Nieuws

Het stormachtige leven van Ids Roukema

Alles aan de hang (2)

Eddy de Vries vond enkele jaren geleden een brief uit 1931 die zijn opa had geschreven, vanuit Grand Rapids (VS), gericht aan de Harlinger Courant. Opa was ooit een groot kaatser die als eerste Harlinger de PC won én Koning werd. Eddy de Vries kreeg de vraag of hij een stukje over zijn opa wilde schrijven voor ‘De Keatsfreon’. Veel meer dan mailtjes voor werk en boodschappen boodschappenbriefjes schreef hij tot dan toe niet, maar het lukte: zijn eerste verhaal, van maar liefst 16 pagina’s. Een artikel over de kaats- en zangfamilie Van Dijk volgde, en vorig jaar volgde onderzoek naar Ids Roukema, online en in vergeelde kranten. En hier is het resultaat, in vijf delen. Van Simon Vestdijk naar een gevilde kat. Van een atleet naar een kleine kleurrijke boef. Van twee wereldoorlogen en een zware blessure naar een viskraam. En van een fopsigaar naar een markante grafsteen. Hier is deel 2.

Door Eddy de Vries

Ids Roukema, staand en tweede van rechts.

De ster van Ids is rijzende. Op de Friese velden houdt men rekening met hem. Hij blinkt uit en weet het publiek goed te bespelen en voor zich te winnen. Wanneer deze atleet het veld op komt, gebeurt er altijd wel iets, hij is iemand waarvoor het publiek graag een kaartje koopt. De man is slim en zelden op een foutje te betrappen. Zo wordt hij bijvoorbeeld weinig berispt voor overlopen. Hij heeft aan de opslag een enorm snelle aanloop, waarbij zelfs de meest secure keurmeester nooit heeft kunnen vaststellen of hij overloopt. Wanneer hij de ‘stuit’ nadert, neemt hij een sprong en ondertussen geeft hij de bal zóveel snelheid mee, dat menig perkspeler hier zijn tanden op stuk bijt. Keurmeesters liggen soms op hun knieën bij de opslag, maar Ids is ze simpelweg te slim af.

 

Eén van de grootste kaatskoningen en humoristen uit de Havenstad moet dan regelmatig hebben gegniffeld. De man weet met zijn lach, zijn sneer en de nodige spot zijn tegenspelers te treffen. Het wordt geaccepteerd maar die humor is tegelijkertijd verweven met het drankgebruik dat onder de kaatsers boven het gemiddelde ligt. In die jaren waren de leefomstandigheden vaak miserabel. Economische depressie en werkloosheid zullen daar mede debet aan zijn geweest. Onder het publiek bevonden zich ‘goede vrienden’ die de spelers van drank voorzagen. Andere ‘goede vrienden’ echter wilden de kaatsers nog wel eens wijzen op het feit dat er morgen weer een dag was en dat het ook wel wat minder mocht. Ook de wijze van prijs uitreiken verschilde veel met die van nu. Toentertijd maakte dat deel uit van een feestelijk gebeuren en soms zat er na de laatste bal en de uitreiking, wel eens ruim een uur. Of, en dat kwam ook regelmatig voor, het bestuur ging eerst even naar huis om te eten. Het zal menig prijswinnaar moeite hebben gekost, geheel helder weer thuis te komen. Dat gold ook voor Ids, tot ongenoegen van zijn verloofde Antje de Bruin, dochter van panbakker Jan de Bruin en Johanna Souverein uit Harlingen. Ids en Antje stappen op 28 juni 1913 in het huwelijksbootje. De ouders van Antje tekenen de huwelijksakte en geven toestemming tot het huwelijk, aangezien hun dochter nog net minderjarig is. Antje is dan al drie maanden zwanger. Het kersverse echtpaar gaat wonen op Karremanstraat nummer 22.

 

Directietent

Een paar maanden later staat de 60ste PC op de agenda en samen met Catrinus Werkoven en Anne Smidts kaatst Ids in partuur 22. Ids Roukema zat altijd in de sterkste formaties. De sterksten zochten elkaar altijd op, dat is tot op heden niet anders. Dit jaar viert de PC zijn zestig jarig bestaan. Op maandag 28 juli werd het feest geopend met de ‘Grote Nationale Kaatspartij’, zoals de PC toen werd genoemd. Burgemeester Mr. Okma opent het feest. De lijst toont 25 parturen. Deze jubileumpartij wordt met veel (Franse) muziek opgeluisterd en de toegangsprijzen zijn voor het land 25 cent, voor de eindtribune 50 cent, voor de zijtribunes 25 cent en voor de banken 15 cent.

