Nieuws

Conflict reclamebelasting:

“Al moet ik naar het Hof voor de Rechten van de Mens”

Het gerechtshof haalde een streep door de verordening reclamebelasting, nadat Cor Veenbrink namens twee Harlinger winkels bezwaar maakte. Maar na jaren bakkeleien zijn Veenbrink en de gemeente er nog lang niet uit. Afgelopen maandag zaten ze wederom bij de klachtencommissie van de gemeente Harlingen. Daar kwam naar voren dat de heffingsambtenaar van de gemeente de Harlinger Courant eerder dit jaar wat op de mouw heeft gespeld.

De gemeente Harlingen voerde eind 2013 de reclamebelasting in: ondernemers in de binnenstad betalen 192 euro en in het hart van de binnenstad 276 euro. Het geld wordt ingezet voor een aantrekkelijke binnenstad.

 

Cor Veenbrink tekende voor Pand 13 en ’t Swaentsje bezwaar aan tegen de reclamebelasting, omdat de belastingverordening volgens hen niet fair is. De hamvraag: waarom zou een ondernemer met een klein winkeltje net zoveel reclamebelasting betalen als een filiaal van een groot winkelbedrijf?

De gemeente leverde geen onderbouwing, en het gerechtshof haalde uiteindelijk een streep door de verordening reclamebelasting. Volgens Veenbrink is de hele verordening daarmee van de baan, ook voor alle volgende jaren, maar volgens de gemeente Harlingen geldt de uitspraak alleen voor 2015.

 

Loyaler

“Ik had verwacht dat de gemeente zich wel wat loyaler zou opstellen na het vonnis”, zei Veenbrink maandag bij de commissie voor klachten en bezwaarschriften. “Maar in plaats daarvan – wat ik heel erg vind – stuurde de gemeente facturen, herinneringen en dwangbevelen. De volle laag.”

 

Overigens kreeg Veenbrink zelf een aanmaning van de gemeente. Hij zou zijn gemeentelijke belastingen niet betaald hebben. Dat had hij echter wel gedaan, en dat was niet juist verwerkt in de administratie, mailde een ambtenaar. Volgens Veenbrink had de gemeente eerst een herinnering moeten sturen en niet een “intimiderende, misselijkmakende aanmaning.” Maar dat terzijde.

 

De HC sprak eerder dit jaar al over de reclamebelasting met heffingsambtenaar Geert Andringa. Andringa zei toen dat de uitspraak van het gerechtshof alleen voor 2015 geldt, aangezien de verordening ieder jaar opnieuw wordt vastgesteld. Maar dat was nonsens. Dat bleek toen Veenbrink die nieuwe verordeningen, waar Andringa over sprak, met een Wob-verzoek opvroeg. Die kon de gemeente niet leveren, want die waren er niet.

 

Lachertje

“Hoe durven ze het te zeggen”, zei Veenbrink, toen de bewering van Andringa tijdens de hoorzitting ter sprake kwam. “Het zou zo kunnen zijn dat ik dat gezegd heb”, zei Andringa - waarmee hij insinueerde dat hij het misschien niet heeft gezegd, en dat de HC het verkeerd heeft opgeschreven. Maar Andringa heeft het wel degelijk gezegd. Hij heeft nota bene het artikel vóór publicatie gelezen en plaatste wat kanttekeningen bij het artikel, maar niet bij de opmerking over de nieuwe verordeningen.

Andringa stelde verder dat Veenbrink geen bezwaar maakte voor de jaren na 2015. “Een lachertje”, zei Veenbrink maandag. Desgevraagd overhandigde hij de klachtencommissie een setje printjes van bezwaarschriften.

 

Maar volgens Andringa stonden de aanslagen voor de reclamebelasting maandag niet ter discussie, en ging het om de klacht van Veenbrink: volgens Veenbrink hebben meerdere ambtenaren zich onbetamelijk gedragen. Daar kan Andringa zich totaal niet in vinden. “We hebben naar eer en geweten gehandeld. De aanslagen houden we overeind en dat doen we naar eer en geweten.”

“De klacht heeft een achtergrond”, zei Veenbrink. “De essentie gaat over de uitsprak van het hof.”

 

Rechtsongelijkheid

Veenbrink vertelde dat hij wel in der minne wil schikken. Hij denkt aan een vergoeding van 4000 euro, als compensatie, voor hem en de twee winkels. “Ik ben 73 en doe dit op vrijwillige basis; ik help mensen.” Volgens Veenbrink is dat bedrag een “fooi voor jarenlang onrechtmatig gedrag”.

 

Maar de gemeente houdt voet bij stuk. Volgens Andringa had Veenbrink een eis bij de burgerrechter neer kunnen leggen. Maar volgens Veenbrink kan dat niet, en is er sprake van rechtsongelijkheid: “Waarom hebben wij geen civielrechtelijke procedure ingesteld? Wij hebben daar geen geld voor. De gemeente wel; die heeft de afgelopen jaren miljoenen uitgegeven aan advocaatkosten.” Volgens Veenbrink is er sprake van geldverspilling. De zaak over de reclamebelasting draait om nog geen 1200 euro, maar heeft al vele malen meer gekost.

 

Een dag na de hoorzitting mailt Veenbrink een gepeperd verslag van de zitting naar Andringa. Hij besluit die mail: “Heer Andringa, al moet ik naar het Hof voor de Rechten van de Mens, het recht zal zijn beloop hebben!!!”

 

|Doorsturen