steeds dichterbij en even later passeert dezelfde landauer als gistermorgen. De tweede prijswinnaars Staalstra, Miedema en Roukema hebben van de verdiende 45 gulden, alvorens de terugreis te aanvaarden, waarschijnlijk enkele borreltjes gekocht.

 

Schorsing

In 1919 worden er uit pakhuis Odessa aan het Noordijs in Harlingen twee zakken haver ter waarde van 15 gulden, gestolen van Willem Boonstra. Ids Roukema wordt wegens heling veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. De PC van het jaar daarna heeft hem wederom een overwinning opgeleverd, maar nog steeds geen koningschap. Samen met Ids Jousma en Taede Zijlstra verslaan ze de Belg Van Lierde en de Franekers Vlietstra en Staalstra.

 

Imposant en atletisch gebouwd, een fraai pak, lichte schoenen, dun snorretje en het hoedje scheef op het hoofd en nooit om een woord verlegen. Soms schiet hij door in zijn zelfvertrouwen en wordt daarbij té overmoedig waardoor hij met zijn kwinkslagen de mensen wel eens tegen het zere been schopt. Vooral wanneer het gaat om de pommeranten en de ‘hoge heren.’ Van hiërarchie moet Ids niets hebben. Burgemeesters, politiemannen, keurmeesters en scheidsrechters; er is respect voor hen maar zeker niet meer dan voor de werklui. Iedereen weet wat ze aan hem hebben en ze houden zich soms maar wijselijk stil om maar niet de gebeten hond te worden. Tot grote ergernis van Antje levert zijn verbaal geweld bij het kaatsen hem wel eens een schorsing op, waar Ids dan weer niets van lijkt te begrijpen. De tact die hem mede zo groot heeft gemaakt in zijn sport, lijkt hem maatschappelijk wel eens te ontberen. Uitbundige bewonderaars noemen hem de ‘grootste’ voorperkspeler die er op dat moment is, anderen temperen dat enthousiasme en menen dat niet alleen zijn kracht, maar zeker ook zijn zelfverzekerdheid hem maken tot een echte allrounder. Het ledenaantal van KV Eendracht ligt op dat moment boven de 700. Door een contributieverhoging zakt dit aantal later in korte tijd echter naar 658.

 

Bijnamen-manie

In 1920 staat Ids op de lijst van de PC, samen met Teade Zijlstra en Ids Jousma. In de finale treffen ze Jan Vlietstra, Nanning Staalstra en August van Lierde, die nog eens special vanuit Ninove was overgekomen. Het is een spannende wedstrijd, maar dan wordt Staalstra beboet wegens ‘spugen op de bal’. De partij is in een ommezien beslecht in het voordeel van Roukema en consorten. Op 31 oktober van dat jaar, viert kaatsvereniging Eendracht haar 20-jarig bestaan.

 

Zijn absolute hoogtepunt lijkt het jaar 1921 te worden. Met twaalf eerste prijzen, vijf tweede en zes derde prijzen komt zijn puntentotaal dan op 52. Volgens het Haarlems Dagblad van 10 november 1921 heeft Ids de bijnaam ‘Bello’. Waar deze op is gebaseerd is niet geheel duidelijk maar voor de overige bijnamen als de Koeke, de Roede, de Koekhakker of ‘melk en suup’ lijken wel verklaringen te zijn. ‘Alleen bij de Lappen in de Golf van Archangel, is een dergelijke bijnamen-manie aangetroffen’, aldus de krant. Het seizoen had echter ook anders kunnen verlopen, aangezien het hoofdbestuur van de NKB vijf spelers schorst wegens het delen van de prijzen tijdens de kaatspartij in Sint Annaparochie. Taede Zijlstra, de beide neven Roukema, Reitsma en Staalstra worden uitgesloten van deelname en hebben van 26 mei tot en met 31 juli geen toegang tot de kaatsvelden.

 

Walle Geertsje

We komen bovengenoemde kaatsers echter wel tegen in de lijsten en uitslagen in de periode van de schorsing. Het lijkt dus of de zaak ongedaan is gemaakt. De PC van 1921 wordt geen groot succes voor de Roukema’s. Beiden vormen ze een partuur met de derde beroemde Ids; Ids Jousma van Dokkum. Ze komen niet verder dan de eerste omloop. Ook 1922 wordt geen topjaar voor de dan 33-jarige Harlinger kaatser. Al wordt hij nog wel tweede op de Bond met Hans Knol en Johannes van der Plaats. Op 21 augustus van dit jaar, zegevieren Ids Roukema, C. van der Meulen en Van der Plaats in Kimswerd en winnen daarmee een zilveren lauwerkrans voor het vaandel.

In huize Roukema kunnen de twee zonen het jaar daarna eindelijk een partuur gaan vormen. Op 26 maart 1923 wordt de derde zoon Johan geboren en na deze gezinsuitbreiding verhuist het gezin naar een iets groter woonhuis in de Nieuwstraat, vlak achter de Engelse Tuin.

 

Het is in Wijnaldum wanneer de afdelingsprijs naar Harlingen gaat. Het trio dat die overwinning behaalt, zal de geschiedenis ingaan als het partuur Ids, Hans en Klaas. Klaas de Jager is weer geheel in vorm na een armbreuk in 1920. Hij is de zoon van de markante koopvrouw Walle Geertsje van de Lanen en familie van de kermis-koekhakkersfamilie Kooistra uit Dokkum, Hans Knol timmert dan ook al een tijdje aan de weg. Hij werd tijdens zijn mobilisatietijd bij Philips in Eindhoven een goede kaatser, mede door toedoen van Cees Thyssen uit Dronrijp. Knol is een bedachtzame rustige speler; ‘kaatsen is net als dammen, eerst nadenken en dan pas schuiven’. Een opslager, zo zeker als ‘de Bank van Engeland’ en in het tussenspel niet te evenaren.

 

Koningstitel

Voor de PC van dat jaar heeft Hans een partuur gevormd met de beide Plantinga’s en Ids kaatst die dag met Klaas de Jager en Machiel Miedema. In de finale komen de beide parturen tegenover elkaar te staan. Het begin van de eindstrijd valt al bijzonder in de smaak bij de ongeveer 3000 toeschouwers en al in het eerste eerst slaat De Jager twee ballen over alles heen en hij herhaalt die prestatie in het volgende. Met Ids Roukema vormt hij een buitengewoon sterke perkbezetting en Miedema is een zeer zekere en tactische opslager. Na het eerste eerst volgt op zes gelijk het spel door buitenslaan van Hans Knol. De eindstrijd wordt beslist op 5-3 en 6-6. In deze partij worden maar liefst 15 bovenslagen geproduceerd waarvan negen op naam komen van De Jager terwijl Ids en de beide Plantinga’s met ieder twee bovenslagen tekenen voor de andere zes.

 

Over de koningskeuze van Ids Roukema was men het niet eens. Miedema had volgens de Franeker journalisten meer recht op deze eretitel. Hoe dan ook, Ids heeft zijn felbegeerde PC-koningstitel op zak en die pakken ze hem niet meer af. Het jaar 1923 kan voor hem bijgeschreven worden als zeer bijzonder; het brengt hem een zoontje, acht eerste, zeven tweede, twee derde prijzen en de winst op de mooiste partij van het jaar.

De finalepartij van de PC in 1923 te Franeker. (Bron: Kaatsmuseum).

|Doorsturen