 

In de eerste omloop zijn ze oppermachtig en de tegenstanders krijgen niet eens één eerst. De tweede omloop gaat wat moeizamer maar wordt toch gewonnen met 5-4 en 6-2 tegen de beide Aukema’s van Franeker en Jappie Tuinhout, nu woonachtig te Leeuwarden. De krant roemt in haar verslag het tactisch kaatsen van Catrinus Werkhoven, de opslag van Ids Roukema en het ‘puike werk’ van Smidts. Later zal Ids over Werkhoven vertellen dat hij het tactisch inzicht van hem heeft geleerd en dat er ‘nog nooit iemand geweest is, die zo als voorinsche kon spelen.’ Op de derde lijst heeft het trio een staand nummer, maar de halve finale belooft veel. Men neemt het op tegen partuur 2, de jonge Jan Reitsma van Pingjum, Vlietstra van Franeker en Zaagmans van Witmarsum. Ids Roukema begint met reusachtige slagen maar de tegenpartij heeft hier wel een antwoord op. ‘Wat wordt hier gekaatst’ en: ‘Het vuur zit erin’, meldt de Leeuwarder Courant.

 

Retourslag

Het publiek is zeer enthousiast en de partij gaat min of meer gelijk op. Het is in die tijd nog gebruikelijk dat de keurmeesters met hun stoelen in het speelveld zitten. Zelfs de directietent staat in het veld. Dit leidt soms tot incidenten, zo ook vandaag. Het is een partij op het scherpst van de snede. Op eersten gelijk en zes gelijk slaat Reitsma retour maar de bal belandt voor hem ongelukkig tegen het trapje van de directietent. In plaats van een retourslag tot in het perk wordt het nu een kaats. En deze wordt vervolgens door de tegenpartij voorbij geslagen. Partuur Reitsma komt voor met 5-5 en 6-0 wanneer Anne Smidts drie ballen opslaat die het perk niet weet te verwerken. Uiteindelijk, met alles aan de hang, slaat Vlietstra kwaad uit en dit partuur gaat naar huis met 15 gulden, en applaus van het publiek. In de finale wordt gewonnen van Van Haitsma, Jellema en Hoitsma en Anne Smidts wordt even later tot koning van de partij uitgeroepen. Hij mag het gouden horloge, aangeboden door de heer Jan Bogtstra, in zijn ‘festjebûse’ steken. Werkhoven en Roukema krijgen elk een zilveren lepel mee naar huis.

 

 


In de Friese hoofdstad schrijft hij geschiedenis met zijn verste slag; 73 meter


 

Over het voorval met de retourslag komen de dagen erna ingezonden stukken in de krant die pleiten voor het verwijderen van de directietent uit het speelveld. In een later stadium wordt hiertoe inderdaad besloten. De vier prijswinnende parturen speelden daarna op woensdag een internationale wedstrijd, waaraan ook Belgen deelnamen. Ten slotte wonnen Catharinus Werkhoven, Anne Smidts en Ids Roukema zowel de PC als de internationale. De Belgen J. Delhalle, J. Demeulder en J. Dupont worden derde.

 

Veldleger

Op 23 januari wordt het eerste kindje van Ids en Antje geboren. Het is een jongetje en wordt vernoemd naar de vader van Antje en krijgt de naam Jan. Wanneer in datzelfde jaar de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, worden halverwege het kaatsseizoen in 1914, 200.000 Nederlandse mannen onder de wapenen geroepen. Wanneer baby Jan nog geen half jaar is, moet Ids naar het Noord-Brabantse Goirle en wordt daar ingedeeld bij het negende regiment, derde bataljon en vierde compagnie van het veldleger. In 1914 krijgt elke soldaat één dag verlof per tien dagen. Iets wat natuurlijk zeer ongunstig uitpakt voor niet alleen Ids, maar voor alle kaatsers op het hoogste niveau die onder de wapenen moeten.

De PC van 1914 gaat geen succes worden voor Ids. Hij vormt een partuur met Reitsma van Pingjum en Smidts van Franeker en ze komen in de eerste omloop in actie tegen Vlietstra en Werkhoven van Franeker en Postma van Makkum. Het zijn de twee vrijwel sterkste parturen van dat seizoen. Opmerkelijk is dat Ids met onbekende reden even op zich laat wachten. Reitsma en Smidts beginnen alvast en het tweemans partuur staat, wanneer Ids komt opdagen, al een eerst achter. Het is een rommelige partij die later nog een kwartier oponthoud vergt vanwege discussie over spugen op de bal. Natuurlijk is Ids verbaal weer fel aanwezig wat zijn prestatie niet ten goede komt. Een nieuwe slag brengt de oplossing maar de wedstrijd gaat uit als een nachtkaars. 5 om 4 en 6-4.

 

Oorlog

Ook in het tweede oorlogsjaar verschijnen veel kaatsers niet op de velden. Op twaalf juli wordt Ids tot koning uitgeroepen op de partij in Harlingen en de winst is 90 gulden. Een paar dagen later, wederom in de havenstad, nogmaals winst met 60 gulden en het koningschap. De PC van dat jaar gaat een bijzondere halve finale opleveren voor wat betreft de grootste twee ‘Eendracht-matadors’ van die tijd. Sikke de Vries en Ids zullen elkaar dan treffen. Laatstgenoemde kaatst met Smidts en Hoitsma, en Sikke met Van Haitsma en Jellema. Het partuur van Sikke wint met 5-3 en 6-6. Sikke de Vries wint ook de finale en is de eerste Harlinger ooit, die koning van de PC wordt. Dit lijkt Ids ook wel wat.

 

Op 2 januari 1916 krijgen de Roukema’s gezinsuitbreiding, zoon Wouter wordt geboren. Het is mede de aanzet van een mooi sportief jaar voor Ids. Hij is in de volle bloei van zijn leven, 27 jaar oud en in alle facetten beresterk. Hoe vaker en langer hij speelt, hoe beter hij wordt. Het liefst als op- en uitslager. Het ‘bûtsen’ is echter sinds kort verboden en wat Ids betreft wordt dat ook niet weer teruggedraaid. Ook zijn uitslag is beter geworden. Niet overal let men trouwens even goed op het ‘bûtsverbod’. Maar in Leeuwarden en Dronrijp wordt hier streng de hand aan gehouden. In de Friese hoofdstad schrijft hij geschiedenis met zijn verste slag; 73 meter. De arm is mede zo sterk geworden door gymnastische oefeningen met als voorkeur discuswerpen. Ids Roukema’s verste worp staat genoteerd op 38 meter. Ook de slagkracht van de Belgen neemt toe, maar het ontbreekt hen aan spelinzicht.’

 

Zoveel kracht en nooit een ‘verslagen’ schouder komt mede door de wijze van slaan. “Wie meer vanuit de onderarm slaat, zal niet zoveel risico lopen”, aldus Ids in een interview in dat jaar. Een interview waarin hij weer levendig met hand -en voetgebaren zijn verhaal doet aan de journalist. “Ids sprak niet alleen, hij acteerde! Hij doet voor, hoe je op- en uitslaat, hij laat de discus door de lucht suizen, zijn lenig lichaam rekt, beweegt zich, zijn arm draaiende als een molenwiek, alsof we ons bevinden op het sportveld en niet in de rustige kamer van de woning van de Roukema’s.” De interviewer vraagt hem: “Waarom doet u, als eerste-klas-speler, niet mee aan de aanstaande kaatsdemonstratie in Amsterdam?” ‘Beminnelijk en berouwvol’ geeft Ids toe dat hij in Leeuwarden een keurmeester ‘een tikje’ heeft gegeven en dat hem dat op een aantal wedstrijden schorsing is komen te staan. De keurmeesters verdienen respect en gehoorzaamheid is geboden. En het is raadzaam kalm te blijven. “Maar”, zegt hij: “je kunt ook té bedaard zijn.”

 

Pim Mulierbal

Op 5 april 1916 houdt KV Eendracht een bestuursvergadering. Er wordt een beslissing genomen over de samenstelling van het Bondspartuur. Harlingen zal uitkomen met Ulbe Posthuma, Sikke de Vries en Ids Roukema. Op de dag zelf is het zeer slecht weer, harde windvlagen en stromende regen hebben de overhand. Als er nog zeven parturen over zijn, wordt besloten de partij te staken. Zes dagen later wordt de partij uitgekaatst en Harlingen komt in de finale tegenover Sneek te staan. Daar hebben Sikke, Ids en Ulbe geen moeite mee, getuige de eindstand: 5 -1 en 6-2. ’s Avonds is de prijsuitreiking in schouwburg de Harmonie te Harlingen. De eerste prijs bestaat uit een zilveren medaille en natuurlijk de Pim Mulierbal. Tevens krijgen de drie een barometer en Ids mag zich de koning van de partij noemen. Op 9 juli wordt er weer in Harlingen gekaatst, maar de Leeuwarder Courant is niet al te positief over de prestaties van deze dag. Ook al blijkt het weer uitstekend te zijn, de 2200 toeschouwers moeten zich waarschijnlijk hebben verveeld. Opvallend genoeg, dat de Belg Decastieau van Gaasterland de gehele dag door zich kranig gedroeg, voor fel spel zorgde en voor afwisseling en attractie. Zijn partuur wint die dag de finale en ontvangt daarvoor drie zilveren medailles en 90 gulden. Decastieau is de koning van de dag en hij zal raar hebben opgekeken, toen hij door het Harlinger publiek op de schouders van het veld werd gedragen terwijl men ‘Leve België’ riep.

De PC in 1913 te Franeker. Anne Smidts slaat de bal op. (Bron: Kaatsmuseum)

|Doorsturen

Buienradar



Agenda